Muy lejos

Thuiskomen in een vreemd land

Datum
01-07-2026
Auteur
Verschenen in
Lees meer over
Regie
Gerard Oms
Te zien vanaf
16-07-2026
Land
Spanje, Nederland, 2025

Muy lejos

Een Catalaanse voetbalsupporter blijft na een wedstrijd hangen in Utrecht voor een bijzonder taaie coming-out.

Na de uitwedstrijd van zijn Barcelonese club RCD Espanyol tegen FC Utrecht gooit Sergio, een gespierde supporter van in de dertig, op de luchthaven opeens zijn portemonnee in een prullenbak. Bij gebrek aan een ID mag hij daardoor niet meer in het vliegtuig naar huis. Waarom hij dit doet, blijft lang onduidelijk. We zien hoe Sergio vrijwel direct een baantje als verhuizer vindt naast de eveneens Spaanstalige Yusuf, een ‘klotemoor’ die overdreven vaak bij zijn naam wordt genoemd. Kennelijk moet de kijker dit personage onthouden.

Sergio volgt Nederlandse taallessen, zoekt en vindt een kamer, straatvoetbalt en werkt vervolgens in de spoelkeuken van een falafelrestaurant. Hij koopt een fiets en rookt af en toe wiet in een grijs-grauw, kaal-koud, decembers Nederland, waar het weer kut is, de taal lelijk en de mensen kil en xenofoob. Op de soundtrack klinkt af en toe een cello, die – naar later blijkt – door een huisgenoot wordt bespeeld. Gaat dit over illegaliteit? Racisme? Uiteindelijk daagt als sleutelthema onderdrukte homoseksualiteit.

Muy lejos is het speelfilmdebuut van de in Barcelona geboren Gerard Oms, die ook het scenario schreef. Dat is geïnspireerd op Oms’ eigen coming-out in 2008, toen hij op 25-jarige leeftijd vrede sloot met zijn geaardheid.

In de film is het metaforische ‘thuiskomen in een vreemd land’ een bijzonder taaie exercitie. Dat heeft meerdere oorzaken. De eindeloze stapeling van weinig interessante scènes werkt uitputtend, de dialogen zijn vaak plat en onnatuurlijk. Een spanningsboog ontbreekt en subtekst komt slecht uit de verf. Als Sergio – gespeeld door de populaire Spaanse soap- en tv-acteur Mario Casas – aan de kamerdeur van zijn huisgenoot naar de neukgeluiden daarachter luistert, is het onduidelijk of hem dat stoort of opwindt. Ook krijg je als kijker geen aanknopingspunten om het waarheidsgehalte in te kunnen schatten van wat Sergio over zijn achtergrond vertelt. Conflicten worden opgeklopt om drama te creëren, maar resulteren in overdreven onsympathiek gemopper en geruzie.

Af en toe kampt Sergio met een angstaanval, maar wat er omgaat in deze man, die in slowmotion uit de kast komt, blijft onduidelijk. Als zijn taaldocent in een onderonsje vraagt: “Alles goed met je?”, reageert hij: “Ja. Doei.” Anderen reageren vooral op Sergio’s buitenkant: we horen herhaaldelijk dat hij zo knap is.

“In dit land kun je scheiden, wiet roken, abortus plegen en neuken met wie je maar wilt, maar als je een migrant bent, zullen ze je er altijd aan herinneren dat je een migrant bent”, zegt zijn zwarte hospes op zeker moment. Maar dat doet deze film ook, door te blijven hangen in clichés. Haar opmerking “Je kunt niet ontsnappen aan wat je bent, amigo” klinkt daardoor niet als een bevrijdende, maar als een deprimerende conclusie.