Jiska Rickels over BABAJI

Geesten vangen

  • Datum 05-02-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Jiska Rickels

Haar eerste lange documentaire 4 elements was in 2006 niks minder dan de openingsfilm van IDFA. Nu is Jiska Rickels terug met babaji, an indian love story. "Het is mooi om te zien hoe vanzelfsprekend het in India is dat de dood niet het einde betekent."

Na 4 elements twijfelde Jiska Rickels hoe het verder moest. Ze reisde anderhalf jaar langs festivals en woonde een tijdje in Spanje en Argentinië. Op aangeven van Jos de Putter maakte ze het afgelopen jaar het bescheiden maar liefdevolle babaji, an indian love story. Daarin wil de oude natuurgenezer Babaji na de dood van zijn vrouw zo snel mogelijk met haar herenigd worden. Hij graaft een graf naast het hare en gaat daar elke dag in liggen, wachtend op de dood.

Wat hebt u met de liefde? Ik zat zelf in een liefdescrisis op het moment dat ik de film draaide. Het was een rare tijd. Bovendien overleed mijn opa een paar dagen voor vertrek, op zijn zestigste huwelijksdag. Alles was al voorbereid voor het feest: tafels gedekt, gasten zouden komen. Hij ging nog heel even naar een dokter om een check te doen, en toen kreeg hij op weg daarheen een hartaanval. Bam, licht uit. Hij was 82 jaar oud, vanaf zijn 20ste samen met mijn oma. Na de begrafenis gingen we naar India en kwamen we bij de oude Babaji terecht. Die dood wil.
Dat die man zoveel van zijn vrouw houdt dat hij in dat graf gaat liggen wachten, vond ik een heel fascinerend gegeven. Wat me ook aansprak is dat het een klein en persoonlijk verhaal is met een universele zeggingskracht. Want het gaat over liefde en dood. In onze tijd zijn relaties nogal vluchtig en daartegenover staat dan iemand als Babaji. Die trouwens niet in een gearrangeerd huwelijk leefde, zoals je in India nog veel ziet. Hij en zijn vrouw hadden duidelijk voor elkaar gekozen. Ze hebben zelfs zo’n intense geestelijke verbinding dat hun relatie de dood oversteeg. Zo kan het dus ook. Zelf ben ik in de liefde veel minder standvastig.

Hij is toch niet echt 107 jaar oud? Hij is enorm vitaal. Hij is sterk, hij is altijd bezig en hij kan sprints trekken. Cameraman Martijn van Broekhuizen had soms echt moeite om hem bij te houden. Het zou trouwens best kunnen dat hij ergens in de tachtig is. Of nog jonger. Er was in die tijd geen geboorteregistratie dus het is moeilijk te zeggen. Ik vind het juist mooi dat dat open blijft. Dat het niet om leeftijd gaat. Het hele verhaal rond die man is een soort mythe die de mensen in dat gebied zelf hebben gecreëerd nadat een journalist over Babaji is gaan schrijven. Plotseling was hij de bekendste genezer van India, die zelfs de minister van Financiën op bezoek heeft gehad en heeft genezen. 107 jaar oud, staat er dan in de krant. Hij zegt trouwens zelf dat hij honderdzestig is.
Eigenlijk leeft hij tussen drie werelden in. Er is het dagelijks leven waar hij met zijn mobieltje rondloopt — dat geen mobieltje is trouwens en dat alleen maar liedjes afspeelt. Hij speelde vaak liedjes af en dan ging ik voor hem dansen. Dat is het hier en nu. Maar in gedachten is hij al in het hiernamaals, dat is de tweede wereld. En dan is er nog de wereld tussen leven en dood, de wereld van de geesten, waar hij mensen geneest en geesten vangt.

Alles wat u laat zien berust in zekere zin op een mythe: het aanstaande huwelijk van twee jonge mensen dat op een geloof in de liefde berust, de verkiezingsstrijd die op een geloof in politici berust, en de magie van Babaji. Zocht u speciaal naar die dimensie? Die verkiezingsstrijd die ik laat langskomen, zag ik niet als een geloof maar als het leven dat doorgaat. Die symboliseerde voor mij de kracht van jonge mensen die de energie nog hebben om dingen te veranderen. Als contrast met Babaji’s berusting. Maar er waren zeker veel mythes. En iedereen leeft daarmee, gelooft daarin. Men is ervan overtuigd dat geesten gevangen kunnen worden en dan in een cocon worden gestopt. Eerst werden we helemaal gek van al die mensen die op het graf afkwamen. Vooral voor hem maar ook omdat wij daar aan het filmen waren. ‘Ga weg!’ Dacht ik. Op een gegeven moment besloot ik dat ze maar gewoon in beeld moesten komen staan.
Toch is niet alles geloof. Babaji weet echt veel over geneeskrachtige planten. Onze Indiase camera-assistent — als je in India een camera huurt krijg je een assistent bijgeleverd — had al lange tijd last van uitslag op zijn scheenbeen. Dat hoorde ik pas achteraf want hij heeft het verhaal op dat moment niet aan ons verteld en daar baal ik nog steeds van. Hoe dan ook, Babaji heeft een prutje gemaakt en dat op zijn been gesmeerd. De volgende dag was de uitslag bijna verdwenen. Zo gek is dat ook niet. Je hebt allerlei natuurlijke middelen die helpen tegen kwalen. Nou ja, niet tegen kanker. Dat zegt hij zelf ook, dat kan hij niet genezen. De barre realiteit is dat zijn vrouw juist daaraan is overleden. En dat maakte het voor mij ook geloofwaardig. Want als hij zou beweren alles te kunnen genezen, dan had ik mijn twijfels gehad.

Het valt op dat al uw films over oerkrachten gaan. De liefde de dood, de elementen… Ja, misschien wel. Heb ik niet zo over nagedacht. Het zijn allemaal verhalen over dingen die we niet kunnen beheersen. Net als de elementen kunnen we de dood ook niet beheersen. Ik vond het mooi om te zien hoe vanzelfsprekend het in India was dat de dood niet het einde betekende. Ik geloof ook niet dat het stopt met de dood. Onze manier van kijken is kortzichtig. We kijken alleen naar het fysieke lichaam, als dat het niet meer doet, dan is het dus afgelopen.

Dacht u na 4 elements niet: ‘Oh god wat nu?’ Een beetje wel. Ik ben gevlucht. Ik heb na 4 elements anderhalf jaar gereisd. Ik heb festivals bezocht maar ik heb ook een paar dingen gedaan die ik al heel lang wilde doen. Zoals Spaans leren en flamencodansen. Dus ik heb een paar maanden in Sevilla gewoond en toen nog een maand of vier in Buenos Aires. Daarna ben ik door Argentinië en Bolivia gaan reizen.
Ik dacht na 4 elements dat het msschien wel de enige film was die ik zou maken. En dat ik daarna maar iets heel anders moest gaan doen, iets veel concreters, directers. Daarom was het heel prettig dat Jos de Putter met dit idee naar me toe kwam. Daardoor verdween die blokkade en kon ik weer aan de slag. Nu heb ik weer veel ideëen voor volgende projecten en veel zin om daaraan te gaan werken.

Over iets concreters gaan doen. Waarom ben u daarvan teruggekomen? Er zijn zoveel dingen die me intereseren en die je bij uitstek in documentaires kunt ontdekken. Ik realiseer me vaak wat voor een luxe het is dat ik documentaires kan maken. En wat er voor geld in omgaat en hoeveel mensen zoiets uiteindelijk te zien krijgen. Maar tegelijk weet ik dat je als toeschouwer — bijvoorbeeld met dans, grozny dans van Jos de Putter of met andere films — wel degelijk iets meekrijgt en dat je iets bijblijft. Ik weet het niet. Soms heb ik ook gewoon behoefte om iets meer…

…brood te bakken… Ja. Om iets met mijn handen te doen inderdaad. Het is allemaal zo… en dat is misschien ook wel een reden dat ik naar Berlijn ben verhuisd. Want daar is nog een bepaalde rauwheid. Daar zijn wrijving en contrasten en opengebrokenheid. Ook met de geschiedenis die de stad heeft en met zijn grote, braakliggende stukken grond. Hier in Amsterdam is alles zo klaar, zo af. Het is te mooi. Het is allemaal zo gestyled. Ik miste de lelijkheid en rauwheid.

En fictie? Waarom dat niet? Misschien. Ik ben nu aan het brainstormen en lezen over muziek. Over de werking van muziek en de noodzaak van mensen om zich met muziek uit te drukken en hun identiteit daarmee te vinden en te bewaren. Ik weet nog niet welke kant het op gaat. Geluid en muziek werken meer in het onbewuste door. Zonder dat het via het hoofd gaat. Het raakt direct. Je kunt er kippenvel van krijgen.

Weer een oerkracht. Ja, een kracht die we in onze huidige samenleving vaak onderschatten. We zijn meer gericht op het oog dan op het oor. Maar het oog blijft aan de buitenkant, is naar buiten gericht, terwijl het oor de wereld in zich opneemt. Het wordt spannend om dat te vertalen naar een film die auditief en visueel in balans zal zijn.

Ronald Rovers