Rick Alverson over The Mountain

'Een klap in het gezicht is soms ongemakkelijk, maar soms geeft het juist energie'

  • Datum 01-02-2019
  • Auteur Joost Broeren-Huitenga
  • Categorieēn InterviewIFFR 2019
  • Deel dit artikel

Rick Alversons The Mountain is een van de vijf film op de Dag van de Dwarse Film, met vijf films die de meningen ernstig verdeelden op het IFFR. Alverson was dan ook niet bezig met het behagen van zijn publiek: “Als het publiek voelt dat er iets fundamenteel kapot is, dan schudt dat ze hopelijk wakker – ook al is dat uit onvrede.”

“Het eerste beeld dat ik voor The Mountain bedacht, zit uiteindelijk niet in de film”, vertelt Rick Alverson in een groepsgesprek op het filmfestival Venetië, waar zijn vijfde speelfilm afgelopen september in première ging. Dat beeld was een droom die hij als kind regelmatig had. “Ik hoopte dat ik de broers Quay zover zou kunnen krijgen om die te verfilmen, want de droom voelde als stop-motion. Ik droomde over een boksring waarin twee ingesnoerde rollades met elkaar worstelen, en er stonden honderden tandenstokers rond die ring. Compleet verontrustend. Het zit niet in de film, maar dat beeld heeft de hele film gevormd. Maak daar maar eens chocola van!”

De uitdaging om er zelf chocola van te maken biedt de uiteindelijke film zelf ook. Geen wonder dat hij op het IFFR de afgelopen dagen de meningen verdeelde. Vandaar dat The Mountain een van de vijf films is die komende zondag te zien zijn op de Dag van de Dwarse Film in KINO, Rotterdam en Eye, Amsterdam. Vijf films die in de publieksstemming van het festival zowel veel hoge als veel lage waarderingen kregen. Geen zesjescultuur, dus. Naast The Mountain zijn ook Alva, Present.Perfect., “I do not care if we go down in history as barbarians” en Las hijas del fuego te zien.

The Mountain vertelt in uitgebeende 4:3-beelden het verhaal van weesjongen Andy (Tye Sheridan). Na de dood van zijn vader gaat hij aan de slag als assistent van neuroloog Fiennes (Jeff Goldblum) die in het Amerika van de jaren vijftig langs psychiatrische instellingen reist om lobotomieën uit te voeren.

De film is lichtjes geïnspireerd door een daadwerkelijk bestaande figuur, de neuroloog Walter Freeman, die bekend staat als ‘de vader van de lobotomie’. “Op een typisch Amerikaanse manier nam Freeman iets dat in Europa was bedacht, de lobotomie, en zocht hij naar manieren om dat sneller, efficiënter en makkelijker uit te voeren”, legt Alverson uit. “In plaats van een ingreep die door de schedel boorde, bereikte hij de hersens via de oogkas, waardoor er geen chirurg meer aan te pas hoefde te komen. Die losbandige sprong de toekomst in, waarbij de bijwerkingen en gevolgen moedwillig worden genegeerd, leek me een sterk symbool voor de Amerikaanse geschiedenis. Inmiddels moeten we wereldwijd om zien te gaan met die gevolgen die we decennialang hebben genegeerd.”

Het idee van standaardisering staat centraal in de film. “Het staat centraal in het merk Amerika. Ik ben onderdeel van een Amerika dat zijn oorsprong vindt in Europa. Die oorsprong is gerecycled, gecondenseerd, vervormd tot een simpele boodschap, en die is aan de wereld verkocht als een merk. Dat gaat gepaard met een makkelijk verteerbare uniformiteit, eenduidige boodschappen. Amerika is een land van immigranten, maar hun eigenheid wordt verdund, ontkracht, en weer uitgestoten als een steriele utopie. Daar wil ik niet bij horen; dit is een anti-utopische film.
“Gelukkig lijkt er nu een beweging richting meer diversiteit te ontstaan, en dat is hoog tijd. Dit is nu al de vijfde film die ik maak die draait om een deconstructie van mannelijkheid, de problemen van een giftige masculiniteit. Als gepriviligeerde witte Amerikaanse man zie ik het als een plicht om iets te zeggen over mijn privilige, om te worstelen met mijn erfschat en mijn eigen medeplichtigheid. Het verscheurt me.”

Die standaardisering, en die erfschat, wordt in de film belichaamd door Jeff Goldblum in een zeer atypische rol als de lobotimiserende arts Wallace Fiennes. Hoe werkte u met hem? “Jeff is een enorm charismatisch, levendig en vreugdevol organisme. Daar heb ik een kussen op geduwd, om zijn vitale intelligente bijna volledig te smoren. Dat was de spanning die ik zocht. Want het zou naïef zijn om te denken dat je hem kunt casten zonder dat alle eerdere rollen die hij speelde, het persona dat hem beroemd maakte, ook onderdeel wordt van wat je doet. Goldblum als een arts, dat klinkt bekend, dus als het publiek vervolgens voelt dat het niet werkt, dat er iets fundamenteel kapot is, dan schudt dat je hopelijk wakker – ook al is dat uit onvrede.”

Iets vergelijkbaars doet u met Tye Sheridan, een van de grote Hollywoodtalenten van dit moment. “Precies, ook hij stond me toe om zijn talent te onderdrukken. Hij heeft een fantastische aanleg voor breekbaarheid, kwetsbaarheid, emoties, en die draaiden we totaal de nek om. Personages worden vaak gezien als een surrogaat voor het publiek, een sympathieke ingang waarmee ze een ervaring kunnen delen. Daar wilden we radicaal mee breken. Tye trekt je als kijker wel naar binnen, maar hij geeft niets terug – je snapt zijn bedoelingen niet, hij praat niet genoeg, je weet niets van zijn emoties. Hopelijk worstelt het publiek daarmee.”

Die worsteling geeft de film ook een ongemakkelijk, duister gevoel voor humor. “Nou ja, ik snap wel dat sommige mensen sommige momenten grappig kunnen vinden. Ik erken dat ik soms aan de komedie-kant val van het slappe koord waarop ik met de film balanceer. Maar die grappige momenten zijn voor mij tegelijkertijd totaal niet grappig. Het is een hyperbool. De film is doelbewust kunstmatig, ik wil dat mensen worstelen met de vorm ervan en niet alleen met het narratief.”

U was ook zelf medeverantwoordelijk voor de montage, die messcherp is. Er waren momenten die aankwamen als een een klap in het gezicht. “Oh, sorry, haha. Ik voel geen vijandigheid naar het publiek toe, hoor. Maar goed: als ik films kijk, krijg ik zelf ook graag af en toe een klap in mijn gezicht. Films die in het verleden spelen, hebben inherent iets bedwelmends – we bekijken het verleden vanuit een luxepositie in de toekomst. Met de montage en andere vormelementen in de film probeert ik mensen uit die roes te halen. Voor sommigen is dat ongemakkelijk, voor anderen geeft het juist energie.”

Net als een klap in je gezicht. “Precies. Er is een verschil tussen gewoon aan een lekker diner zitten en ineens een klap krijgen, of dat je buiten bewust bent en wakker geslagen wordt.”


De Dag van de Dwarse Film vindt op zondag 3 februari plaats in KINO, Rotterdam en Eye, Amsterdam.