Azart Come Make Art
Lof der zotheid
Azart Come Make Art. Foto: Marja de Vries
Meezeilen tot de einder op het legendarische Amsterdamse theaterschip Azart in dit homemovie-achtige lofdicht op diens zottekop van een kapitein.
De naam ‘Azart’, zoals schipper August Dirks zijn eind jaren tachtig tot theaterschip omgebouwde vleetlogger uit 1916 doopte, staat voor vuur, voor passie. Het woord is verwant aan het Engelse ‘hazard’ (‘gevaar’) en het Franse ‘par hasard’ (‘per ongeluk’). Terwijl Dirks zijn handen van links naar rechts beweegt als heen en weer slaande golven, legt hij de betekenis ervan uit. Die loopt van pech via bestemming, geluk, toeval, kans en “moeilijke onderneming” tot het Russische “de energie waarmee je alles op het spel zet”.
Dat laatste is precies wat Dirks deed toen hij het gereguleerde burgerleven de rug toekeerde en de vrijheid omarmde voor een dertig jaar durend avontuur, dat overigens nog verdomd hard werken blijkt. Zo de tanige, lange blonde man op klompen, met zeeblauwe ogen en een poëtische inborst al een plan had, was dat om de VOC-geschiedenis op een betere manier te herhalen: de wereld rondvaren om “te spelen in plaats van kelen, te delen in plaats van stelen”.
Op zijn reizen werd de visionaire kapitein vergezeld door een kleurrijke troupe aanwaaiende en afzwaaiende bemanningsleden: een verrukkelijk onvoorspelbaar, onverzekerd, ongeregeld zootje op een stokoude, lekke schuit. Waar hun onverschrokken instelling destijds al van een aanstekelijk anarchisme getuigde, vormt zij in het huidige, overgereguleerde tijdsgewricht dat ‘veiligheid’ tot verstikkend mantra heeft verheven, een verkwikkende inspiratiebron.
Aanleiding voor de terugblik is de laatste reis van de Azart, die zich in 2020 aandient wanneer de kapitein ongeneeslijk ziek blijkt. Maar de gepokte en gemazelde Dirks laat zich door het alarmerende oordeel van de specialist niet op de kast jagen: “Het geluk is met de dommen.” Zijn reis was altijd al een keten van mislukte plannen, gebroken beloftes, onverwachte ontmoetingen; niets staat vast. Dirks’ blik blijft licht en gericht op de einder: hij gaat op zoek naar een nieuwe bestemming voor zijn schip, aan de andere kant van de wereld.
Aan de hand van door opvarenden gemaakt, homemovie-achtig materiaal en flarden prachtige stopmotion-animatie worden we deelgenoot van het dertigjarig avontuur van deze zottekop van een kapitein en diens varende kunstwerk. Een vrolijke verzameling dwaze optredens, indrukken, anekdotes en bijzondere ontmoetingen trekt voorbij. In zijn aanvaringen met autoriteiten houdt de kapitein de samenleving een spiegel voor. De wereld is het zottenkot, het schip de uitdrukking van een verwezenlijkte droom. Van waar je kunt belanden als je met overgave, vertrouwen en gebrek aan gêne leeft in plaats van met de angst om te falen; hoe mooi het leven is als je in onzin en mislukking plezier en schoonheid kunt zien. Wie de wereld als thuis beschouwt, vindt overal vrienden, doceert Dirks: “Leven is komen, delen, gaan.”