Expositie The Sound of Cinema

Reis door de filmgeschiedenis

Filmhuis Den Haag is verbouwd en kreeg er een expositieruimte bij. De komende drie jaar is die ruimte gevuld met soundtracks: op schellak, vinyl, en een enkele cd. De uitgestalde albums maken de geschiedenis van de filmmuziek in de twintigste eeuw zichtbaar.

De strak naast elkaar gehangen vitrines glimmen van nieuwigheid. Elpees, singles, 78-toerenplaten en bladmuziek vullen de schappen en vormen een aantrekkelijke, kleurrijke collage. Toch vindt programmeur Leendert de Jong het nodig zich te verontschuldigen. Omdat de bordjes met begeleidende teksten nog niet naast de uitstalkasten hangen. Ook ontbreken nog de QR-codes, die bezoekers straks met hun telefoons kunnen scannen om stukjes van de getoonde soundtracks te horen of naar podcasts te luisteren. In plaats van bordjes en codes krijgt uw reporter nog iets beters: een enthousiaste privérondleiding door De Jong, die de kleine maar fijne tentoonstelling samenstelde met filmmuziek-connaisseur Kees Hogenbirk.

De reis door de filmgeschiedenis begint met een overzicht van de jaren tien tot en met de jaren dertig. Die beginjaren hebben de chaotische charme van een nieuw medium, dat nog niet vastzit aan formats. “De zogenaamd zwijgende film is nooit zwijgend geweest: muziek heeft er altijd integraal bij gehoord”, aldus de programmeur. Dat wordt duidelijk geïllustreerd met ‘algemeen toepasbare’ bladmuziek voor begeleidingspianisten en vooropgenomen schellakplaten met generieke fanfaremuziek en geluidseffecten, waaronder een galopperend paard. In de jaren twintig begonnen serieuze componisten als Dimitri Sjostakovitsj, Max Steiner en Aaron Copland stukken te schrijven voor films. Net als in de klassieke concertpraktijk gangbaar was, zie je dan programmaboeken verschijnen, zoals bij het door Edmund Meisel van muziek voorziene Pantserkruiser Potemkin.

In de late jaren dertig verschuift er iets. Tegelijk met zijn eerste avondvullende animatiefilm Sneeuwwitje en de zeven dwergen brengt Walt Disney geliefde liedjes als ‘Heigh-Ho’ en ‘One Day My Prince Will Come’ uit op een stapel 78-toerenplaten, die verkrijgbaar is in de platenzaak. De soundtrack zoals wij hem kennen is daarmee een feit—en dat terwijl we in de expositie nog maar één vitrine bekeken hebben. Waar bovendien nog veel meer over valt te vertellen.

De vitrines die volgen, voeren ons langs het escapisme van de Tweede Wereldoorlog en het cynisme van de film noir. Aan het eind van de jaren veertig maken kortdurende 78-toerenplaten op schellak ruimte voor 33-toeren elpees en 45-toeren singles op vinyl. Daarmee wordt de soundtrackplaat een steeds interessanter instrument om films te marketen, eerst in de VS, maar daarna ook in Europa en Azië. De rest is geschiedenis. In dit geval: een interessante vormgegeven geschiedenis die beslist eens bekeken moet worden. Haast is niet echt geboden, want de expositie blijft drie jaar hangen. Vaste bezoekers van Filmhuis Den Haag hoeven er niet op uitgekeken te raken dankzij enkele wisselvitrines, die elke drie maanden een andere inhoud krijgen. James Bond en Bollywood-soundtracks—waaronder mijn persoonlijke favoriet Guide, van de onvolprezen componist S.D. Burman—bijten het wissel-spits af.

De Jong en Hogenbirk laten hun geschiedenis van de soundtrack eindigen na de jaren tachtig. Daar zou je tegenin kunnen brengen dat enkele van de best verkopende soundtracks aller tijden juist zijn uitgebracht in de jaren negentig (The Bodyguard, Titanic) en zelfs in onze eeuw (O Brother Where Art Thou?). Leendert de Jong voert dan weer aan dat het kleine cd-doosje in elk geval een (voorlopig) einde maakte aan de soundtrack-elpee, met zijn visueel zo aantrekkelijke formaat van dertig bij dertig centimeter. En dat is een esthetisch argument waar weinig tegenin valt te brengen.


Soundtrack of score?

In zijn meest basale betekenis is de soundtrack het geluidsspoor, waarop alles is opgeslagen wat in een film te horen is: dialogen, geluidseffecten en filmmuziek. Maar zoals de expositie The Sound of Cinema laat zien, duiden begrippen als Original Sound Track (OST) en Original Motion Picture Soundtrack (OMPS) al decennia lang primair op de filmmuziek, die los van de film wordt uitgebracht. Zo’n soundtrack kan bestaan uit een score: de integrale opname van alle voor de film gecomponeerde muziek. Maar er zijn ook soundtracks, vooral bij musicals, met een selectie van de populairste songs.

In een van de begeleidende podcasts licht filmjournalist Kees Hogenbirk, medesamensteller van de expo, zijn duidelijke voorkeur toe: “Soms worden albums samengesteld met ‘songs inspired by the film’; dat heeft niets met filmmuziek te maken. Een enkele keer staan er stukjes dialoog, geluiden en scores uit de film tussen de tracks: dan is het een échte ‘sound-track’: je kunt het verhaal enigszins volgen. Zoals op het dubbelalbum van Apocalypse Now: ik schrik steeds weer wanneer de tijger uit het oerwoud tevoorschijn springt. Toch houd ik het meest van een album met alleen de score, in dezelfde volgorde als in de film.”