Sam de Jong over Joe Speedboot

‘Hoe maak je het verhaal geloof­waardig in zo’n radicaal fantasierijke wereld?’

Sam de Jong. Foto: André Bakker

Na ruim twintig jaar eindelijk een verfilming van Tommy Wieringa’s roman Joe Speedboot, over de vriendschap tussen de rebelse doener Joe en zijn vriend Fransje, die sinds zijn dwarslaesie niet meer kan spreken. Daarom omarmt regisseur Sam de Jong de voice-over: “Om geraakt te worden, moet je begrijpen wat Fransje wil.”

Nog vóór regisseur Sam de Jong (Prins, 2015; Goldie, 2019; Met mes, 2022) benaderd werd voor de verfilming van Tommy Wieringa’s Joe Speedboot, stond dat boek al op een door hem opgesteld lijstje met bestaand materiaal om te verfilmen. Toch aarzelde De Jong in eerste instantie toen producent Frank Hoeve hem belde. “Ik vond het wel heel uitdagend. Maar na enige twijfel heb ik toch toegezegd.” Daarna las hij het boek nog een keer. En nog een keer. En in de preproductie nog een keer.

De roman volgt Fransje Hermans, die na een ongeluk verlamd in een rolstoel belandt en als stille getuige zijn dorpse omgeving observeert. Totdat leeftijdsgenoot en zelfverklaard uitvinder Joe Speedboot met veel bravoure het dorp opschudt en Fransje mee op sleeptouw neemt.

Toen het boek in 2005 verscheen en een bestseller werd, leek een verfilming onvermijdelijk. Er kwamen scripts, castingrondes, een rechtszaak, plannen die bijna doorgingen en weer verdwenen. De Jong vertelt dat mede naar aanleiding van die eerdere gestrande Joe Speedboot-verfilmingen dingen zijn veranderd bij het Filmfonds. Die eist nu bijvoorbeeld bij boekverfilmingen afstand tussen auteur en film. Wieringa wilde bovendien ook zelf dit keer op afstand blijven en besloot de film pas bij de première te gaan zien.

Maar, zo vertelt De Jong, tussentijds keek Daniël Samkalden, een van de twee scenaristen (naast Jan Eilander) en zwager van Wieringa, wél mee. Ook bij de montage. “Ik zag Daniel soms als een soort proxy”, zegt De Jong lachend. “Zo waren er korte lijntjes, het voelde veilig om hem aan boord te hebben.”

Joe Speedboot

De Jong benadrukt dat hij blij is met het vertrouwen dat hij kreeg. “Ik denk dat het voor Tommy Wieringa ook geholpen heeft dat er zo veel jaar voorbij zijn, hij wilde nu door met andere projecten. Maar het boek leeft nog bij heel veel mensen. Voor deze verfilming heb ik moeten werken met een bron die publiek domein is. Ik zat veel meer op de bijrijdersstoel dan wanneer ik zelf een script had geschreven.”

“Voor iedere lezer is een ander moment iconisch”, vervolgt hij. “Je krijgt telkens te horen: dit moet erin of dat moet erin. Zelfs in de laatste weken van de montage moesten we nog afscheid nemen van een aantal monumentale scènes of personages, maar het bouwen van het vliegtuig moest er natuurlijk zeker weten in. Joe Speedboot wil een vliegtuig maken om vliegend over het dorp tieten te kunnen zien. Dat is zo grotesk. Maar ook een uitdaging. Hoe maak je het verhaal geloofwaardig binnen een wereld die zo radicaal fantasierijk is?”

Verleiding
Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Fransje Hermans, die niet handelt en spreekt, maar kijkt en schrijft. Dat was meteen het probleem van de verfilming. Wieringa vreesde bij eerdere pogingen dat een verfilming zou eindigen als een illustratie van zijn taal, als een aaneengesloten voice-over. Maar zonder de gedachten van Fransje blijft er van het verhaal weinig over. De Jong besloot om een voice-over daarom niet te vermijden. “Om geraakt te worden moet je begrijpen wat hij wil. Maar hij doet niets en kan niets. Dan wordt die stem belangrijk.”

In plaats van een uitleg bij de beelden werd die voice-over een manier om toegang te krijgen tot het personage, tot zijn beleving. Dat hij niet zelf spreekt, maar dat zijn love interest PJ zijn dagboeken leest, gaf daar nog een extra laag aan: het is tegelijk herinnering, verleiding en interpretatie. “Dat hij haar zijn dagboeken laat lezen, is uiteindelijk zijn grote troef om haar hart te veroveren.”

De casting begon en eindigde met Daan Buringa. “We zochten voor de rol van Fransje bewust naar een acteur met een lichamelijke beperking. Daan was de allereerste acteur die we zagen in de allereerste casting die we deden. Daarna hebben we nog een jaar doorgezocht, omdat we dachten: dit is bijna te mooi om waar te zijn. Maar hij klopte in alles.”

Voor De Jong betekende het ook een ander soort hoofdpersonage dan hij gewend is: geen doener maar iemand die alleen aanwezig is. “Ik hou van proactieve personages. Fransje is immobiel, iemand die als observator leeft. Dat vond ik spannend. En de vraag werd ook: in hoeverre kan je een acteur met een niet sprekende rol, die alleen maar kijkt, cinematografisch uitmelken zonder dat het theatraal wordt?”

Betuwe
De mystieke Joe Speedboot verschijnt als de motor die Fransje’s leven en het hele dorp in beweging zet. Hij bouwt, sleutelt, vertrekt en keert weer terug. Er wordt een vliegtuig in elkaar gezet, een bom onschadelijk gemaakt, plannen reiken tot aan de Dakar-rally en eindigen weer gewoon aan een armworsteltafel in het dorp. “In het boek is Joe heel spraakzaam, maar in de auditie had Tobias Kersloot, die hem in de film speelt, een soort stille mystiek, iets kwikzilverigs, iets ongrijpbaars. Dat bepaalde hoe dat personage vorm kreeg.”

Voor de hoofdlocatie van de film week de cast en crew voornamelijk uit naar Lith, vlak bij de Betuwe. “We dachten eerst: Nederland is zo gepolijst, alles wordt zo goed onderhouden, de wereld van het boek bestaat hier niet meer, we moeten naar België”, grinnikt De Jong. “Maar in de Betuwe heb je nog oude steenfabrieken, overblijfselen van een verdwenen industrie: verlaten terreinen, oude weggetjes. Tot dusver heb ik altijd films over de stad gemaakt, dus ik vond het heerlijk om eens buiten de stad, aan de rivier te filmen. Dit was romantisch. Fysiek. Analoog. En dat op een uurtje rijden van Amsterdam.”

Nostalgie
Tijdens het draaien werden de lotgevallen van Buringa’s personage ook onverwacht reëel. Voor de armworstelscènes had Buringa intensief getraind; na een lange draaidag ging het mis toen hij, half in karakter want net als in het boek, indruk wilde maken op een meisje, in dit geval uit de crew. “Knak. Spiraalbreuk.” De productie lag maanden stil en werd pas in de winter hervat. Bladeren vielen, adem werd zichtbaar. Volgens De Jong ook een verrijking: “Ineens kreeg de film seizoenen die oorspronkelijk niet gepland waren, want de draaiperiode zou eigenlijk alleen het late voorjaar en begin van de zomer beslaan. Door Daans breuk kregen we ook dat koude weer erbij. Die damp uit zijn mond, dat gaf iets extra’s.”

Die botsing tussen fictie en weerbarstige werkelijkheid lijkt rechtstreeks geënt op het boek. “Als het niet op een boek was gebaseerd, zou dit script met een opeenstapeling aan dingen, van de Betuwe tot aan Dakar, duizend keer afgewezen worden”, zegt De Jong zeker te weten. “Het hele verhaal is ook wel te zien als een stripverhaal. Het is een allegaartje waarin alles naast elkaar bestaat. Ik zie het zelf ook als een heel nostalgische film, maar niet nostalgie naar één bepaalde tijd, maar naar een samengestelde herinneringstijd. Die grote gebaren van de jaren tachtig naast het persen van papierbriketten als iets uit de jaren vijftig. En dan zit er ook nog ergens een discman in.”