Bloody Nose, Empty Pockets

Een beetje bourbon in je beker

Bloody Nose, Empty Pockets

In Bloody Nose, Empty Pockets volgen camera’s het laatste etmaal voor de sluiting van een buurtkroeg aan de rand van Las Vegas. De  hybride film van de broers Bill en Turner Ross is een prachtige vorm van georkestreerd naturalisme.

“Het mooiste aan wakker worden is dat je een beetje bourbon in je beker kan schenken.” Barman Marc—stevig postuur, forse baard—deelt gretig levenswijsheden met de alcoholisten die zijn etablissement frequenteren. Documentairemakers Bill en Turner Ross filmen hem op de ochtend voor de sluitingsnacht. Zijn kroeg The Roaring 20s, een cocktailbar aan de rand van Las Vegas, zal binnen 24 uur ophouden te bestaan. In Bloody Nose, Empty Pockets neemt een zeer gemêleerd gezelschap gedurende ruim anderhalf uur afscheid van zo’n plek waar (zoals in de intro van de sitcom Cheers zo mooi wordt bezongen) iedereen je naam kent.

We maken onder meer kennis met Michael, een getroebleerde maar sympathieke ziel die opbiecht dat zijn leven al verpest was toen hij nog nuchter was. Vietnam-veteraan Bruce denkt nog elke dag terug aan de gruwelijkheden van de oorlog. En boerendochter Pam vertelt over haar moeilijke jeugd en hoe ze haar zoon verloor. Hoe rijkelijker de drank vloeit, hoe meer pijnlijke ontboezemingen er rondgaan. Maar het is lang niet allemaal zware kost; ook geestige gesprekken over testikels en tieten passeren de revue. Er wordt gedanst op Michael Jackson en achter de bar wordt de gitaar ingezet voor een serie countryklassiekers. Uit alles blijkt dat de stamgasten veel om elkaar geven, omdat ze elkaars misère beter begrijpen dan de kille buitenwereld.

Deze gemeenschapszin blijkt evenwel min of meer geënsceneerd. Hoewel Bloody Nose, Empty Pockets oogt en voelt als een documentaire, is het afscheidsfeest gefabriceerd door de gebroeders Ross. Ze castten in en om Las Vegas vaste bezoekers van kroegen. Die filmden ze vervolgens tijdens een achttien  uur durende opnamenacht in The Roaring 20s. De niet-professionele acteurs kregen van de filmmakers enkele aanwijzingen, maar het belangrijkste was dat de stamgasten zich als stamgasten zouden gedragen.

Dat is, getuige de film, grandioos gelukt. Bloody Nose, Empty Pockets is een documentaire in de categorie ‘zou gebeurd kunnen zijn’. Omdat alles—de personages en hun diep ontroerende levensverhalen—is geworteld in de realiteit. Het is georkestreerd naturalisme; de ‘acteurs’ gaan op een gegeven moment zelf geloven in het naderende afscheid. Zoals wanneer Bruce de bar voor de laatste keer verlaat en zijn verdriet zichtbaar is in zijn melancholische blik. Tijdens deze scène komen de makers misschien wel tot de pijnlijke kern van hun film: hoe een Amerikaans cultuurfenomeen uitsterft en dive bars langzaam maar zeker plaatsmaken voor ‘keurigere’ horecagelegenheden. Waar niet iedereen je naam kent en waar niemand geïnteresseerd is in je sores.