Amoeba
Choo begrijpt de zin niet van onderdanigheid
Amoeba
De zestienjarige Choo hunkert in het traditionele Singapore naar vrijheid.
“We waren jong, we waren aan het spelen. En dan pop! Ineens niet meer. En ben je dood.”
Die woorden worden ergens aan het eind van het Singaporese Amoeba uitgesproken bij een wake, maar ze resoneren met terugwerkende kracht door de hele film. Ze lijken al in de lucht te hangen terwijl je naar de vier hoofdpersonages kijkt. Vier meiden die op een strikt geleide meisjesschool in Singapore dagelijks krijgen ingepeperd hoe ze zich dienen te gedragen.
De zestienjarige Choo begrijpt de zin van al die uniformiteit en onderdanigheid niet. Haar verzet blijkt aanstekelijk.
Amoeba is opzettelijk rommelig, maar daardoor krijgt de film wel iets afstandelijks. Je ziet de acteurs sommige scènes improviseren. De meiden willen rebelleren tegen het disciplinerende schoolsysteem, onder meer door een bende te beginnen, maar ze komen niet verder dan wat stopwoorden over broederschap en saamhorigheid. Terwijl ze feitelijk niets verkeerd doen, komen ze bijna in de problemen als de schoolleiding de camera vindt waarmee de vier een paar typische puberfilmpjes hebben gemaakt. Ondertussen is Choo ervan overtuigd dat er een geest in haar kamer zit.
Amoeba is een film waarbij het loont om een paar stappen terug te zetten, want de precieze wendingen en gebeurtenissen zijn minder relevant dan het grote plaatje: je ziet vier meiden, vier jonge mensen met een energie en levenslust die alle kanten op wíl, maar die wordt afgeknepen door de rigide inrichting van de Singaporese samenleving.
Maar de druk komt niet alleen van buiten. Ze zijn op een leeftijd waarop de waarden van de omgeving voor een deel al geïnternaliseerd zijn. Ondanks alle grote woorden over vriendschap die ze hebben uitgesproken, bespeur je bij sommigen ook al de hang naar meer conservatieve waarden, zoals succes en bezit. Genoeg om te begrijpen hoe zo’n groep uit elkaar kan vallen en hoe voornemens oplossen in de ijle lucht van een verstikkende cultuur.
Amoeba erkent die complexiteit door te laten zien dat de begrenzing van hun vrijheid om zich te ontplooien ook uit de meiden zelf voortkomt, maar is er ook bedroefd over. Voor Choo, die van de vier nog het meest rauw en ongepolijst is, is er eigenlijk geen ontsnappen mogelijk. Ze kan het, in de hoop dat er dan misschien iets verandert, alleen benoemen. Dat doet ze dan ook bij een mondeling examen. Een hartenkreet. Want voor je het weet: pop!