Take 5 – 17 oktober 2010
Paul Trijbits over de UK Film Council
Paul Trijbits
De in Londen gevestigde Nederlandse producent Paul Trijbits over het opheffen van de UK Film Council. Met de bezuinigingen die de Nederlandse kunst- en cultuursector tegemoet ziet een interessante case.
1 Voordat u werkzaam werd als executive producer en tamara drew produceerde, stond u zes jaar aan het hoofd van het New Cinema Fund van de UK Film Council. In Nederland wordt met argusogen naar de Engelse situatie gekeken nu de stekker uit de UK Film Council is getrokken. "De UK Film Council is tien jaar geleden opgericht om alle organisaties die zich in Engeland met film bezighielden in één instituut te bundelen. Vergelijkbaar met wat er in Nederland nu met het EYE Filminstituut is gebeurd, met dat verschil dat in Engeland ook financiering van films onder de UK Film Council viel. De UK Film Council was een semi-overheidsorgaan. Het was misschien achteraf niet zo’n goed idee dat de instantie die het beleid maakte, dat ook moest uitvoeren. Maar dan nog kan je niet op de woensdagmiddag voor het zomerreces met één pennenstreek een heel instituut van de kaart vegen, zonder dat er is nagedacht over een alternatief."
2 Hoeveel geld ging er in om? "Het bedrag dat de UK Film Council direct in filmproductie stopte was niet eens zo groot, zo’n 15 miljoen pond, de rest ging via belastingmaatregelen. Toch hebben we met dat relatieve bedrag enorme resultaten geboekt. Prijswinnende films als the magdalene sisters, the wind that shakes the barley van Ken Loach, red road, het werk van Michael Winterbottom en nu tamara drewe hadden anders niet gemaakt kunnen worden. Naar opera gaat geloof ik wel 115 miljoen. Filmcultuur staat dus niet erg hoog op de agenda."
3 Terwijl Engeland toch een echte filmindustrie heeft? "In alle Europese landen is de productiesector de sector die het meeste geld nodig heeft, maar waar dat gebeurt komt er ook het meeste voor terug. Het uitdelen van subsidie is geen teken van zwakte, maar de economische kern van waar het over gaat als je het over kunst en industrie hebt. Daarnaast is het van belang om ook in talent en talentontwikkeling te investeren. Dan kun je met weinig geld veel bereiken, zeker als je een verschillende methodes naast elkaar hanteert: een intendantensysteem, automatische belastingmaatregelen, het belonen van succes. Dan cover je zo’n 80 procent van de markt."
4 Wat kan Nederland van de Engelse situatie leren? "Niet het ideaal uit het oog verliezen dat het bundelen van alle initiatieven op filmgebied wel degelijk een stimulerende werking heeft. Dat heeft het in voorbeeldlanden Frankrijk en Denemarken ook nog steeds, ondanks alle nationale verschillen. Als één instituut ben je zichtbaarder en kun je meer voor elkaar krijgen. Zeker in tijden van bezuiniging moet een sector niet z’n eigen ruiten ingooien door onderlinge verdeeldheid. De sectoren die het in Engeland het beste doen zijn die waar een sterke, inspirerende visie is, zoals de Tate Modern, dat als ‘high art temple’ niet alleen een grote toeristentrekker is, maar ook voor Londenaren zelf een geliefde attractie."
5 In het Nederlandse regeerakkoord is er nu zelfs sprake van de oprichting van één superinstituut voor alle kunsten. "Dan kan ik alleen maar aan Stalin en de Sovjet-Unie denken. Dat moet je natuurlijk niet willen. Elke sector moet individueel kunnen bestaan en door specialisten worden begeleid. In Schotland is het geprobeerd met de Scottish Arts Council, tegenwoordig Creative Scotland. Dat is een chaos geworden. Een fiasco."
Dana Linssen