Venetië 2026: Voorbeschouwing

In de spagaat

Datum
02-09-2026
Lees meer over

NAZA

Een late toevoeging aan de competitie, een nét niet afgezegde persconferentie en een crisis bij de moederorganisatie. Terwijl op het Lido de rode loper wordt uitgerold, lopen de spanningen op. De komende dagen zal Filmkrant verslag doen van een beladen 83e editie van het filmfestival van Venetië.

Wat is de rol van politiek in de kunst en van kunst in de politiek? Geen vraag lijkt in de hedendaagse culturele sector zo belangrijk en toch verschuilen culturele organisaties zich angstvallig achter de neutraliteit van de kunst om deze discussie te vermijden. Zeker voor een filmfestival als Venetië, dat steeds meer ruimte maakt voor documentaires over actuele gebeurtenissen, is die neutraliteit moeilijk vol te houden.

Op maandag 24 augustus, iets meer dan een week voordat het 83e filmfestival van Venetië van start gaat, werd bekendgemaakt dat NAZA was toegevoegd aan het hoofdprogramma van de competitie. Deze onderzoeksdocumentaire van Yuval Abraham en Rachel Szor, twee van de filmmakers van No Other Land (2024), gaat over de burgerslachtoffers van de militaire operaties van Israël in Gaza.

Een late toevoeging kan een manier zijn om kritiek op de selectie te pareren. In Cannes, waar genderpariteit al jaren ter discussie staat, worden bijvoorbeeld opvallend vaak op het laatste moment films van vrouwelijke makers aan de competitie toegevoegd.

De selectie van NAZA vindt plaats tegen de achtergrond van groeiende kritiek op La Biennale di Venezia, de organisatie achter het festival, die ook verantwoordelijk is voor de tweejaarlijkse internationale kunstbiënnale. Daar leidde de volledige terugkeer van Rusland – dat de vorige twee edities afwezig was – en de deelname van Israël – het Israëlische paviljoen bleef in 2024 nog dicht op initiatief van kunstenaar Ruth Patir – tot felle protesten. Activisten van de Art Not Genocide Alliance blokkeerden beide paviljoens en Pussy Riot protesteerde voor de deur van het Russische paviljoen. De volledige internationale jury, onder leiding van Solange Oliveira Farkas, trad vlak voor de opening af nadat ze had verklaard geen landen in aanmerking te nemen waarvan de leiders door het Internationaal Strafhof worden beschuldigd van oorlogsmisdaden. Daarop introduceerde de stichting halsoverkop een publieksstemming, de zogenaamde ‘Leoni dei Visitatori’ (Leeuwen van de Bezoekers), waarbij bezoekers tot het einde van het festival, op 22 november 2026, op hun favoriete paviljoen mogen stemmen. Waarop tientallen deelnemende kunstenaars, die uit solidariteit met de teruggetreden jury geen deel wilden uitmaken van deze publiekspoll, met juridische stappen dreigden toen de Biënnale naliet hun namen van de stemlijst te halen. Daarbovenop trok de Europese Commissie 2 miljoen euro aan subsidie in wegens de beslissing om Rusland toe te laten.

Ook op het Lido dringt de wereldpolitiek binnen. Na bekendmaking van het programma kwam het festival onmiddellijk onder vuur te liggen vanuit Oekraïne. De Oekraïense ministeries van Cultuur en Buitenlandse Zaken bekritiseerden de selectie van Dau, de film van de Russische dissidente regisseur Ilya Khrzhanovsky over de Sovjet-wetenschappers die de atoombom ontwikkelden. Die film werd in verband gebracht met “Russische beïnvloedingsnetwerken”. Het festival, artistiek directeur Alberto Barbera en Khrzhanovsky zelf weerspraken de beschuldigingen in afzonderlijke verklaringen. Khrzhanovsky, die in 2024 afstand deed van zijn Russische staatsburgerschap, schreef op Facebook dat zijn film niet vooraf veroordeeld moet worden aan de hand van “aannames die in tegenspraak zijn met de gedocumenteerde geschiedenis van het project”.

Tegelijkertijd ondertekenden meer dan honderd filmprofessionals de oproep Venice4Palestine, waarin zij eisten dat het festival een krachtiger standpunt zou innemen tegen de genocide in Gaza. Ondanks de toevoeging van NAZA lijkt de Biënnale vooralsnog niet van plan gehoor te geven aan die eis.

Barbera noemt de selectie van dit jaar “de meest politieke van de afgelopen jaren”. Op het programma staan onder meer Laura Poitras’ korte documentaire They’re Here over protesten in Minnesota tegen de ICE-razzia’s, het derde deel van Sophie Fiennes’ filmessayreeks The Pervert’s Guide to Utopias met de marxistische filosoof Slavoj Žižek, Barbara Kopple’s Union Town over de bezorgindustrie van New York City, en het tweede deel van Julia Loktevs My Undesirable Friends over onafhankelijke journalisten in Rusland.

Zoals altijd wijst Barbera op de selectie van films, die voor zichzelf zou moeten spreken. Maar politiek beperkt zich niet tot de onderwerpen die op het scherm worden getoond. Van de 21 films in de hoofdcompetitie is slechts één film geregisseerd door een vrouw. Barbera verklaarde dat de ingezonden films van vrouwen “onvoldoende kwaliteit” hadden. De competitie biedt wel ruimte aan de mysteryfilm Company van Casey Affleck, de acteur en regisseur die in 2010 door twee vrouwelijke crewleden werd beschuldigd van seksuele intimidatie en verbaal geweld. Ook Roman Polanski, veroordeeld voor verkrachting, wordt geëerd met de gerestaureerde versie van zijn film Cul-de-sac (1966) in de sectie Venice Classics.

Net als andere grote filmfestivals presenteert Venetië zichzelf graag als een uitwisselingsplek voor films en ideeën. Dat het bieden van een open discussieruimte vooral een excuus is om zelf geen standpunt in te nemen, bleek op 29 augustus. Toen werd de openingspersconferentie van de jury, onder leiding van Maggie Gyllenhaal, plotseling afgelast. Hoewel er officieel sprake was van een “conflict in de planning”, en de Biënnale de volgende dag, na felle kritiek in de media, besloot om de persconferentie toch door te laten gaan, werd deze stap gezien als een poging om politiek geladen vragen te vermijden, zoals die eerder dit jaar de filmfestivals van Berlijn en Cannes hadden doen ontsporen.

Vorig jaar antwoordde toenmalig juryvoorzitter Alexander Payne op de vraag naar zijn standpunt over de humanitaire crisis in Gaza: “Ik ben hier om te jureren en over film te praten.” Die uitspraak werd het jaar daarop door verschillende filmprominenten op festivals herhaald, onder andere door Wim Wenders, juryvoorzitter in Berlijn, die verklaarde dat filmregisseurs zich “niet met politiek moeten bemoeien”. De angst is dat, door politiek te benoemen, de films zelf ondersneeuwen. Maar alleen door het gesprek over politiek en kunst te voeren, ontstaat de ruimte om andere aspecten van kunst te waarderen. Nu het gesprek angstvallig afgehouden wordt, gaan de gesprekken tijdens het festival steeds meer over de olifant in de kamer.

Politiek is een van de dimensies van kunst. Dat betekent niet dat iedere kunstvorm een politiek statement moet zijn. Maar pogingen om de politieke werkelijkheid simpelweg buiten de deur houden, wakkeren de controverse alleen maar aan. Payne’s jury kende de hoofdprijs vorig jaar toe aan Father Mother Brother Sister, en niet aan The Voice of Hind Rajab, Kaouther Ben Hania’s reconstructie van de moord op het Palestijnse meisje Hind Rajab. Dat leverde hem felle kritiek op. Ben Hania maakt nu zelf deel uit van de jury.

Op het Lido zal de komende dagen opnieuw de vraag klinken waar een filmfestival om draait. Om films, natuurlijk. Maar ook om wie ze maakt en wat buiten beeld blijft.