A DEMAIN

Jeanne Moreau en A demain: Een oma met een meisjeslach

  • Datum 30-09-2010
  • Auteur vanons
  • Gerelateerde Films A demain
  • Regie
    Didier Martiny
    Te zien vanaf
    01-01-1991
    Land
    Frankrijk
  • Deel dit artikel

Jules et Jim

Denkend aan Jeanne Moreau doemt als eerste haar mond voor je op. Met die afhangende mondhoeken, die een bepaalde droefheid of hardheid uitstralen, maar die door een haast onmerkbare beweging plots voluit kunnen lachen. Haar mond is haar kracht geworden, van Jules et Jim (1961) tot A demain (1991), de film die deze maand in Nederland wordt uitgebracht.

Catherine (Jeanne Moreau) is voor Jules en Jim de levend geworden lach. Ooit zagen deze twee mannen een afbeelding van een vrouw, uit steen gehakt, met een serene glimlach om haar lippen. Hiervan waren zij zo onder de indruk, dat ze alleen nog met een vrouw met zo’n lach een liefde wilden beleven. Ze ontmoeten Catherine en vormen een ménage à trois. Jeanne Moreau is dan 33 jaar, en sinds drie jaar, door haar rol in L’ascenseur pour l’échafaud (1958) van Louis Malle, een bekend actrice. Hoewel Malle’s film al haar 22ste was, had ze daarvoor nooit erkenning gekregen, omdat ze meestal in slechte films speelde, in rollen die haar niet op het lijf waren geschreven.
Moreau voldeed niet aan het toen heersende schoonheidsideaal van frêle vrouwen met kleine monden, zoals de actrice Martine Carol. Men had wel geprobeerd om haar, door middel van lagen make-up en trucjes met licht en fotografie, daarop te laten lijken; en Moreau liet het zich aanleunen, omdat, zegt ze, "ik wist dat ik het in me had, een reservoir van mogelijkheden waar ik niet bij kon komen, maar dat er wás". Toen ze vervolgens werd benaderd door beginnende regisseurs die iets totaal anders van haar verlangden, ging ze daar op in. Malle (L’ascenseur à l’échafaud en Les amants) en Truffaut (Jules et Jim en La mariée était en noir) waren voor haar mensen die een heel eigen wereld op konden roepen, een wereld waarin zij zich thuisvoelde. Met de films van Malle en Truffaut begint eind jaren vijftig de Nouvelle Vague, de nieuwe stroming in de Franse film, zonder make-up en met natuurlijk licht, waarin Jeanne Moreau eindelijk zichzelf kon zijn.

Medeplichtig
In de jaren die volgen speelt ze in films van veel beroemde regisseurs: Welles, Buñuel, Antonioni, Losey, Renoir. Voor haar is niet de rol zelf doorslaggevend, maar de ontmoeting met de regisseur. Klikt het, zitten ze op dezelfde golflengte, dan wil ze graag een film met hem maken, ook al krijgt zij nog zo’n kleine rol (zoals bijvoorbeeld in The trial van Orson Welles uit 1962). Ook blijft zij films maken met onbekende en debuterende regisseurs. Ze noemt haar misschien grootste en aangeboren gave: het instinct om talent te herkennen, om mensen te ontmoeten die avonturen aangaan waaraan zij graag medeplichtig wil zijn. Dat zo’n avontuur niet altijd succesvol is, deert haar niet.
In A demain (1991), de tweede speelfilm van Didier Martiny, is Jeanne Moreau de oma, in een huis waar verder twee kinderen, vader, moeder, opa en overgrootmoeder wonen. Oma (Moreau) en kleinzoon (Laurent Lavergne) voeren gesprekken over het andere leven, het leven na de dood. Zoals dat gaat tussen een kind en een oma: Ga je ver weg? Kan ik dan bij je komen? Oma wijst naar de bergen waarachter het andere leven ligt en verzekert hem dat hij iedereen die hij kent daar weer terug zal vinden. A demain is een aardige film, met een mooie rol voor Moreau als oma. Glimlachend (de glimlach van Catherine, Jules et Jim lijkt pas gisteren) legt ze haar kaarten tijdens het patiencen, streng spreekt ze haar echtgenoot toe, lief praat ze met haar kleinzoon. Maar waarom in godsnaam heeft de regisseur gekozen voor een terugblik van de kleinzoon als man, en hoor je bij alles wat je ziet nog eens een (overbodig) commentaar? Waar de titel ‘a demain’ naar verwijst bijvoorbeeld, kun je je levendig voorstellen: strak ingestopt onder de dekens roep je nog één keer ’tot morgen’ tegen je moeder, en daarna nog eens en nog eens. Steeds wil je weer antwoord hebben om er zeker van te zijn dat zij, met de verdwijning uit je blikveld, niet ook werkelijk verdwenen is, en om zeker te weten dat ze er morgen ook weer zal zijn. Dit doet het jongetje in A demain en je herkent het gevoel. Maar wanneer er daarna nog eens wordt uitgelegd waarom hij dat deed, en wat hij toen voelde, is die herkenning waardeloos geworden.

Rijk en roodharig
In hetzelfde jaar waarin A demain uitkwam speelde Moreau in een film waarvoor ze een César kreeg uitgereikt. La vieille qui marchait dans la mer, van Laurent Heynemanns, is een hommage aan Moreau. Een rijke dame met iedere keer weer een andere roodharige coiffure gaat, tegen de reuma, met haar kleren aan de zee in, ontmoet een strandboy en neemt hem mee naar haar luxe huis aan de Côte d’Azur om samen met hem nog rijkere mensen te bestelen. Hij is haar laatste liefde en hij houdt van haar. Zij takelt langzaam af, maar blijft zich, door hem, jong voelen. Moreau zelf vond dit een heerlijke rol om te doen, omdat ze hierin argot kon spuien, boosaardig kon zijn, heel wat anders dus dan de lieve oma uit A demain.
La vieille qui marchait dans la mer is de openingsfilm van het nieuwe Haagse Filmhuis, dat op vrijdag 28 mei het theater aan het Spui (overigens het eerste filmhuis in Nederland waarvoor een nieuw gebouw is neergezet) zal betrekken. Jeanne Moreau komt in eigen persoon het Haags Filmhuis openen en zal zaterdag 29 mei worden geïnterviewd door Hans Beerekamp. Na de openingsfilm worden daar een maand lang films met Moreau vertoond. Het zijn vooral de oudere en bekendere films uit de jaren zestig, en de allernieuwste, zoals Le pas suspendu de la cigogne van Angelopoulos uit 1991 die te zien zullen zijn. Haar mineurmond waaruit plots een klaterende lach kan klinken, zullen we in al zijn gedaantes kunnen aanschouwen.

Claartje van der Grinten