Aquarela

Het water spreekt

  • Datum 17-12-2019
  • Auteur Mariska Graveland
  • Categorieēn RecensiesGeen categorie
  • Thema
  • Gerelateerde Films Aquarela
  • Regie
    Victor Kossakovsky
    Te zien vanaf
    02-01-2020
    Land
    Groot-Brittannië, Duitsland, Denemarken, Verenigde Staten, 2018
  • Deel dit artikel

Meesterobservator Victor Kossakovsky laat ons de angstaanjagende kracht van water ervaren in zijn spektakelstuk Aquarela. Niet de mens maar het water heeft hier het laatste woord.

Net als de natuur kent de natuurfilm verschillende soorten die allemaal in een eigen richting zijn geëvolueerd. Natuurlijk zijn er de ‘gewone’ natuurdocumentaires die ons de ‘echte’ wilde natuur voorspiegelen, op veilige afstand gehouden. Daarnaast is er een mooie lange traditie van experimentele films, vaak handgemaakt en bijna abstract, waarin filmmakers natuurverschijnselen, planten of dieren vereeuwigen op de filmemulsie. Je zou de methode van makers als Stan Brakhage, Jodie Mack en Charlotte Pryce kunnen vergelijken met een laboratorium waarin iemand met alle aandacht het leven ontleedt in deeltjes, en het terrein van de biologie verlaat om die in een nieuwe kunstvorm tot leven te laten komen.

En nu is er een type natuurfilm dat Victor Kossakovsky eigenhandig lijkt te hebben uitgevonden, alsof er een nieuwe soort is ontstaan. Met Aquarela maakte hij een tour de force die nu eens niet het standaard ontzagwekkende gevoel voor de natuur oproept maar je echt bang maakt. En dan niet zoals een horrorfilm via fictie inspeelt op onze oerangsten, maar door je te laten ervaren hoe gevaarlijk dat schitterende water in het echt is.

Bumper
Water oefent op velen een mysterieuze aantrekkingskracht uit. In Aquarela trekt het Russische Baikalmeer elke winter talloze waaghalzen die met hun auto het ijs op gaan. Nu het ijs al drie weken eerder dan voorheen begint te smelten, zakt er niet zelden een auto door. Aquarela begint kalm, met een paar locals die op het ijs rondscharrelen en in de weer zijn met een handmatig aangedreven katrol. We lijken eerst nog in een komisch tafereel beland. Ze blijken een auto onder het ijs te zoeken, en na de vondst zegt de eigenaar verheugd over het druipende wrak: “We hoeven alleen maar de bumper te repareren.”

Maar dan zien we hoe iets verderop een andere auto met de neus door het ijs breekt, met meer dan schokkende gevolgen. Als dit al geen hartkloppingen en een onheilspellend gevoel oplevert, doet de huiveringwekkende orkaan op de Atlantische Oceaan en de straten van Miami later in de film dat wel. Dit is echt gevaarlijk en dat voel je.

Hoogspanning
Waar veel regisseurs de nadruk zouden leggen op de schoonheid van de natuur, kijkt meesterobservator Kossakovsky (Belovy, 1992; ¡Vivan las antipodas!, 2011) naar de immense krachten die loskomen in het water. Hij schoot beelden over de hele wereld, van Mexico, Venezuela en Amerika tot Rusland, Schotland, Groenland en Portugal, gefilmd in 96 beeldjes per seconde, vanaf onmogelijk ogende camerastandpunten. Met Aquarela wilde Kossakovsky alle emoties vangen die water teweegbrengt – niet alleen extase en inspiratie, maar ook angst en vernietiging. Een groot deel van de film staat dan ook onder hoogspanning.

Om dat extra kracht bij te zetten, heeft Kossakovsky onder de woeligste beelden snoeiharde metalmuziek van de band Apocalyptica gezet, wat tegen de kunstwetten ingaat: je mag geen rode rozen rood verven. Kossakovsky trekt zich daar niets van aan en doet gewoon wat hem goeddunkt. Rustige beelden zitten er ook genoeg in, zoals de enorme gletsjerbrokstukken die als een walvis op en neer deinen, of het golvende ijs dat dansend zijn weg aflegt. Een ijsberg onder water lijkt eruit te zien als een buitenaards wezen, en bij de gigantisch hoge golven weet je niet waar je op moet scherpstellen, zo duizelingwekkend mooi is het.

Mensen zijn een zeldzame verschijning in Aquarela; af en toe komt er een vogel voorbij of zien we een varken opgesloten door hoog water, maar dan heb je de identificatiepunten met levende wezens wel zo’n beetje gehad. Dit is juist een film over de niet-levende natuur die ongemerkt zoveel invloed uitoefent: de zee, het ijs, het weer. Kossakovsky zet de elementen centraal, laat ze zelf spreken, en geeft ze daarmee hun rechtmatige plek in onze door mensen overheerste wereld.