22 mei

Stofwolken en brokstukken

22 mei

Koen Mortier verruilt de punk-energie van Ex drummer voor contemplatie in 22 mei, over de vraag hoe we in godsnaam om kunnen gaan met zinloze destructie.

22 mei opent bedrieglijk kalm. In een dik vier minuten durend shot volgen we veertiger Sam (Sam Louwyck) door zijn appartement terwijl hij opstaat en zich klaarmaakt voor de dag. Hij gaat naar de wc, rookt een peuk, maakt zijn toilet, drinkt een vieze kop koffie en gaat de deur uit. Het is de stilte voor de anderhalf uur durende storm die gaat volgen.

Eerst komt er een letterlijke storm, wanneer een bom ontploft in het winkelcentrum waar Sam als bewaker werkt. En vervolgens is de rest van de film een weergave van de figuurlijke storm die na de explosie in het hoofd van Sam gaat woeden.

Sam vlucht de stad in, weg van de destructie, de stofwolken en brokstukken. Hij zwerft langs lege straten, over desolate braakliggende landjes en zit in lege metrostellen (gefilmd in Rotterdam). Eén voor één komen ze bij hem langs, de slachtoffers én de dader van de zelfmoordaanslag. Ze komen verhaal halen – waarom heeft Sam niets gedaan? Hij had die verdacht schichtig kijkende jongen met die rugtas toch best gezien? Of ze willen juist een verhaal kwijt; de verhalen van hun levens, die door de aanslag nooit voltooid zullen worden.

Filosofische reactie
“I survived 22 mei“, stond er op de shirts die cast en crew van de film droegen bij de Vlaamse première. Het publiek dat de film uitzit zou er ook mee kunnen lopen; Koen Mortiers tweede speelfilm is geen lichte kost. De fragmentarische vertelling is als een filosofische reactie op de verschrikkingen die dagelijks op het journaal te zien zijn. Telkens weer zien we de laatste momenten voor de ontploffingen, steeds vanuit een nieuw perspectief. Niet om de daad te kunnen begrijpen: Mortier zoekt niet naar de motieven van de terrorist, al doen sommige van zijn personages dat wel. De film draait veel meer om de vraag hoe we in godsnaam om kunnen gaan met dit soort zinloze destructie, zonder ook daar per se een antwoord op te hebben.

22 mei is in veel opzichten een tegenpool van Mortiers debuut Ex drummer. De punkerige energie van die film maakt plaats voor contemplatie, de botte grappen voor filosofische overdenkingen over leven en dood. Toch is duidelijk dat dezelfde maker aan het werk is, en niet alleen omdat veel dezelfde acteurs te zien zijn en in hetzelfde (eigen) platte West-Vlaamse dialect spreken. Ook gebleven is het stilistisch oog van reclamemaker Mortier, in 22 mei nog eens versterkt met een absorberende, hypnotiserende geluidsmix. De slotminuten van de film, waarin we de explosie een laatste keer herbeleven in extreme slowmotion, maken de taaie zit meer dan waard. Beter dan dit is de schoonheid van destructie niet vast te leggen.