György Pálfi

Hoeveel van ons dier is

  • Datum 23-04-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

György Pálfi (foto’s Bram Belloni)

Bij György Pálfi beginnen de verhalen klein. En dan explodeert zijn fantasie. De maker van hukkle en taxidermia was anderhalve dag in Nederland voor de vertoning van de rough cut van zijn drieluik paradijs, hel, vagevuur.

De bar van een café in een park op een zaterdagochtend. De Hongaarse regisseur Pálfi (34) vraagt of we fooi moeten geven. Nee, nu niet. We staan tenslotte zelf bij de bar. Maar ik zeg dat ik meestal wel fooi geef en vooral te veel fooi geef omdat ik te slap ben om het niet te doen. Ik brabbel iets voorspelbaars over de lange gezichten bij de Amsterdamse bediening — in het algemeen — en dan zegt Pálfi dat hier de lach van de bediening tenminste niet te koop is. En hun ziel dus ook niet. Zo had ik het nog niet bekeken.
Györgi Pálfi maakte in 2002 en 2006 twee zeer opvallende films: hukkle (spreek uit: Hoek-leh), waarbij Pálfi de camera liet rondkijken in een klein dorpje op het Hongaarse platteland. Het verhaal werd verteld zonder dialogen en met de echte bewoners van het dorpje — op een enkele acteur na. De film beweegt zich voort in een heerlijk, kabbelend ritme, waarbij de aangename warmte en het geluid van de krekels ons zo tot rust brengen dat we niet doorhebben dat zich een macaber moordcomplot voltrekt. Vier jaar later verscheen taxidermia, een drieluik over drie generaties mannen van een familie, waarbij de een nog extremer aan z’n eind komt dan de volgende. Pálfi was in Nederland om in het uitwisselingsprogramma ‘My City Budapest’ — in januari vond in Boedapest ‘My City Amsterdam’ plaats — een ruwe montage van het eerste deel van zijn nieuwe project te laten zien.
Het publiek in de Melkweg reageerde goed, met veel gelach, maar misschien ook omdat ze tijdens de borrel al een paar Hongaarse tradities hadden leren kennen. "Nee serieus," zeg ik, als Pálfi vraagt wat ik ervan vond. "Het werkt." Wat heeft hij gedaan?

Verkeerschaos
Net als het geval was bij hukkle en taxidermia, begon dit nieuwe project — werktitel paradijs, hel, vagevuur — bescheiden. hukkle moest een korte film worden, een ritmische verkenning van geluid, met een hikkende man, een karrenwiel dat over een slechte stenen weg rijdt en het geluid van een insect dat zich in het hout graaft. taxidermia moest oorspronkelijk een verhaal over identiteit worden, niet het barokke beeldorgasme dat aan het eind op tafel lag.
En nu dus weer: paradijs, hel, vagevuur begon als tussendoortje omdat het geld voor zijn éigenlijke nieuwe project — een Hans Christian Andersen-sprookje vol special effects en minstens voor de helft digitale animatie, een MTV-clip van anderhalf uur met een verhaal — nog niet helemaal beschikbaar was. Het eerste deel moest zich documentair à la être et avoir in een kleuterschool afspelen ("Ik had het idee eerder en ik heb trouwens geen leraar in de film"). Dat groeide uit tot het drieluik dat nu de montagekamer in gaat, waarin Pálfi wilde onderzoeken hoe mensen zich in groepen gedragen, hoe relaties tot stand komen en groeien. Over het tweede en derde deel doet hij vaag maar in ieder geval gaat dat over relaties tussen volwassenen. "Ik zag hetzelfde gedrag als op de kleuterschool." We zullen zien. Het is maar de vraag of dat project hier ooit in de bioscopen verschijnt.
"Nee, ik weet niet goed hoe dat in mijn hoofd werkt. Ik denk dat er altijd drie of meer verhaallijnen moeten zijn voordat ik aan een film begin te werken. Eén is niet genoeg. Het is een verkeerschaos in mijn hoofd en meestal duurt het een hele tijd voordat verschillende lijnen bij elkaar komen. Vaak bedenk ik kleine dingen die ik zou kunnen gebruiken en die schrijf ik dan op. En dan misschien twee jaar later bedenk ik iets dat daar goed bij past en dan blijkt dat het financieel uitvoerbaar is, én dat ik vermoed dat het publiek er ook iets mee kan. Pas dán ga ik aan de slag met een scenario. Ik werk hier in Amsterdam ook gewoon door." [Haalt een volgeschreven papiertje uit zijn zak] "Kijk, dit is een nieuwe film. Dit ga ik aan het eind van het jaar uitwerken."
Zijn fantasie wordt gelukkig in toom gehouden door zijn cameraman, vertelt Pálfi. "Mijn stijl is barok." Een understatement, voor wie zijn films zag. "Het is een spannende vorm maar soms is het veel te veel van het goeie. Bij barok liggen de vorm en het verhaal van de film nooit op hetzelfde niveau, de vorm is altijd veel groter, aanweziger. En dat is mijn stijl. Als tegenwicht heb ik een cameraman die erg minimalistisch is, Gergely Pohárnok. Dat is goed voor mij en voor de film. Als ik roep:" [doet met zijn handen hoe de camera zich zou moeten bewegen] ‘zó, met die camera hierheen en dan omhoog en terug en dan draaien en dan zó…’ Dan zegt hij: ‘dat kan niet, dit is wat we kunnen doen,’ en maakt één simpele beweging. En dan zeg ik: ‘Wauw, dat betekent inderdaad precies hetzelfde. Goed punt.’"

Even iets anders. Zowel in hukkle als in taxidermia vallen wat dieren dood neer. Of ze worden opengesneden. Hoe werkte dat? De kat die werd vergiftigd in hukkle hadden we een slaapmiddel gegeven. De kat vecht tegen de slaap en zakt in elkaar en valt dan tegen de grond. Het lijkt echt alsof ze tegen het vergif vecht. Heel simpel. Het varken in taxidermia was wat anders. We gingen met de camera naar een rituele varkensslacht en ik heb de slager de kleren voor in de film aangetrokken. Dat was dus echt: de slager doodde het dier en wij filmden. Heel raar eigenlijk: als ik op de set zeg ‘iedereen luisteren, we gaan filmen. Alstublieft, slacht het varken.’ Dan is het illegaal. Maar als de slager zegt: ‘Ik ben klaar en ik ga nu dit varken slachten’, en ik laat de camera draaien, dan mag het wel. Het varken wordt geslacht maar de regie is anders. Een belachelijke juridische kwestie.

Sommige mensen zien in het tweede deel van taxidermia een politieke allegorie. Maar u ontkent. Hoe zit dat? Omdat ik liever over geschiedenis praat, dat is veel belangrijker. taxidermia heeft een historische achtergrond. Ik zou politiek filmen als ik vandaag iets zou zeggen over vandaag. Maar als ik film, blijf ik op grote afstand van de actuele politiek: wie liberaal is, wie conservatief, wie meer snelwegen wil, wie niet. Voor mij persoonlijk is het wel belangrijk maar voor film niet. Het heden is te klein. Mijn films moeten een nieuwe generatie over twintig jaar met hun verhalen ook kunnen bereiken.

 

Wat is die fascinatie met het lichaam in taxidermia? Ik zoek naar grenzen. Wat is een mens? Wat zijn de grenzen van een mens? Op elk niveau: van het lichaam, van het denken, van de emoties. Wat is nog het lichaam en wat niet meer? Misschien heeft het met mijn vragen over identiteit te maken. Weten wie je bent is een levensdoel en dat hoop ik te vinden door te zoeken naar de grenzen. Als ik die vind, weet ik hoe groot het land is dat ik moet kennen, dat land dat mijn lichaam is.

In hukkle waren mensen slechts omstanders, ze bevonden zich in de beelden en in het verhaal op hetzelfde niveau als de dieren. In taxidermia verschoof de mens naar het midden van het podium. Hoeveel van de mens is dier? Dat vroeg ik me af in taxidermia. En wat zit er nog meer in mensen? Waar ligt de grens van mens en dier, waarom denken wij dat we meer zijn dan dieren? Wij denken dat we Gods schepping zijn maar ik denk dat we negentig procent dier zijn. Onze lichamen, ons denken, alles werkt zoals dieren. Het enige dat ons anders maakt zijn onze woorden en onze kennis.
Ik weet niet of mensen echt van elkaar kunnen houden. Bestaat verliefdheid alleen uit driften of is er nog iets anders? Waar ligt daarin de grens tussen driften en emoties? Ik vind het een heel vreemde gedachte dat je van die ene persoon houdt, van jouw partner. Want waarom koos je dát meisje? Omdat ze zich toevallig in jouw omgeving bevond. Die locatie is belangrijk. Je kiest niet iemand uit alle vrouwen op de wereld. Misschien is er een veel beter meisje voor jou in Indonesië. Dus wat komt eerst: de wil om van iemand te houden of de liefde voor die ene speciale mens? Als je Plato’s gedachten over liefde als het vinden van je wederhelft bekijkt dan is het onwaarschijnlijk dat je die wederhelft in je directe omgeving vindt. Ik denk dus dat de wil om van iemand te houden eerst komt. Door daarover na te denken en dat in mijn films te gebruiken, zoek ik naar mijn eigen grenzen.

Zie je jezelf werken binnen een traditie in de cinema? Niet echt. Ik groeide op met star wars en e.t. en jaws. Spielberg, Lucas, Coppola. Ik denk dat de vorm waarin werk erg Amerikaans is. Ik bedoel, de techniek die we gebruiken, de professionele apparatuur, veel 3D-effecten en modellen voor het nieuwe Andersen-sprookje. We gebruiken dezelfde materialen, dezelfde cinematografie met strakke composities en nauwkeurig uitgewerkte beelden. Maar de betekenis van mijn beelden, en de inhoud van mijn verhalen zijn veel meer Europees.
Nee. Ik heb geen idee waar dit allemaal heen gaat. Ik droom er wel eens van om mijn agenda voor de komende drie jaar te kunnen vastleggen. Net als een operazanger die weet dat hij in oktober 2011 in de Metropolitan in New York staat en de Traviata zal zingen. Maar dat is lastig in dit werk. Ik blijf heel persoonlijk werken anders heeft het voor mij weinig zin. Ik maak ook commercials om rond te komen en dat is prima. Maar dat is wat anders dan mijn speelfilms. Mensen hebben me vaak gevraagd of ik niet in de VS wil werken en dat vind ik ook prima. Zo rigide ben ik niet. Maar dan wil ik wel de final cut.

Dat is Paul Thomas Anderson ook gelukt. Ja, maar there will be blood is nep. Komt er olie uit de grond spuiten, staan er mensen bij, zeggen ze niks tegen elkaar! Dat slaat nergens op. Kijk, de truc is, en dat heb ik in hukkle ook gebruikt, dat je mensen uit elkaar moet halen. Als die straaljager over komt vliegen dan zorg ik dat ik geen mensen samen in beeld heb. Anders gaan ze met elkaar praten. Dat is logisch. Kom, je moet wel kunnen geloven wat je ziet. Het moet wel kloppen.

Ronald Rovers