Jim Cummings over Thunder Road

'Ik wilde Springsteen niet nóg een keer lastigvallen'

  • Datum 25-03-2019
  • Auteur Joost Broeren-Huitenga
  • Categorieēn Interview
  • Gerelateerde Films Thunder Road
  • Deel dit artikel

Tussen de regels van zijn komische karakterstudie van een opvliegende politieagent door raakt Jim Cummings in Thunder Road aan grotere sociale thema’s. “Als ik het in een komedie kan vatten, kunnen beide kanten er iets in vinden.”

In 2016 gooide de jonge Amerikaanse filmmaker Jim Cummings hoge ogen met de korte film Thunder Road. Hij schreef en regisseerde de film en speelde ook zelf de hoofdrol in de komische short, die werd gemaakt als één shot van ruim 10 minuten. Het leverde hem een prijs op het prestigieuze Filmfestival Sundance op, die hem de kans gaf om deze gelijknamige speelfilmversie te maken.

De lange versie opent met exact dezelfde single take waaruit de complete short bestaat, waarin politieagent Jimmy Arnaud (Cummings) een stuntelige en chaotische grafrede houdt op de begrafenis van zijn moeder. Vervolgens blijkt dat de dood van zijn moeder slechts het topje van de ijsberg is in het kwakkelende leven van Jimmy.

Liep je toen je de korte film maakte al met het idee voor deze speelfilm? “Nee, dit was zeker niet het plan. Die begrafenis, dat zijn de tien belangrijkste minuten van Jimmy’s leven, dus ik kon me niet voorstellen wat er na die climax nog interessant zou zijn. Tot ik me bedacht dat hij na die instorting zijn familie weer bij elkaar moet zien te krijgen. Dat idee sprak me zo aan, dat ik in vijf dagen het scenario schreef.”

In de anderhalf jaar tussen de korte en lange versie van Thunder Road, maakte je nog een aantal korte films in één take. Ook in de speelfilm komen een aantal van dat soort pareltjes voorbij. Wat trekt je aan in die vorm? “Ik ben een groot fan van het werk van schrijvers als Hemingway en Faulkner, en wat ik enorm waardoor aan de korte verhalen van Hemingway is hoe bondig hij is. Als lezer kom je laat binnen in het verhaal en ga je vroeg weer weg, en daardoor wordt je een beetje een detective die uit moet vogelen hoe dingen in elkaar steken. Dat trok mij erin aan. Bovendien raak je als kijker volgens mij meer betrokken bij wat het personage meemaakt, als je het in real time ziet ontvouwen.”

Maar je maakt het er jezelf niet makkelijk mee – zeker omdat je niet alleen regisseert maar ook de hoofdrol speelt. “Haha, absoluut. Voor sommige scènes hebben we een maand gerepeteerd. Iedere beweging van iedere acteur moest in elke take identiek zijn, anders zouden dingen uit focus raken. Dus er moesten duizend dingen tegelijk goed gaan, en het acteren staat daarvan op nummer één. Jimmy’s uitbarsting op de parkeerplaats van het politiebureau hebben we bijvoorbeeld maar twee keer kunnen draaien, daarna was mijn stem aan gort. Maar de begrafenisscène aan het begin hebben we op één dag wel achttien keer opnieuw gedaan.”

In de korte film is in die scène het liedje van Bruce Springsteen te horen waarnaar de film is vernoemd. Waarom liet je het in de speelfilm weg? “Nadat we met de short een prijs wonnen in Sundance, heeft het drie of vier maanden gekost om toestemming van Springsteen om de film met dat liedje erin online te mogen zetten. Dus ik wilde hem nu niet nóg een keer lastigvallen! Nee, maar serieus: we hebben zowel versies met als zonder het liedje gedraaid, en deze take was gewoon de beste. En het liedje dat nu over de eindcredits te horen is, ‘Skinny Love’ van Bon Iver, voelt voor mij als een versie van ‘Thunder Road’ voor mijn generatie.”

De film is niet alleen een lichtvoetige karakterstudie, maar raakt ook aan heftige hedendaagse thema’s als politiegeweld. Heb je ooit getwijfeld of je daar grappen over kon maken? “Nee, niet echt, misschien ook door het succes van de short. Toen we die maakten in 2015, werd je op Facebook al vrijwel dagelijks geconfronteerd met berichten over politiegeweld en de #BlackLivesMatter-beweging. De polarisatie was enorm, maar ik was ervan overtuigd dat als ik het in een komedie kon vatten, beide kanten daar iets in zouden kunnen vinden. Toen ik eenmaal aan de speelfilm begon, heb ik daar echter niet meer heel bewust over nagedacht. Ik heb met echte agenten meegereden om meer inzicht te krijgen in hun werk, en verder draaide het er vooral om hoe ik het personage zo diep mogelijk in de put kon drijven! Juist de plaatsvervangende schaamte die je voelt als je kijkt naar hoe Jimmy alles verkloot, maakt ook dat je enorm met hem meeleeft.”

Hoe werkt het om zowel regisseur als hoofdrolspeler te zijn? “Het hielp dat ik alles tienduizend keer kon repeteren in mijn eigen slaapkamertje voordat ik anderen ermee lastig viel! Verder was het vooral een uitputtingsslag, ik moest letterlijk heen en weet sprinten van de set naar de camera, zo krap was onze planning. We hebben de film in veertien dagen gedraaid, wat belachelijk is voor een film met dit soort lange takes. Die scènes zijn gechoreografeerd als een dans.”

Behalve als regisseur en acteur sta je ook als scenarist, editor en maker van visual effects op de credits. “En ik heb ook nog drie liedjes voor de film geschreven, wat echt nergens op slaat. We hoorden pas een paar weken tevoren dat we op basis van een ruwe versie waren geselecteerd voor het festival South by Southwest. Toen was er nog geen muziek, dus ik pakte op een gegeven moment gewoon de ukelele van mijn vriendin en probeerde wat. Dat klonk nergens, maar ik ben blijven pielen, tot aan de deadline. Er was gewoon geen geld om iemand anders het te laten doen. Zo ben ik ook op de credits gekomen voor visuele effecten – ik zat te monteren en in één van de takes die ik wilde gebruiken, kwam de microfoon in beeld zakken. Dus ik heb mezelf door wat tutorials voor het programma AfterEffects geworsteld om die weg te poetsen.”

Dat klinkt zwaar, maar betekent ook dat je alles onder controle hebt. Zou je die dingen uit handen kunnen geven? “Ik ben nu bezig met een grotere film, waar dus ook een grotere crew bij betrokken is. Maar het is een interessante vraag. Als ik terugkijk op de dingen die ik tot nu toe heb gemaakt, besef ik me vooral hoeveel tijd ik ervoor had. Hoe professioneler je werkt, hoe meer je dat kwijtraakt – tijd wordt een schaars goed. Dus ik ben dankbaar dat ik de kans heb gehad om films te maken waarbij ik echt alles zelf heb gedaan. Maar ik ben ook dankbaar dat ik nu een team kan inhuren, anders zou ik er gek van worden!”