Young Soul Rebels
Message in the Music
Young Soul Rebels
Engeland 1977: Het jaar van koningin Elizabeths zilveren jubileum maar ook het jaar waarin punk een hele generatie opzweepte en de Sex Pistols zich vloekend en boerend een pad over verschillende bühnes baanden. Het jaar waarin nationale gevoelens een uitweg vonden in met Union Jack-kleuren behangen etalages, maar anderssoortige gevoelens op muren werden samengevat met de kreet “black and white unite and fight“. Het is het jaar waarin volgens regisseur Isaac Julian de aanzet voor een zwart-Britse cultuur werd gegeven door van funk bezeten soulbrothers en -sisters.
The Young Disciplines en Soul II Soul zijn gemeengoed geworden in Europese disco’s maar Isaac Julian herinnert zich scherp hoe in 1977 werd gevochten om een spaarzaam uit Amerika geïmporteerd funk-plaatje. De disco’s waren voor zwart en wit een vrijhaven waar de geluiden van het op rassenrellen aansturende National Front verloren gingen in het hypnotiserende ritme van de muziek.
De bijdrage van punk aan de populaire jeugdcultuur is allerwegen erkend, maar zeer veel groter is de invloed van funk en soul geweest, volgens Julian. Met zijn Young Soul Rebels roept hij een periode op waarin gedreven jonge zwarten zich een pad baanden door blank Engeland, om er voorgoed hun stempel te drukken op de nationale cultuur.
Zo ook Chris en Caz, twee jonge DJ’s die met hun piratenzender achter in een garage in de behoefte aan soul- en funkmuziek voorzien. Elke dag leven zij toe naar de avond, wanneer zij kunnen schitteren in de disco, achter hun mixpaneeltje of op de dansvloer “wearing the right clothes and doing the right moves“.
Het nonchalante ritme van hun bestaan wordt wreed verstoord wanneer hun homoseksuele vriend T.J. tijdens zijn nachtelijke cruising door het park wordt vermoord. Bij toeval vindt Chris de door hem verloren cassetterecorder waarop T.J.’s laatste woorden en de stem van zijn moordenaar te horen zijn. Los van deze zijlijn, door Julian benut om enerzijds het ingekankerde racisme van de gemiddelde blanke Brit aan te tonen en anderzijds de homoscene te portretteren, vervolgt het verhaal met de grootse toekomstplannen van Chris en Caz, waarin een legaal radio-muziekprogramma voorop staat.
Daartoe knoopt Chris vriendschappelijke betrekkingen aan met radio-productieassistente Tracy. Met lede ogen ziet Caz een liefdesrelatie ontstaan tussen de twee. Overtuigd van Chris’ verraad aan hun vriendschap en gemeenschappelijk ideaal zoekt en vindt hij een nieuwe partner in de blanke punk Billibudd. Een opmerkelijke combinatie die eveneens uitmondt in liefde met een hoofdletter L. Een Grand Finale waarin tijdens het Stuff the Jubilee-concert in het park skinheads en National Front-aanhangers slaags raken met punks en Chris en Caz geconfronteerd worden met T.J.’s moordenaar, besluit een film die niet direct een cinematografisch wonder genoemd kan worden, maar wel op een voor een breed publiek toegankelijke wijze een aantal boodschappen uitdraagt.
Allereerst is daar het appeltje dat Isaac Julian te schillen heeft met kortzichtige racisten en homohaters. De eerste categorie wordt afdoende behandeld met bijvoorbeeld een scène waarin de spontaniteit en levenslust van beide hoofdpersonen scherp contrasteren met de argwaan en vooringenomenheid van enkele politieagenten die Chris verdenken van de moord en hem zonder veel omhaal opsluiten. De laatste categorie wordt de wind uit de zeilen genomen door enkele in tederheid en goede smaak uitmuntende scènes tussen Caz en Billibud, die in meerdere opzichten doen denken aan enkele hoogtepunten uit My Beautiful Laundrette.
Anders dan die film echter, heeft Young Soul Rebels een niet altijd even goed uitgewogen balans en structuur. Sommige scènes volgen elkaar wat houterig op en lijken de actie eerder af te remmen dan vooruit te helpen. Het plot is duidelijk van minder belang dan de karakterisering van de personages, hetgeen nauwelijks een probleem zou zijn als deze compleet en genuanceerd uitgewerkt waren. Dat is jammer genoeg niet altijd het geval.
Daar tegenover staat de grote zorg waarmee in kleur en compositie wordt gepoogd de juiste sfeer te treffen. Zoals het park dat overdag badend in zonlicht de plaats is waar ouders en kinderen zich vermaken en ’s nachts het in duister gehulde centrum van andere geneugten. De patriottische rood, wit en blauw-kleuren van de jubileumfeest-scènes wisselen het avondlijke blauw af van de piratenzender, dat daarmee een film noir-aanzien krijgt.
De belangrijkste bijdrage aan de film is echter de stroom muziek, van ‘P. Funk Wants to Get Funked Up’ van Parliament, ‘One Nation Under a Groove’ van Funkadelic en ‘Cocaine’ van Sly and the Revolutionairies tot aan het toepasselijke ‘Message in Our Music’ van The O’Jays. In de jaren negentig waarin er op los gerapt en gehiphopt wordt mag het allemaal vanzelfsprekend zijn, het is goed om nog eens voorgeschoteld te krijgen waar het eigenlijk vandaan kwam.
Met Young Soul Rebels, zijn tweede lange film na het experiment Looking for Langston, schetst Julian een verhelderend tijdsbeeld waarin duidelijk wordt hoe het was om young, black and British te zijn. De film werd dit jaar in Cannes, al of niet op de golven van de jonge, zwarte cinema, bekroond met de prijs van de Semaine de la critique. Het enige succes voor de Engelsen, het eerste succes voor Julians productiebedrijf Sankofa Film and Video, dat beoogt jonge zwarte filmmakers te laten pionieren met grensverleggend drama voor film en televisie. Een Europees antwoord op de zwarte cinema aan de overkant van de oceaan dat niet altijd Julians goedkeuring kan wegdragen.