Mara
Mara
In het kielzog van de Nederlandse Filmdagen zijn er traditiegetrouw meteen al een aantal films in de bioscopen en filmtheaters te zien. Waaronder Mara, het (korte) speelfilmdebuut van Angela Linders.
Mara gaat over een Nederlandse vrouw die naar Portugal terug gaat, om haar geliefde Louisa op te zoeken. Het is een korte speelfilm (58 minuten) en het debuut van Angela Linders als regisseuse. (Als cameravrouw werkte zij onder andere mee aan Overgang van Rosemarie Blank en De witte paraplu van Hedy Honigmann en Nosh van der Lely.) De film volgt chronologisch Mara’s aankomst, haar verblijf in het dorpje waar Louisa’s huis is en een uitstapje naar Lissabon.
Als zij arriveert treft zij een leeg huis aan en geen Louisa. Herinneringen dringen zich op, aan hun ontmoeting en hun verliefdheid in Amsterdam. Mara (Marijke Beversluis) loopt door de dorpsstraat en ontdekt een onbewoond huis, waar ze binnen gaat. Zij kijkt door de ramen, gaat op de rand van de imposante rotskust staan, ziet het prachtige licht; en de vervallen staat van het huis dat ooit heel mooi geweest is.
Maar het is geen rustig kijken, flashbacks en droombeelden onderbreken het voortdurend. Deze verstoren het kijken en dringen zich op aan haar aanwezigheid in Portugal. Ze zijn opgebouwd uit een symboliek die niet voortkomt uit de directe waarneming in de film, niet van binnenuit. Ze lijken ook geen verband met elkaar te hebben, de flashbacks en herinneringen geven onderling geen houvast. Ze zijn zwaar beladen en ontnemen de kijker de mogelijkheid om zelf te associëren. Kleuren spelen een grote rol en kleren. Veel jurken. De kleren van onvolwassen vrouwen. (In de ‘realiteit van de film’ is Mara trouwens ook nogal fantasieloos gekleed.) Met de mannen die in haar droombeelden voorkomen, maakt zij gemakkelijker en directer contact dan met de vrouwen. Het lijkt alsof Mara het gevoel heeft er niet bij te horen, een vreemde onder vrouwen te zijn. De film geeft weinig aanknopingspunten om verder door te gaan op de betekenis hiervan. Mara’s beide bewustzijnstoestanden – die van haar aanwezigheid in Portugal en die van haar eigen beelden – blijven door de hele film heen strikt gescheiden en raken elkaar nergens, ook al was dat wel de bedoeling van de regisseuse. De overgangen verlopen zonder breuk en toch zijn ze niet vloeiend. Marijke Beversluis lijkt wel ingevroren in haar rol – heel summier zijn er af en toe momenten waarop opeens leven in haar schiet.
Mara’s verstardheid en de ‘onleesbaarheid’ van de symboliek van de droombeelden zijn twee vormen van afgeslotenheid, die de film z’n mogelijkheid om te bewegen ontnemen. Er ontstaat geen ritme, geen vonk die overspringt, geen geleid spel met de op zichzelf spannende elementen die de film in zich draagt. Ook de mooie beelden van Portugal krijgen niet meer kans dan om mooi te zijn.
Gezien het fragment uit de Nieuwe Portugese brieven van de drie Maria’s, zoals de schrijfsters van dit zeer populaire boek worden genoemd in Portugal, is het thema van de film het verlangen om lief te kunnen hebben. Maar in deze film krijgt dat verlangen nergens een kans. Niet in de fantasie, niet in de lichamen, niet in de seksualiteit. Zelfs aan het einde niet, wanneer de door Mara geïdealiseerde Louisa opeens ’n ander lijkt te zijn. Hoewel innemend en spontaan is Louisa een uitgesproken passieve rol toebedeeld. Een projectie- en reflectievlak voor Mara – zonder ook maar een mogelijkheid om deel te nemen aan wat Mara met haar doet. Aan het einde valt Louisa uit haar rol, en dat zou een teken moeten zijn dat Mara een ontwikkeling heeft doorgemaakt, dat zij met andere ogen kijkt. Volgens mij heeft ze niets geleerd.