Laurent Cantet en François Begaudeau over ENTRE LES MURS
Laurent Cantet (portret Kris Dewitte)
entre les murs is gebaseerd op het gelijknamige boek van François Bégaudeau. Al lijkt het een documentaire, alles is van begin tot eind in scène gezet. Op het festival van Cannes sprak de Filmkrant met regisseur Laurent Cantet en schrijver/acteur Bégaudeau.
Het is onmogelijk om bij het zien van deze film niet te denken aan de documentaire être et avoir. Zijn boek en de film bedoeld als commentaar? Laurent Cantet: Mag ik een joker inzetten?
Helaas, ik moet streng zijn. François Bégaudeau: We kenden elkaar nog niet toen die film uitkwam. Maar we hebben er natuurlijk wel over gesproken. être et avoir draait om nostalgie. Het is een school die niet meer bestaat. Het staat regisseur Philibert vrij om dat te onderzoeken en daar een film over te maken. Maar wij wilden iets hedendaags maken.
LC: Ik heb weinig sympathie voor die film. En vooral voor die leraar. Hij staat voor alles wat mij niet bevalt. Hij heeft te veel macht, die hij ook misbruikt. François heeft die macht ook, maar gaat daar veel voorzichtiger mee om.
FB: Wat verontrustend is aan être et avoir is niet zozeer de film zelf, alswel de reactie erop. De meest succesvolle Franse films van de laatste jaren zijn nostalgische films: être et avoir, les choristes, amélie en bienvenue chez les ch’tis. Het is beangstigend dat de Fransen zo’n hang hebben naar ‘la France paysanne’, naar een Frankrijk uit het verleden dat niet meer bestaat.
U heeft uw eigen leven nagespeeld. Dat lijkt me lastig. FB: Als leraar speel je een rol, elke dag weer. Voor de klas sta je toch op een soort podium. Er staat alleen geen camera bij.
LC: Je zou François ook als regisseur kunnen zien. Als leraar bepaal je toch wat er wanneer door wie gezegd zou kunnen worden.
U heeft met echte leerlingen gewerkt. Hoe lastig was dat? Heeft u tijdens het draaien ook als leraar op moeten treden? LC: (Lachend) Als een slechte leraar, ongetwijfeld. Ik hou ervan om te werken met non-professionele acteurs, dat ik niet aan acteurs vertel wat ze moeten doen en zeggen. Het is verrijkend om samen te werken, samen op zoek te gaan naar een resultaat.
We hebben een workshop gedaan met leerlingen tussen de dertien en zestien jaar. Een jaar lang, drie uur per week. Daar werd veel geïmproviseerd, met François voor de klas. Dat waren geen scènes die allemaal in de film zijn gekomen. Het was een onderzoek naar de situatie. Op die manier hebben we elkaar leren kennen en het gaf mij de gelegenheid te casten.
Waren alle dialogen uitgeschreven voordat u begon met draaien? LC: Ik zou die vraag niet eens kunnen beantwoorden. Er was één scène die vooraf in mijn hoofd zat. De scène waarin Souleymane is geschorst en met zijn moeder voor de beroepscommissie moet verschijnen. Ik wilde de zoon zien als vertaler voor zijn moeder. Dat hij namens haar moet zeggen; "Ik ben een goeie jongen."
Maar andere scènes zijn volledig geïmproviseerd. Ik weet echt niet meer wie wat heeft verzonnen. Of op welk moment. Soms wist François welke kant hij op moest lopen, of waren er bepaalde zinnen die centraal stonden. Maar tijdens de opname kwam er dan ineens iets anders voorbij wat interessant was. We liepen continu op en neer tussen het klaslokaal en de computer. Telkens stuitten we weer op nieuw materiaal dat in ‘het script’ moest worden gezet.
Heeft u nooit enige problemen gehad met de discipline? LC: Nee, de leerlingen waren erg nieuwsgierig. Ze waren natuurlijk betrokken. We hebben het over hún levens, hún wereld. Hoe wordt dat verbeeld? Daar waren ze zelf verantwoordelijk voor. Er waren wel eens momenten waarop de vermoeidheid toesloeg, net als bij gewone acteurs. Maar na een pauze van tien minuten kwamen ze weer terug, vol energie.
Het conflict dat ontstaat tussen de leraar en één van zijn leerlingen, is dat gebaseerd op uw eigen ervaring? FB: Nee, niet echt. Ik heb wel twee of drie keer in een vergelijkbare situatie gezeten. Maar die conflicten waren nooit zo gewelddadig. Ik heb me nooit onveilig gevoeld. Ik ben ook nooit bang geweest dat ik, fysiek, geslagen zou worden. Zoiets is zeer zeldzaam. Dat wil ik graag benadrukken. Wat je in de film ziet is niet representatief voor wat er in Franse klaslokalen gebeurt.
Waarom bent u überhaupt begonnen aan het boek? FB: Ik had daarvoor al drie boeken geschreven. Ineens bedacht ik me dat ik in een omgeving zat, waar zoveel interessante dingen gebeurden. Zowel politiek als maatschappelijk. Elke dag kreeg ik nieuw materiaal, nieuwe ideeën. Op een presenteerblaadje. Ik zat er middenin.
Wat denkt u: moeten leerlingen op school harder worden aangepakt? Of moet er meer begrip zijn voor hun situatie? FB: Ik heb geen ander oordeel dan in de film getoond wordt. Ik denk dat er geen éénduidige oplossing is. In dit verhaal moet de leerling wel geschorst worden. Maar gelijktijdig voelt dat niet rechtvaardig aan. Dat is het grootste drama; er is niet één antwoord. Je kunt als leraar niet te soft zijn, je kunt je niet opstellen als de alles vergevende ouder. Maar iedereen schorsen is ook geen oplossing.
Hoe beoordeelt u de acties van de leraar? FB: Of ik het me mezelf eens ben? Laurent en ik wilden geen portret maken van de perfecte leraar. Het moest geen remake worden van de dead poets society. Toen ik het boek schreef wilde ik de zwakheden van de leraar laten zien. Ik hou natuurlijk van die man. En ik hou ervan om leraar te zijn. Maar zijn zwakheden, daar gaat het om.
Is er iets mis met onze maatschappij als een leraar zo snel in problemen kan komen? Zijn we niet te ver doorgeslagen in onze politieke correctheid en heeft de leraar niet te weinig mogelijkheden om zichzelf te beschermen? FB: Het is goed dat leerlingen nu het recht hebben antwoord te geven. In het verleden was de mentaliteit toch te veel: Doe je werk en hou je mond. Maar vergis je niet. Nog altijd heeft de autoriteit het laatste woord. De leraar heeft de ‘final cut.’ Je zou kunnen zeggen dat Souleymane veel ruimte krijgt. Misschien wel te veel. maar uiteindelijk zijn het nog steeds de leraren die kunnen besluiten hem te schorsen.
Maar de leraar komt ook in problemen. Alleen maar omdat hij één verkeerd woord gebruikt. FB: Dat is niet waar. De leraar komt niet in problemen. De leerlingen zeggen op een gegeven moment wel: "Wij willen dat u ook gestraft wordt." Maar dat gebeurt niet. Dat is nog nooit gebeurd, niet in Frankrijk.
LC: Dat maakt François ook zo bijzonder. Hij zoekt naar een gelijkwaardige verhouding. Dat maakt hem kwetsbaar. Maar hij is geen onderdeel van een trend. Zijn benadering is persoonlijk. De meerderheid durft dat niet aan. Die durft dat risico niet te nemen.
Jeroen Stout