Siyou Tan over Amoeba
‘Rebelleren is leuker in een groep’
Siyou Tan. Foto: Danielle Krudy
Een groepje vriendinnen verzet zich in Siyou Tans speelfilmdebuut tegen de strenge regels op hun Singaporese school. “In een land dat zo restrictief is, kunnen kleine transgressies voelen alsof de wereld aan het wankelen wordt gebracht.”
“Toen ik opgroeide, was er een geest in mijn kamer. Dat was heel angstaanjagend.”
Siyou Tan, geboren in Singapore en wonend in Los Angeles, vertelt het met volstrekte vanzelfsprekendheid. Ze is in Amsterdam voor CinemAsia, waar haar speelfilmdebuut Amoeba eerder dit jaar al te zien was.
Daarin is het de slaapkamer van tiener Choo waar een geest rondspookt. Samen met drie vriendinnen vormt Choo een ‘bende’ die zich verzet tegen de strikte regels op hun elitaire Singaporese school.
“Dat spook is echt,” legt Tan uit, “maar het is ook een metafoor voor al die onzichtbare maar heel reële krachten: de overheidsrepressie, de enorme prestatiedruk op school. Voor mij is het een uitdrukking van wat we in onszelf onderdrukken, proberen uit te wissen. Net zoals geesten komen die dingen toch altijd weer rondspoken.”

Ik moet bekennen: ik heb nauwelijks een beeld van Singapore. Zelfs als ik erover lees, blijft het voor mij een wat ongrijpbaar land. “Singapore is ook een vreemd land. Als je er woont, heb je niet door hoe geconstrueerd het is, maar zodra je er zoals ik een tijdje weg bent, ga je dat scherper zien. Het is een klein land, iets van 42 kilometer breed, en er wonen ongeveer vijf miljoen mensen. Sinds de onafhankelijkheid in 1965 is het feitelijk een eenpartijstaat. Daarvoor was het een Britse kolonie. In mijn ogen is het een autoritaire staat, er is heel veel overheidscontrole. Ik denk dat daarin ook meespeelt dat het zo’n klein land is; de overheid dringt ver je leven binnen.”
Het is ook een relatief jong land. Zou je kunnen zeggen dat de film niet alleen gaat over de coming-of-age van de vier vriendinnen maar ook die van het land? “Dat is inderdaad wat ik wilde verkennen in de film: hoe Singapore op zoek is naar een nationale identiteit. De overheid probeert die te creëren. Zo ontdekte ik dat de hele ontstaansmythe van Singapore werd bedacht door een reclamebureau. Het is gewoon een manier om Singapore te verkopen, om een nationale identiteit te verkopen.
“Tegelijk kan zo’n identiteit zich door die extreme controle niet organisch vormen. Toen ik opgroeide kregen we burgerschapslessen op school, er was veel propaganda. We zongen liedjes over het landsbelang boven jezelf plaatsen, leerden dat baby’s maken voor het land je plicht is als vrouw.”
Ik las een mooi citaat in een interview waar je zei: opgroeien in deze samenleving is geen proces van zelfontdekking, maar van het verliezen van je individualiteit ten gunste van een groepsidentiteit. “Ik denk dat ik me daar bewust van werd toen ik naar de VS verhuisde. Daar is opgroeien veel meer een uitproberen: ontdekken wat je leuk vindt, wie je bent, wat je wil met je leven. Je hoeft je niet eens ergens op toe te leggen. Dat staat zo ver af van hoe ik ben opgegroeid. Alles draaide om het uitdragen van een nationale identiteit, je daarin voegen. Dat is een soort sterven. Een ritueel sterven. Als een slang werp je een huid af, van kind-zijn en plezier maken, om je te transformeren tot een productief lid van de samenleving, om iets bij te dragen. Doe je dat niet, dan ben je overbodig. Dat wordt afgestraft. Het is bijna onmogelijk om een identiteit te vormen wanneer er constant karaktertrekken van bovenaf worden opgelegd.”
Kun je iets vertellen over hoe de film zich verhoudt tot jouw eigen jeugd in Singapore? “Ik zat op een school zoals die in de film, een heel strikte, elitaire school. Ik zag het nut niet van al die regels en restricties, die hadden niets te maken met educatie en kennis. Dus ik werd rebels. Ik herinner me dat mensen op me inpraatten: zoek nou geen problemen, verdraag het. Maar ik had lak aan de regels, ik geloofde er niet in. Ik creëerde problemen en werd naar een bad class gestuurd, waar ze al die opstandige meisjes zoals ik bij elkaar zetten. Daar zaten dus heel veel leuke mensen.”
Hm… alle bad girls bij elkaar in één klas zetten, dat klinkt als een heel slecht idee. “Een heel, heel slecht idee. Het is leuk om in je eentje te rebelleren, maar in een groep is het nog veel leuker. In die klas ontmoette ik drie meisjes en dat was als liefde op het eerste gezicht. Het klikte meteen en we werden vrienden. We waren heel hecht. Er was een intimiteit tussen ons die we nooit benoemden, maar ik denk dat elk van ons in het geheim met haar seksualiteit worstelde en het had iets troostends om dat te delen, al was het in stilte.
“Ik heb nooit in mijn leven meer zo’n vriendschap ervaren. Ik vraag me wel eens af: is dat omdat je volwassen wordt, omdat ik nu in Amerika woon en de omgangsvormen daar anders zijn, of is het dat een heel repressieve omgeving zo’n band smeedt? Ik keer altijd weer terug naar de tijd dat ik vijftien, zestien was. Naar die vrienden, die op een bepaalde manier ook mijn eerste liefdes waren. Ons uiteengroeien was mijn eerste gebroken hart.”
In de film zien we hoe Choo door de schooldirecteur wordt onderworpen aan een soort controleritueel. Alles wordt gemeten: de lengte van haar rok, haar haren. Maar ook de grootte van haar horloge: waar komt dat in vredesnaam vandaan? “Ik heb echt geen idee. Maar dat was een regel op de school waar ik op zat. Dan namen ze een munt van vijftig cent en legden die op je horloge. Als het horloge groter was, werd het in beslag genomen. Ik heb nooit begrepen wat die regel behelsde. Maar dat is natuurlijk ook het punt: de willekeur ervan.”
En het gebeurt ten overstaan van de hele klas. Dus het is ook een soort publieke vernedering. “Het is een show, om angst te creëren.”
De meisjes in jouw film vormen een ‘bende’ en rebelleren tegen die strikte regels. Hoeveel verzet is er eigenlijk in Singapore? “Gehoorzaamheid en onderdanigheid zitten in onze structuren verankerd. Er is veel propaganda, er is maar één krant. En het is een heel disciplinair land. Je wordt gestraft om de kleinste dingen. En zwaar ook. Dus er is veel angst. Ook politiek gezien. Vanaf de jaren zeventig en tachtig worden politieke tegenstanders consequent gevangengezet of voor de rechter gedaagd. Steeds opnieuw, tot ze eraan failliet gaan. Deze mensen worden als voorbeeld gesteld: doe dit niet, want dan eindig je zo.
“Natuurlijk vinden Singaporezen het niet leuk om zo gecontroleerd te worden, wie wel? Toch blijft de rebellie in de marge, in kleine dingen. Sjoemelen met een parkeermeter, dat soort werk. Als je weg kunt komen met zoiets, voelt dat als een overwinning. Ik denk dat mensen vooral uit praktische overwegingen gehoorzamen. Singapore is een klein land, dat kan heel verstikkend voelen. Maar het is er ook veilig en financieel comfortabel. Mensen raken bedwelmd door die economische stabiliteit.”
In de film focus je niet zozeer op de rebelse handelingen van de meisjes, maar vooral op hun vriendschap en samenzijn. Waarom is dat? “Er was een versie van het script waarin ze veel rebelser waren, maar dat voelde niet goed. Je kunt in Singapore niet zomaar gaan shopliften of iets dergelijks, dan word je meteen gepakt. Dus hun rebellie moest op een ander spoor zitten: in het kiezen van hun eigen pad. Hun vriendschap, simpelweg samen zijn en je tijd verkwisten in een land waarin alles draait om productiviteit, dat is op zichzelf al een daad van verzet. Je moet je voorstellen dat Singapore een land is waarin je als meisje leert dat je je vader moet gehoorzamen, dan je echtgenoot en dan je zoon. In een land dat zo restrictief is, kunnen kleine transgressies voelen alsof de wereld aan het wankelen wordt gebracht.”
Veel locaties in de film – de bouwplaats naast de school waar de meiden een oud beeldje vinden, de grotten waar ze samenkomen – riepen bij mij associaties op met archeologie. Is dat bewust? “Tijdens het schrijven besefte ik dat deze film een afgraven van mijn eigen verleden was. Ik was zoveel vergeten – wat misschien gewoon een afweermechanisme was – maar door me weer in dat verleden te verdiepen en oude vrienden op te zoeken, kwamen er steeds meer herinneringen boven. Dat de meiden naast de school een soort archeologische vondst doen, is een fysieke manifestatie daarvan. Wat ook meespeelt: veel plekken uit mijn jeugd bestaan niet meer. Dan moet je vanzelf meer gaan graven naar het verleden.”
Ik vind dat heel vervreemdend, als je terugkomt waar je bent opgegroeid en bepaalde plekken uit je jeugd zijn verdwenen. “Heel erg. En dat gaat niet over nostalgie: het is niet dat ik terug wil naar het verleden. Maar het heeft iets heel ontwrichtends als je herinneringen hebt aan een plek en die plek is er ineens niet meer. In Singapore gebeurt dat voortdurend, omdat alles continu wordt afgebroken en plekken opnieuw worden bebouwd. Het maakt je er bewust van dat elk stukje land gecontroleerd wordt door de overheid, en daarmee ook je herinneringen, de fundamenten van wie je bent.
“Het was niet mijn intentie om een politieke film te maken. Maar door in mijn herinneringen te graven en na te denken over wie ik ben geworden, gebeurde dat bijna als vanzelf. Het reconstrueren van herinneringen en terugdenken aan de plekken uit je jeugd die zijn verdwenen, is in een land als Singapore een politieke daad.”
Is het lastig geweest om de film vertoond te krijgen in Singapore? “De film ging in november in première op een festival in Singapore, maar tot iets van een week voor het festival konden ze geen kaartjes verkopen omdat we maar geen rating kregen van de overheid. Die rating werd uiteindelijk 21 jaar en ouder. Ik denk dat ze de film niet durfden te verbieden, omdat hij ook al overzees vertoond zou worden, dus hebben ze hem de zo’n beetje meest restrictieve rating gegeven. Voor mij was dat heel verdrietig want dit is een film over tieners, en die kunnen de film nu niet zien.
“De vertoningen die er zijn geweest waren desondanks heel drukbezocht. Dat had voor mij wel iets louterends. De sfeer was lekker rumoerig, mensen lachten en op de juiste momenten kon je een speld horen vallen. Na afloop van een van de vertoningen kwam een jongen naar me toe en zei – en misschien is dat wel waar ik stiekem op hoop: ‘Mijn god, ik voel… ik weet niet wat het precies is. Is het anarchie?’”
Amoeba draait vanaf 9 juli 2026 in de bioscoop.