Venetië 2026: Rusland en Israël
DAU versus NAZA
NAZA
Filmkrant doet verslag van de 83e editie van het filmfestival van Venetië. Met ditmaal de vraag: hoe gaat het festival om met Rusland en Israël, de twee oorlogslanden waarover de Kunstbiënnale dit jaar gestruikeld is?
Zoals in de eerste blog al beschreven, verkeek de Kunstbiënnale zich nogal op het effect van het opnieuw welkom heten van Rusland en Israël. De jury stapte op, protesten en juridische dreigementen verstoorden de tentoonstellingen en de Europese Unie schrapte twee miljoen aan subsidie vanwege de Russische terugkeer – let wel, niet vanwege de Israëliërs.
Het roept de vraag op hoe het filmfestival (dat onderdeel is van dezelfde Biënnale-moederorganisatie) omgaat met deze twee meest heikele geopolitieke onderwerpen, waar zo veel festivals mee worstelen.
Een flink aantal sterren ondertekende een open brief van Venice4Palestine die vroeg om een heldere stellingname pro-Palestina. Maar het festival verschuilde zich, bij monde van festivaldirecteur Alberto “films van vrouwen zijn niet goed genoeg” Barbera, opnieuw achter de dooddoener dat ze slechts ruimte bieden voor open debat. En dat iedereen welkom blijft.
Rusland
En dus werd Ilya Khrzhanovsky, hoewel zijn megalomane multimediaproject DAU over de Sovjet-Joodse fysicus Lev ‘Dau’ Landau, na de Berlinale van 2020 op het internet een stille dood stierf, dit jaar met open armen ontvangen in Barbera’s competitie. De beknopte titel DAU is misleidend voor dit laatste werk uit “The Khrzhanovsky Show”: een film van 195 minuten, gedestilleerd uit ruim zevenhonderd uur aan 35mm-filmmateriaal, waaraan Khrzhanovsky zo’n vijftien jaar van zijn leven wijdde.
Over de veel grotere offers die cast en crew maakten in de replica van het in Charkiv opgetrokken Sovjet-instituut is al veel geschreven en gedebatteerd – de definitieve uiteenzetting komt van de Oekraïense filmwetenschapper Ivan Kozlenko. Maar de controverse rond DAU in Venetië berust niet alleen op de bekende verhalen van fysiek geweld, seksuele intimidatie en andere vormen van exploitatie op Khrzhanovsky’s set. Met het vertonen van Dau geeft Barbera dit jaar ook een podium aan een Russische cineast, terwijl de oorlog in Oekraïne nog altijd woedt.

Het programmeren van DAU leidde dan ook tot Oekraïense verontwaardiging. Het weerwoord van Khrzhanovsky (openlijk pro-Oekraïne en naar eigen zeggen – en onmiddellijk weerlegd – zonder Russisch paspoort) is dat er geen enkele roebel aan deze radicale hermontage is uitgegeven. A priori een bedenkelijke claim, want zijn opnames leunden al die jaren op kapitaalinjecties van de Russische oligarch Sergej Adonjev, die sinds 2023 op verscheidene sanctielijsten staat. Bovendien incorrect: DAU’s nieuwe producent, Leonid Lebedev, staat op diezelfde lijsten.
En als de Sovjet-simulator, zoals Barbera stelt, totaal niet pro-Poetin is, doemt de vraag op waarom invloedrijke Poetinisten zoals Ksenia Sobtsjak – een influencer en journalist die zo nauw met het Kremlin samenwerkt dat ze de bijnaam “peetdochter van Poetin” heeft – ook over de rode loper struinen. Hoe dan ook: het regent sterren voor DAU’s gewelddadige Sovjet-spektakel, al schetst de Oekraïense filmjournalist Sonya Vseliubska een pijnlijk beeld van hoe het is om deze totalitaire deconstructie van het totalitarisme door een Oekraïense bril te bekijken.
Israël
En hoe zit het met Israël?
Er stonden dit jaar twee Israëlische films op het programma – NAZA en The Road to Jericho, beide kritisch op het eigen regime. Van deze twee toont vooral NAZA hoe koelbloedig en berekenend de genocide op Palestijnen wordt uitgevoerd.
Desondanks vonden sommige journalisten dat NAZA niet thuishoort op een festival als Venetië – een festival dat immers de filmkunst viert – en zeker niet in de hoofdcompetitie. De aangrijpende documentaire over de Israëlische militaire operaties in Gaza – door een van de geïnterviewde IDF-soldaten nadrukkelijk een genocide genoemd – zou niet meer zijn dan een gedegen stukje journalistiek. En al helemaal geen Cinema. Sommige journalisten noemden NAZA zelfs een excuusfilm, alleen maar op het laatste moment in de competitie opgenomen om kritiek op het gebrek aan politieke stellingname van het festival voor te zijn.
Maar uiteraard draait de hoofdcompetitie niet om één soort film; er zijn allerlei genres vertegenwoordigd, van thrillers (Primetime) tot romantische dramedies (Un peu avant minuit) en flauwe genrefilms (Spiral). Het is de vraag waarom NAZA daar niet toe zou behoren. De grootste aanklacht, dat beeld in de film van secundair belang is, lijkt in ieder geval ongegrond.
Je zou kunnen stellen dat een documentaire met alleen ‘pratende hoofden’ niet thuishoort op een festival van de Kunsten, maar dat negeert de cinematografische keuzes die de film maakt. Neem bijvoorbeeld de locatie: geen studio, maar de daken van Tel Aviv, met op de achtergrond nietsvermoedende Israëliërs die de was vouwen, yoga doen en op de bank hangen. Of de manier waarop de 24 geïnterviewde IDF-soldaten geanonimiseerd worden: in de schaduw van de hypermoderne flatgebouwen, hun gelaat in het donker gehuld.
De stilte, de precisie, de ingehoudenheid – weerspiegelt dat niet de extreem rationele manier waarop het Israëlische leger te werk gaat, met AI-algoritmes die bepalen welk telefoongebruik lijkt op dat van Hamas-leiders, computerschermen die met een kleurtje aangeven welke wijken platgebombardeerd worden, en de afkorting NAZA die naast elk doelwit verschijnt, door de Israëlische inlichtingendienst eufemistisch gebruikt om het verwachte aantal burgerslachtoffers bij een geplande luchtaanval aan te duiden? (20 NAZA is standaard, maar soms wordt zelfs 500 NAZA goedgekeurd.)
Zelf zei Yuval Abraham, coregisseur en onderzoeksjournalist, in een interview dat Filmkrant met hem had tijdens het festival, dat hij het onderscheid tussen films en journalistiek niet onderschrijft: “Cinema kan journalistiek ondersteunen.” “We begrijpen waarom deze film anders is dan de andere films in competitie”, vervolgde hij. “Het is een politieke documentaire. Hij draagt het gewicht van de getuigenis van massale gruweldaden van de Israëlische staat. Maar we hebben geprobeerd om de middelen die de filmkunst te bieden heeft in te zetten bij de montage, structuur en mise-en-scène.”

Het resultaat is systeemkritiek van binnenuit, waarmee NAZA in dezelfde categorie kan worden geplaatst als My Undesirable Friends: Part II – Exile, het tweede deel van een langjarig portret van enkele van de laatste onafhankelijke journalisten in Rusland, die echter na de grootschalige inval van Oekraïne in 2022 en de daaropvolgende definitieve sluiting en vervolging van alle onafhankelijke Russische media halsoverkop het land moesten verlaten, waarmee dit tweede deel begint.
Hoewel My Undesirable Friends: Part II, geregisseerd door de Russisch-Amerikaanse Julia Loktev, officieel geldt als een Amerikaanse documentaire en NAZA van de Israëlische Yuval Abraham en Rachel Szor (bekend van No Other Land, 2024) gefinancierd is vanuit het Verenigd Koninkrijk, kijk je naar respectievelijk Russische journalisten en Israëlische inlichtingenofficieren die hun eigen land zeer onderbouwd de maat nemen. Ze voelen als een Russische en een Israëlische film. En ze horen zeer zeker wel thuis op de Biënnale.