Lukas Moodysson over We Are the Best!

'Mooi, chaos!'

  • Datum 27-02-2014
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Lukas Moodysson

Lukas Moodysson herschept in We Are the Best! de sfeer van de jaren tachtig, met punk, piekhaar en drie onweerstaanbare meisjes in de hoofdrol. Ook op de set heerste chaos: "Als alles een compleet andere kant op gaat dan de bedoeling was: dat is een goede dag."

Door Kees Driessen

"Kenden jullie elkaar al voor de film?" is de vraag aan de drie meiden uit Lukas Moodyssons We Are the Best! , die met de regisseur zijn meegekomen naar het filmfestival van Venetië. "Ja, wij wel", zegt de jongste, twaalf op het moment van het interview, terwijl ze wijst naar de een-na-jongste, van veertien. "Uit de kinderopvang."
Onweerstaanbaar. Net als de film: een heerlijk portret van drie tienertjes die in het Stockholm van 1982 een punkband beginnen. Hun eerste nummer gaat over gymles: Hata sport! Want ze haten sport. Het zat, wandelend door Venetië, dagenlang in mijn hoofd. Hata sport! Hata sport! Hat-hat-hat-hat-hata sport!
Mijn collega’s, hoewel positief over de film, delen mijn stuiterende enthousiasme niet. Ik denk dat ik meer op één lijn zit met de regisseur, een generatiegenoot. Ik herken zijn geïdealiseerde, nostalgische blik op de punktijd van zijn jeugd, de fascinatie met punkmeisjes zonder dat hij zelf nou zo stoer was. "Mijn vrouw en ik hebben ons vaak afgevraagd wat er gebeurd zou zijn als we elkaar toen al waren tegengekomen. Onze conclusie is dat ik bang voor haar was geweest." Ze hielden van dezelfde muziek, maar zijn vrouw Coco was volgens hem een stuk stoerder — zij heeft het stripboek gemaakt waarop We Are the Best! is gebaseerd.
Stoer of niet, Moodysson kent het tijdperk uit eigen ervaring en creëert, als belangrijkste kwaliteit van de film, een geloofwaardige, naturalistische sfeer, waardoor we in de wereld van de punkertjes worden gezogen. Moodysson heeft eerder, met name in zijn speelfilmdebuut Fucking Åmål, laten zien hoe goed hij jongeren kan regisseren. Als iemand die ze serieus neemt. Omdat hij zelf dat kind, dat niet-zo-stoere punkertje, voor een deel nog steeds is.

Ketchup
We Are the Best!, dat de Grote Prijs won op het festival van Tokio, past bij Moodyssons Fucking Åmål (1998) en Together (2000): "Films die ik maakte met cameraman Ulf Brantås, met wie ik nu gelukkig weer heb samengewerkt." Sfeervolle, intieme schetsen van gemeenschappen en tijdperken met, naast drama, veel warmte en humor. In tegenstelling tot maatschappelijk hardere en deels experimentele projecten als Lilja 4-ever (2002), A Hole in My Heart (2004), Container (2006) en Mammoth (2009).Maar denk niet dat die films een directe uiting zijn van zijn stemming op dat moment — het is juist omgekeerd. "Om een film als Container te maken, moet ik me goed voelen. Anders kan ik niet zo diep gaan. Terwijl ik nu juist iets optimistisch wilde maken, omdat er in mijn leven nare dingen gebeurden."
Ook op de set beantwoordt Moodysson tegenslag met optimisme. Zoals Liv LeMoyne vertelt, die punkmeisje Hedvig speelt in de film: "We waren op een dag alle drie ziek, waardoor alles moest worden omgegooid, en hij riep: mooi, chaos! Hij vond het alleen maar leuk." Moodysson beaamt het: "Er is niks mooiers dan naar de monitor kijken en geen idee hebben wat er voor de camera gebeurt. Als alles een compleet andere kant op gaat dan de bedoeling was: dat is een goede dag."
Een bepaalde mate van chaos en spontaniteit — noem het punk — is voor Moodysson essentieel om voldoende realisme te verkrijgen. "We mochten veel improviseren en als hij het goed vond, hield hij het", vertelt Liv, en ze noemt als voorbeeld het moment waarop Klara, gespeeld door Mira Grosin, zegt: "Ik geloof niet in God — ik geloof in ketchup!" Wel struikelden de meiden soms over anachronismen. "In de scène waarin iemand ons een meidenband noemt, riep ik: we zijn geen Spice Girls!", zegt Mira. "Maar die bestonden toen nog niet."

Cateringtafel
Vrijheid, chaos en spontaniteit — en een goede art-direction — zijn niet de enige dingen waarmee Moodysson op de set de sfeer creëert die hij in de film probeert te vangen. "Ik geef regieles aan de Aalto Universiteit in Finland en ik zeg mijn studenten altijd: het belangrijkste wat je voor je acteurs kunt doen is koffie maken. Zorg voor goed eten. Je moet een sfeer creëren waarin mensen zich prettig voelen en niet bang zijn om te falen. Een groot deel van de regie vindt plaats aan de cateringtafel."
Het gaat zelfs zo ver, dat Moodysson de camera waarmee hij werkt deels uitkiest op uiterlijk. "Daarom werk ik alleen op celluloid. Natuurlijk vanwege het visuele effect, maar ook omdat die digitale camera’s zo lelijk zijn! Daar zie ik me gewoon niet naast staan op de set."
Voor We Are the Best! wilde Moodysson een "beetje Franse sfeer", iets intuïtiefs dat hij niet goed onder woorden kan brengen. "Daarom koos ik specifiek voor een Franse camera, de Aaton Penelope." Iets van de "subtiliteit" en "verfijning" van de Franse apparatuur zou moeten afstralen op de productie. "Maar de Aaton bleek het niet te doen in de Zweedse vrieskou dus toen werd het toch maar een Duitse Arri, haha! Nogal een tractor, maar hij doet het wel altijd."