Ryūsuke Hamaguchi over All of a Sudden

‘Deze ontmoeting heeft iets van een wonder’

Datum
07-10-2026
Auteur
Verschenen in
Lees meer over

Ryūsuke Hamaguchi

Ryūsuke Hamaguchi’s met fluwelen hand geregisseerde All of a Sudden toont een diepe, wezenlijke ontmoeting tussen twee vrouwen, de een Japans, de ander Frans. En daarmee ook tussen twee talen. “Je concentreren op elkaars lichaam, roept ook reacties op in jezelf.”

Twee maanden voor het begin van de opnames van Ryūsuke Hamaguchi’s All of a Sudden (Soudain) sprak Virginie Efira nog geen woord Japans en haar tegenspeler Tao Okamoto nog geen woord Frans. En toch moesten ze samen acteren, met elkaar spreken – ze moesten samen de film dragen.

Als we aannemen dat ze allebei behoorlijk Engels kunnen, was dat dan een optie geweest? Elkaar ontmoeten op ‘neutraal’ (zij het uiteindelijk Brits-imperialistisch) terrein? Nee. Onmogelijk. Want dat zou het hart uit de film gehaald hebben.

Taal is in All of a Sudden niet alleen iets wat je zegt, maar iets wat je belichaamt. Communiceren doe je met je hele lijf, de woorden worden gedragen door je ademhaling, je houding, je beweging. Om dat ten volle te doen, om jezelf zo volledig mogelijk uit te drukken, heb je je moerstaal nodig.

En dus gingen Efira en Tao (die haar voornaam als mononiem gebruikt) twee maanden stampen en spreken hun personages afwisselend Japans en Frans, wat in de film wordt verklaard doordat ze allebei ooit in het land van de ander hebben gestudeerd. Het betekent dat ze in hun gesprekken altijd kunnen terugvallen op hun moedertaal. Dat gebeurt vooral bij persoonlijke zaken – Efira’s Marie-Lou is een verpleeghuisdirecteur die vecht voor het invoeren van een nieuw, menselijker beleid en Tao’s Mari is een theatermaker die lijdt aan ongeneeslijke kanker.

All of a Sudden

Moedertaal
In Cannes, waar zijn film in première ging, wijst Hamaguchi erop dat hij ook in Drive My Car (2021) al meertalige personages had. “Als je genoeg voorbereidingstijd hebt, is het een fijne manier van werken, die ook voor een acteur goed kan uitpakken. Want die kunnen zich dan in hun moedertaal op de rol storten en zich tegelijkertijd met volle aandacht richten op elkaars lichaam en lichaamstaal. En wanneer je je heel, héél erg aandachtig concentreert op elkaars lichaam, roept dat ook reacties op in jezelf. Er ontstaat een soort kettingreactie. Dat is gemakkelijk gezegd, maar het betekende wel dat Virginie Japans moest leren en Tao Frans. En voor de geloofwaardigheid van hun scènes moesten ze daarin ook nog tamelijk vloeiend klinken.”

Een andere overeenkomst met Drive My Car is dat er een toneelstuk in de film zit. Ditmaal een Japans stuk over psychiatrische instellingen, dat wordt opgevoerd in Frankrijk. De Japanse acteur legt het publiek uit waarom hij, hoewel hij het Frans beheerst, het stuk toch in het Japans speelt: omdat je alleen in je moedertaal echt kunt acteren. Het is ook een precieze, zeer talige opvoering. Maar tegelijk mag zijn sterk autistische kleinzoon, die niet spreekt, er gewoon doorheen lopen. Ook die communiceert. Ook die belichaamt. En de suggestie is natuurlijk: die breekt iets open van onze sociale omgangsvormen, die ons helpen maar ook gevangenhouden – net als zorg­instellingen.

“Ik heb dat stuk zelf geschreven, op basis van het boek Psychonautica van medisch antropoloog Takeshi Matsushima, waarin het veel gaat over Franco Basaglia, iemand die zeer kritisch was op psychiatrische instellingen in Italië. Dat was voor mij een schokkende gedachte, want in de Japanse context lijkt het afschaffen daarvan zo goed als onmogelijk. Maar ook Basaglia zelf wist dat het bijna onmogelijk was, en toch lukte het hem. Dat gegeven ontroerde me enorm.”

Instinct
Een ander boek lag ten grondslag aan de film als geheel: een briefwisseling tussen Makiko Miyano, een filosoof met ongeneeslijke borstkanker, en antropoloog Maho Isono, in het Engels gepubliceerd als When Life Suddenly Takes a Turn: Twenty Letters Between a Philosopher Living with Terminal Cancer and a Medical Anthropologist. “Als briefwisseling tussen twee academici is veel van de discussie tamelijk abstract en niet erg visueel. En toch heeft de ontmoeting van de twee vrouwen in het boek me enorm aangegrepen. Maar ik moest hard nadenken hoe ik dit visueel kon bewerken tot een film.”

De sleutel is hier, voor Hamaguchi, om niet de tekst te verfilmen, maar de betekenis. En dat kost tijd. “Ik herlees het boek zo vaak, totdat het voelt alsof het deel van mijn lichaam geworden is. En dan pas ga ik bedenken in welke vorm ik het zal gieten. Waarbij ik op mijn instinct vertrouw, want ik geloof dat het lichaam, als het al deze dingen in zich heeft opgenomen, weet waarnaar het op zoek is. Daar vertrouw ik op als ik schrijf en ook als ik regisseer: ik denk dat we veel begrijpen van de toestand van een acteur via hun lichaam en hun stem. En zelfs wanneer ik dialogen schrijf, vertrouw ik op mijn lichaam, want ik denk dat ik fysiek moet zijn bij het schrijven, als ik wil dat die dialogen ook een lichamelijk effect hebben op de acteurs.”

Wat onderstreept dat het bij Hamaguchi nooit alleen om de woorden zelf gaat. Maar altijd om wat die met zich meedragen. Het mooie is, dat Hamaguchi daar komt, niet door woorden terzijde te schuiven, maar juist door ze met extreme precisie toe te passen. Daardoor zie je (voel je, weet je) steeds duidelijker wat woorden überhaupt zijn: uitingen van het zelf, die nooit los te zien zijn van het lichaam, de situatie – en de ander.

Plotselinge ontmoeting
De grootste ingreep ten opzichte van het bronmateriaal is het deels verplaatsen van het verhaal naar Frankrijk. In All of a Sudden is het gesprek tussen Marie-Lou en Mari niet alleen meer een gesprek tussen twee beroepen en twee levensfasen, maar ook tussen twee landen, culturen – en talen.

“Doordat ze in de film allebei in hun eigen taal kunnen spreken,” vertelt Hamaguchi in het Japans, aldus de tolk, “ontstaat er een bijzondere situatie. Ik heb de indruk dat naar een taal luisteren die niet je eigen is, gemakkelijker is dan ermee spreken. Zoals dat jij me nu net een vraag hebt gesteld in het Engels, terwijl ik antwoord in het Japans.” Een inderdaad altijd weer fascinerende situatie, die echter wel alleen maar functioneert omdat er een tolk bij zit. Wat meestal niet het geval is, wanneer je plotseling iemand ontmoet.

En juist dat maakt volgens Hamaguchi de ontmoeting van Marie-Lou en Mari zo bijzonder: “Dat twee mensen die elkaar tegenkomen in hun twee moedertalen met elkaar kunnen spreken, maakt voor mij de situatie enigszins magisch. Deze ontmoeting heeft iets van een wonder. Zo voelt het voor de personages, en zo zou het dus ook voor de acteurs moeten voelen. En via hen ervaart misschien ook het publiek dat elke uitwisseling tussen hen iets van een klein wonder heeft. Wat hopelijk helpt om geloofwaardig te maken dat zelfs in de korte tijd die we met ze doorbrengen, Marie-Lou en Mari zo’n diepe band ontwikkelen dat ze de dood tegemoet kunnen treden op de manier waarop ze dat uiteindelijk doen.”

Het leverde Efira en Tao een gedeelde acteerprijs op in Cannes. Of beter gezegd: een gezamenlijke. Want hoe deze twee vrouwen, Marie en Mari, die vanaf het eerste moment een connectie ervaren, stap voor stap dichter bij elkaar komen en meer en meer één worden, wat de een helpt te sterven en de ander te leven – dat is uiteindelijk waar de film over gaat. De kracht van een echte, volledige ontmoeting.


All of a Sudden draait vanaf 29 oktober 2026 in de bioscoop.