IFFR 2026: Big Talk Nicolas Becker en Simon Fisher Turner
De durf hebben om dingen uit dingen te maken
Sound of Metal
Om sound designer of componist te worden, hoef je geen techneut te zijn, maar moet je vooral je intuïtie volgen, blijkt uit het zaalgesprek tijdens IFFR met Nicolas Becker en Simon Fisher Turner.
Filmcritica Ellen E. Jones vraagt haar gasten, Nicolas Becker en Simon Fisher Turner, aan het begin van het gesprek naar het begin van hun carrière. Sound designer en componist Becker, die onde meer de geluidseffecten verzorgde voor Arrival (2016) en een Oscar won voor zijn geluidsontwerp voor Sound of Metal (2019), vertelt dat hij als vijftienjarige al droomde van een baan in de filmwereld. Op zijn achttiende ging hij aan het werk als productieassistent. In zijn eerste functie ziet hij hoe foley artists in donkere ruimtes hun werk doen, “als een soort goochelaars”.
Dat spreekt de jonge Becker aan. En eigenlijk doet hij sindsdien niets anders dan experimenteren met geluid. Het liefst fysiek: de Fransman heeft met computers leren werken, maar vindt dat “nog steeds niet gemakkelijk”. Becker voegt toe: “Ik ben geen technicus.” Hij ziet zichzelf – als hij geluiden opneemt – meer als een performer. Voor zijn werk gebruikt hij overigens geen bestaande fragmenten, alles wordt “from scratch” gemaakt.
Als voorbeeld van hoe Becker een sfeer probeert te scheppen, noemt hij een denkbeeldige scène in een bos. De effecten die hij daar bij bedenkt, noemt hij “souvenirs”. Als je zo’n scène op de juiste manier boetseert, komt die voor de toeschouwer ook tot leven, vertelt hij.
De loopbaan van muzikant, sound designer en componist Simon Fisher Turner start in een andere discipline: hij begint als kindacteur. Hij speelde enkele televisierollen, maar merkt al snel dat hij radio eigenlijk veel leuker vindt. “Muziek en geluid, dat greep mij aan.”
Zijn ontmoeting met filmmaker Derek Jarman – met wie hij in 1986 Caravaggio maakt – betekende een keerpunt van zijn carrière. Opvallend genoeg spreekt Tilda Swinton de avond voor de Big Talk van Becker en Turner in de Rotterdamse Pathé ook over die film, waarin zij debuteerde als actrice, tijdens de première van Heart of Light – eleven songs for Fiji. Die film is een persoonlijk essay van Cynthia Beatt, die een sterke verbondenheid voelt met de eilandenarchipel. Turner schreef er de muziek voor en is ook in de film te zien: leurend met een field recorder zoekt hij naar de geluiden die Fiji onderscheiden van de rest van de wereld. Er ontgaat hem niets – zo valt zijn oog (of oor?) op een groep vleermuizen.
Ook Krakatoa, de film op IFFR waar Becker aan heeft gewerkt, is gesitueerd nabij de Grote Oceaan. De film van Carlos Casas volgt een jonge Javaanse visser tijdens de uitbarsting van de vulkaan in 1883 – een eruptie die naar verluidt leidde tot het hardste geluid uit de geschiedenis. Krakatoa is een bijzonder zintuiglijke film, die de visser op de voet volgt door een soort hel op aarde. Dit is cinema, zou je kunnen zeggen. En Becker maakt de kijker daarvan bewust; alleen al het wisselend subtiele en angstwekkende gekraak van de vissersboot geeft de film een grote diepgang.
Maar het is vooral het voortdurende gebulder op de achtergrond dat leidt tot een existentiële spanning. Becker vertelt dat Casas van harde muziek houdt. En dat hij een liefhebber is van makers die de kijker een “fysieke ervaring willen laten ondergaan door middel van muziek”. Dus bracht hij veel instrumenten mee naar de studio.
Jones vraagt haar beide gasten of geluidsontwerp en het componeren van muziek een collaboratieve aangelegenheid is. Een terechte vraag: traditiegetrouw wordt dit soort werk, zeker bij kleinere speelfilms, uitgevoerd door eenlingen. Exemplarisch hiervoor is een scène uit Heart of Light waarin Turner te zien is terwijl hij alleen op zijn hotelkamer de geluiden die hij die dag opnam terugluistert. Fisher vertelt dat hij in zijn werk bepaalde dingen alleen doet, maar dat samenwerking het uitgangspunt is, al vanaf de films van Jarman waaraan hij meewerkte.
“Met Jarman was het een kwestie van samen praten, samen eten. Hij vertrouwde me immens. En ik hou er op mijn beurt van om weer samenwerkingen aan te gaan met muzikanten. Mijn werk is soms net als het maken van een pizza.”
Becker merkt op dat hij in de beginfase van zijn werk aan een film vaak alleen is, in een soort exploreermodus. Later wordt het werk “super-collaboratief”.
Er worden fragmenten getoond uit hoogtepunten van de oeuvres van Turner en Becker: Derek Jarmans Blue (1993) en Sound of Metal van Darius Marder. Het zijn allebei, zo observeert Jones, “sensorische momenten”. Blue was de laatste film van Jarman, die leed aan aids en langzaam blind werd. Hij zag alleen nog blauwe schimmen – tijdens de volle duur van de film is het scherm een egaal blauw vlak. Sound of Metal draait om een drummer (Riz Ahmed) die geleidelijk zijn gehoor verliest.
Turner: “Toen Jarman me vroeg, hapte ik meteen toe. Het begon allemaal als een geïmproviseerd concert, met twintig muzikanten en twee van de vertellers, Tilda Swinton en Jarman. Muzikant Brian Eno hoorde op de radio in een interview met Jarman het idee van de film en bood me zijn studio aan.” Turner legt uit dat dit een bijzondere film voor hem was, omdat hij normaliter meer van de “beelden” is, dan van een gesproken verhaal. “Ik moest een wisselwerking vinden tussen de dialoog en het geluid.”
Becker werd een jaar voordat Darius Marder Sound of Metal begon te filmen door hem benaderd. “We luisterden naar elkaar, lazen boeken, wisselden artikelen uit.” De Fransman vertelt dat zodra Marder een director of photography had gevonden, ze op zoek gingen naar een “gemeenschappelijke” visuele en auditieve taal voor de geleidelijke doofheid van het hoofdpersonage. Soms werden belangrijke dramaturgische momenten geschrapt, simpelweg omdat ze niet strookten met het perspectief en de belevingswereld van de drummer. Ook beklemtoonde Becker tegen Marder dat hoofdrolspeler Riz Ahmed en zijn bandgenoot in de film de instrumenten écht moesten beheersen. “Het publiek moet voelen dat het echt is.”
Turner vertelt dat zijn werk uiteindelijk draait om speelsheid en intuïtie. Om “dingen uit dingen te maken”. “Ik geloof in het gebruik van ruimte en het integreren van momenten van stilte.” Ooit hield hij van bombastische rock uit de jaren zeventig, met overdubde gitaarpartijen, maar nu is hij een voorstander van minimalisme. En niet alles hoeft perfect te zijn: ”Zoals Brian Eno ooit zei: als je drie keer dezelfde fout maakt, is het geen fout meer.”