Oliver Hirschbiegel over Diana

'Ik was nooit zo gefascineerd door Hitler als nu door Diana'

  • Datum 31-10-2013
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Oliver Hirschbiegel

Regisseur Oliver Hirschbiegel, bekend van Der Untergang, toont in Diana de onmogelijke liefde tussen Prinses Diana en de Indiase arts Hasnat Khan. Een telefonisch gesprek over liefde, aandacht en roem.

Welk beeld had u van Prinses Diana, voordat u aan dit project begon? ‘Ik wist niet veel van haar. Ze kon me eerlijk gezegd ook niet zo veel schelen. Ik wist dat ze de meest gefotografeerde vrouw ter wereld was. En dat vond ik, als fenomeen, interessant. Maar dat was het zo’n beetje.’

Totdat u het scenario las. ‘Ik was echt verbaasd hoe interessant haar verhaal was. Om te beginnen was ze erg slim. Ze was niet hoogopgeleid, maar ze kon zich razendsnel in een onderwerp verdiepen en er vervolgens lange gesprekken over voeren. En ik was verbaasd dat ze zo spiritueel bleek te zijn.’

Wat verstaat u daaronder? ‘Ik noem spirituele mensen energiemensen — mensen met het vermogen anderen te troosten of sterk op hun gemak te stellen. Gewoon door hen aan te kijken, hun hand vast te houden of drie zinnen te zeggen. Voor mensen die zelf niet zo spiritueel zijn, is dat moeilijk te bevatten. Daarom is er bij Diana denk ik zo weinig over bekend. De meeste geschreven bronnen zwijgen erover.’

Er zit een scène in de film, waarin Diana temidden van honderden mensen op een oude, blinde man afstapt. Aan de ene kant lijkt ze bijna een heilige — u draait het achtergrondgeluid ook nog eens weg. Aan de andere kant voelt het als een media-actie. ‘Als ze zoiets deed, was het om zichzelf te aarden. Door met mensen te spreken, maakte ze zich los van het circus eromheen. Ze voelde zich zeer ongemakkelijk in zulke duwende menigten. Ze deed het zeker niet voor de media. Nooit.’

Maar was ze daarin dan naïef? In een andere scène laat ze in Bosnië haar auto stoppen, als ze een rouwende weduwe ziet. Diana stoort die vrouw in haar verdriet, terwijl ze weet dat ze een fotograaf bij zich heeft. En u snijdt dan naar de foto van die ontmoeting op een tabloidcover — goed voor Diana’s imago. Is ze daar dan echt niet mee bezig? ‘Ik ben er zeker van dat ze het niet deed met het idee: hier komt een foto van. Ze had een fotograaf bij zich bij die landmijnencampagne, omdat haar roem haar kracht was. Ze had die media-aandacht nodig. Maar op het moment dat ze op zo iemand afstapt, is het uit liefde — dat weet ik zeker.’

Impulsief. ‘Ik vind het eerder een vorm van onschuld, zoals kunstenaars, acteurs, schilders en tot op zekere hoogte ook filmmakers kunnen hebben. De onschuld waarmee kinderen naar de wereld kijken. Een open blik. Het is een vergissing om die onschuld te verwarren met naïviteit.’

Maar ze gebruikte de media wel. ‘Ik zie haar als een ouderwetse filmster. Ze had de aandacht van het publiek nodig, omdat ze diep van binnen zeer onzeker was. Ze was onevenwichtig en irrationeel, omdat ze van jongs af te weinig liefde had gehad. Maar zo gauw ze onder de mensen kwam, begon ze te stralen. Wie je ook maar over haar spreekt — zoals mijn schrijver die haar heeft ontmoet — iedereen heeft een bijzonder verhaal. Ze keek je aan en gaf je op dat moment al haar aandacht. Dat is een uitzonderlijke gave.’

Het lijkt overdreven om te zeggen dat iedereen die haar ontmoette positief was. In uw film zit een fotograaf, die kritisch is over haar media-actie met landmijnen. ‘Met de pers had ze inderdaad een haat-liefderelatie. Ze was natuurlijk een geldkoe. Met een goede foto van haar kon je goed verdienen. En dus hadden ze haar nodig. En aan de andere kant had zij hen ook nodig en probeerde ze hen te manipuleren. Het kwam van twee kanten.’

Klopt het dat het u de rol van de fotografen in het scenario heeft vergroot? ‘Ja. Het was mijn idee om die paparazzi en al die mensen die haar fotograferen, als één personage te behandelen. Om hun belang in haar leven, in goede en slechte tijden, te benadrukken.’

U laat zien dat ze de paparazzi zelfs zozeer manipuleerde, dat ze zich soms expres op een compromitterend moment liet fotograferen. Is dat een interpretatie of een bekend gegeven? ‘Beide. Ze moest haar relatie met Hasnat Kahn geheimhouden, wat zeer beperkend was. Daarom was het voor haar bevrijdend om met Dodi [Fayed] op een jacht te zitten. Eindelijk kon ze weer plezier hebben. Tegelijkertijd miste ze Hasnat en ik denk dat ze op zijn minst het kussen [met Dodi] heeft georkestreerd.’

Ze wist dat ze gefotografeerd zou worden en wat voor effect dat zou hebben: Hasnat Kahn jaloers maken. ‘Alle aanwijzingen wijzen daarop, ja.’

Wat vond de echte Hasnat Kahn ervan dat u een film over hem maakte? ‘Hij had geen bezwaar. Hij wist dat het verhaal toch een keer verteld zou worden.’

Maar dat wil nog niet zeggen dat hij ernaar uitkeek. Hij is iemand die, zoals uw film laat zien, de camera’s altijd heeft gemeden. ‘Maar hij had een relatie met de beroemdste vrouw ter wereld! Hij zal hoe dan ook altijd ‘die man’ blijven. De film verandert daar niks wezenlijks aan.’

Ik had nog nooit van Hasnat Kahn gehoord, u wel? ‘Nee, ik kende zijn verhaal ook niet.’

Dus hij wordt nu beroemder dan hij was. Het is toch opvallend om een hoofdpersoon te hebben die de hele tijd zegt dat hij niet gefilmd wil worden. ‘Maar de mensen die hem kennen, die met hem omgaan, zijn patiënten, zijn vrienden, die kennen het verhaal allemaal al. Mensen gaan hem nu heus niet op straat nawijzen.’

In de persmap leggen de producenten van Diana een verband met Der Untergang: ‘Hij had al een meesterwerk gemaakt over een icoon — in dat geval een kwaadaardig icoon — tijdens de laatste dagen van zijn leven en op haar eigen manier zat ook Diana vast in haar bunker.’ Wat vindt u van die vergelijking? ‘Tja, dat is misschien het enige verband: mensen die op een extreme manier geïsoleerd zijn. Maar om eerlijk te zijn was ik nooit zo gefascineerd door Hitler als nu door Diana.’

Dat is verrassend. En dat, terwijl u in eerste instantie helemaal niet geïnteresseerd was in Diana. Is bij Hitler het omgekeerde gebeurd? ‘Nee, ik vond Hitler altijd al een naar, lelijk mannetje. Een soort pooier of laagopgeleide klootzak. Tijdens mijn research kwam ik erachter dat er niks achter zat… Die man had helemaal geen visie. Stalin was ook slecht, maar die had tenminste een visie. Die wilde dingen veranderen en creëren. Hitler niet. Die had alleen een totale obsessie met vernietiging. Zelfs van zichzelf.’

Dus: uw fascinatie begint bij intelligentie. ‘Exact. Intelligentie is de sleutel. Omdat uit intelligentie onschuld voortkomt, en humor, en nieuwsgierigheid, en dat is wat mensen verder brengt. Zelfs als het in de verkeerde richting is.’

Kees Driessen