Bugs
Gaan insecten de wereld redden?
Eten we in de toekomst allemaal insecten?, vraagt de vermakelijke maar vast niet voor iedereen smakelijke documentaire Bugs.
Gaan insecten de wereld redden? Je zou het denken wanneer je de twee koks in de documentaire Bugs lyrisch hoort praten als ze een enorme larve, vers opgegraven uit Australische bodem, ter plekke met veel plezier verorberen: "Notig, romig, knapperig, zoet, verrukkelijk." Of de pulserende termietenkoningin die ze buit maken in Kenia, een langwerpige delicatesse die de Schotse kok Ben Reade toepasselijk omschrijft als "God’s handmade sausage".
Deze beestjes zouden op grote schaal in onze eiwitten kunnen voorzien als de aarde in 2050 9 miljard bewoners telt. Bij dat culinaire optimisme zetten de bevlogen koks na verloop van tijd wel zelf vraagtekens: ze zijn bang dat de insectenproductie vooral de grote voedselbedrijven rijk zal maken. De honger in de wereld verdwijnt alleen als de voedseldistributie, het marktsysteem en de machtsstructuren wezenlijk veranderen, zo ontdekken ze tijdens hun rondgang langs voedselcongressen en locals die al generaties insecten eten. Er schijnt nu al genoeg voedsel te zijn voor 12 miljard mensen. Wat ontbreekt is een eerlijke verdeling.
Reed en zijn collega reizen voor het Kopenhaagse Nordic Food Lab van restaurant NOMA de wereld rond om te onderzoeken hoe je insecten het beste kunt bereiden. In Kopenhagen worden ze bijgestaan door een insectenwetenschapper die ze ‘The Godfather of Disgust’ noemen — de olijke koks blijken naast uitzonderlijke smaakpapillen ook veel gevoel voor humor te hebben. Ze weten wel dat de meeste westerlingen walgen bij het idee om een insect te eten. Maar het is slechts een conventie dat we wel garnalen op het menu zetten, maar geen sprinkhaan, en walgen van mierenhoning en niet van bijenhoning terwijl dat toch ook echt door het beestje is uitgespuugd. Vermoedelijk doet de aanblik van larven in een gerecht ons alarmsysteem op hol slaan, want maden waarschuwen ons normaal gesproken voor bedorven voedsel.
Hoe onontgonnen dit culinaire terrein in het Westen is, laten de koks zien als ze als eersten ter wereld een gerecht bereiden met larvenvet. Ze gaan op jacht naar insecten in Kenia, Japan, Mexico en Australië en zien hoe in Italië een ambachtsman een druipend kaasje maakt met eetbare vliegenlarven die de kaas wel heel intens laten smaken.
Toch komen ze tijdens hun reis ook wantoestanden tegen, zoals de vele Afrikanen die blind zijn geworden van de felle lampen die de nachtelijke vangst van insecten mogelijk maken. Dat de vermakelijke, informatieve documentaire geen promotiefilm voor het eten van insecten is, wordt ook duidelijk door de hoeveelheid krioelende en springende insecten — de koks lijken soms wel biologen op veldonderzoek die de beestjes met graagte ontleden. Maar het credo ‘weet wat je eet’ is in het geval van insecten misschien nog een brug te ver.
Mariska Graveland