Joe Speedboot

Jongensdromenwereld

Joe Speedboot

Op de sterkste momenten onderstreept Sam de Jong wat Joe Speedboot in feite is: een mythe. Dat had hij zelfs nog wel wat meer mogen doen.

Joe Speedboot, waar was je al die tijd? Meer dan twintig jaar heeft de verfilming van Tommy Wieringa’s literaire bestseller op zich laten wachten.

Een eerdere poging hield de schrijver in 2008 hoogstpersoonlijk tegen omdat hij te weinig fiducie had in het scenario. De film die nu in de bioscopen draait, liep vertraging op omdat hoofdrolspeler Daan Buringa – in een knap staaltje ‘het leven imiteert de kunst’ – zijn hand brak tijdens de opnames.

Regisseur Sam de Jong en scenaristen Jan Eilander en Daniël Samkalden kregen vrij spel om het verhaal naar hun hand te zetten. Over dat verhaal: in Lomark, een dorpje ergens in het oosten van Nederland, sluit Fransje Hermans (Buringa), nadat hij onder een maaimachine is beland en uit een coma ontwaakt, vriendschap met Joe Speedboot (Tobias Kersloot), een nieuwe verschijning die de boel flink komt opschudden in het slaperige plaatsje. Een jongen gek van motoren, mechanica en snelheid. De vriendschap met de in een rolstoel zittende, niet pratende Fransje komt als vanzelf. Een broederverbond – dat natuurlijk alleen verbroken kan worden door een meisje, PJ (QiQi van Boheemen).

Sam de Jong plaatst het verhaal steviger in zijn tijd dan het boek doet. De kleding ademt de eighties, er wordt betaald met guldens en op de soundtrack klinkt ‘Voyage, voyage’ van Desireless. Al komt ook het prettig wanstaltige ‘Schultenbräu’ van Donnie en Chantal Janzen voorbij.

Zelfverzekerd blaast De Jong energie in de eigenaardige jongensdromenwereld van Joe Speedboot. Een universum waarin tieners werkende vliegtuigen bouwen en door schmutzig Europa trekken om mee te doen aan armworstelwedstrijden. Een queeste waarbij de arm van Fransje in deze verfilming tot groteske vormen opblaast, als Popeye die net spinazie heeft gegeten. De Jong onderstreept zo wat Joe Speedboot in feite is: een mythe.

Misschien had hij die vrijheid nog wel wat meer mogen nemen. Joe Speedboot is stilistisch aanzienlijk traditioneler dan eerder werk van De Jong, zoals bijvoorbeeld het visueel uitzinnige Met mes (2022) of het experimentele De drie musketiers (2021). Dat de stijl dit keer dienstbaarder is, valt te begrijpen. Maar dat het script daarbovenop de uitdaging van een niet-pratend hoofdpersonage oplost met een al te aanwezige voice-over – waarmee de film net niet helemaal van zijn bron loskomt – maakt dat hij nooit volledig op eigen kracht gaat vliegen.