A Taxi Driver en 1987: When the Day Comes

Koreaanse hitfilms dalen af in de beerput

Datum
30-05-2018
Auteur
Verschenen in
Regie
Jang Joon-hwan
Te zien vanaf
23-11-2018
Land
Zuid-Korea, 2017

A Taxi Driver

Terwijl de wereld uitkijkt naar de historische toenadering tussen Noord- en Zuid-Korea, kijkt Zuid-Korea terug naar de eigen geschiedenis. Het afgelopen jaar verschenen opvallend veel grote en goede publieksfilms over historische kantelpunten. En dat op de kenmerkende, verrukkelijke Koreaanse manier: met verrassende scripts, echte mensen en een rijke mix van suspense en melodrama.

Het verleden leeft in de Zuid-Koreaanse hightech-maatschappij. Vier succesfilms uit het afgelopen jaar behandelen mijlpalen uit de geschiedenis.

The Fortress (Namhansanseong; Hwang Dong-hyuk) toonde de lange opmaat naar het onvermijdelijke verlies van een Chinese overmacht in de zeventiende eeuw. De beeldschone, trage film koos voor loodzware ernst en vlammende zelfkritiek op een politiek elite die eer verkoos boven mensenlevens.

De megablockbuster The Battleship Island (Gunhamdo) van actiegrootmeester Ryoo Seung-wan (Veteran, 2015) kiest voor overkill en mist daarom iedere emotionele impact. Het verhaal, over een gruwelijk werkkamp tijdens de Japanse bezetting (1910-1945), verdrinkt ook nog eens in een moeilijk te verteren nationalistische saus.

De twee beste films uit dit historisch viertal richten zicht op de turbulente jaren tachtig, toen Zuid-Korea zich met horten en stoten oprichtte van militaire dictatuur naar volbloed democratie.

Bloederige hoofdverbanden
A Taxi Driver (Taeksi woonjunsa) van Jang Hoon doet verslag van bloedig neergeslagen protesten in de stad Gwangju in 1980, toen honderden, misschien duizenden demonstranten de dood vonden. We zien deze chaotische, spontane opstand door de ogen van een gezagsgetrouwe taxichauffeur, gespeeld door superster Song Kang-ho (de goedzakkige lobbes uit Bong Joon-ho’s The Host).

In vlotte, scherpgetekende scènes leren we deze bestuurder goed kennen: doodgewone kerel, altijd platzak, afwezige vader.
Als hij een buitenlandse journalist op zoek naar een scoop richting Gwangju rijdt, belandt hij per toeval in het middelpunt van de strijd tegen de militaire dictatuur. Verbaasd vraagt hij aan de demonstranten: “Maar waarom stoppen jullie dan niet met demonstreren, als het leger zegt dat het niet mag?” Maar hoe langer hij in de stad verblijft, hoe meer mensen hij met bloederige hoofdverbanden ziet, en hoe meer hij zelf deel wordt van de opstand.

A Taxi Driver giert in de climax uit de bocht, als de demonstranten wel heel erg in slow-motion worden neergeschoten, en in een bijna olijke actiescène het leger kleine groene taxi’s achtervolgt. Maar dat vergeef je de film direct. Er staan te veel mooie, kleine scènes tegenover: toevallige ontmoetingen op straat, ontroerende momenten van prille camaraderie.

Gerammel aan de doofpot
Tegenover het kleine perspectief van de taxichauffeur staat het breed uitwaaierend, overdonderende epos 1987: When the Day Comes (Jang Joon-hwan, bekend van Save the Green Planet). Zeven jaar na het bloedbad van Gwangju is Zuid-Korea een democratie geworden, maar alleen in naam. Zo besluit het autoritaire regime dat het zelf wel even de volgende president kan aanwijzen. De onvrede vat vlam na de moord op student Park Jong-chul, een gebeurtenis die iedere Koreaan kent.

Zonder omweg begint de film met de mislukte reanimatie van deze Park, een demonstrant die weigerde namen te noemen en stierf na hardhandige waterboarding. Dan zoomen we uit naar de martelende, fel anticommunistische geheime politie, een rechtschapen openbaar aanklager, journalisten die aan de doofpot rammelen, studenten en gewone burgers. Het grote aantal personages dat in moordend tempo voorbij komt doet naar adem happen, maar tegelijkertijd is verbazingwekkend hoe glashelder de vertelling zich ontvouwt.

1987: When the Day Comes

En dan worden halverwege de film ook nog nieuwe hoofdpersonen geïntroduceerd terwijl de openbaar aanklager, toch de held van het verhaal, naar de achtergrond verdwijnt. Wat een prachtige, opzwepende puzzel.

Op dit enorme canvas schakelt regisseur Jang niet alleen tussen personages maar ook tussen emoties. Als een vader rouwt om zijn vermoorde kind, is dat echte rouw: verdriet dat pijn doet en lelijk mag zijn. Maar als de ME in kleine busjes door de straten giert, knuppels in de aanslag, doet de spanning niet onder voor die van The Avengers. Zoals altijd in de beste Koreaanse films slinger je heen en weer tussen emoties. Dat kun je melodramatisch noemen, maar enerverend is het wel.

A Taxi Driver werd in Zuid-Korea de best bezochte film van het jaar en ook 1987: When the Day Comes was een grote hit. Het is niet toevallig dat juist nu deze films verschijnen. In 2017 leidden demonstraties van miljoenen betogers tot een gevangenisstraf van 24 jaar voor de corrupte president Park Guen-hye, en deze keer zonder bloedvergieten. Zolang de dagelijkse werkelijkheid nog zoveel aanleiding geeft het recente verleden te onderzoeken, blijven wij films tegen het lijf lopen die afdalen in de beerput en ons op de koop toe ook nog vermaken.


A Taxi Driver en 1987: When the Day Comes zijn vekrijgbaar op import blu-ray.