Maasja Ooms over Mijn woord tegen het mijne

‘Stemmen zijn consequent wantrouwend en vijandig’

Maasja Ooms. Foto: Melle Meivogel

Maasja Ooms filmde ruim honderd uur gesprekken met mensen die stemmen horen. Psychiater Dirk Corstens praat met de stemmen. “Wat wil die ouwe lul?”

Maasja Ooms schildert ook nog steeds. Olieverf. Grote doeken. Begin jaren negentig stapte ze van de kunstacademie over naar fotografie, vertelt ze in Pllek op het Amsterdamse NDSM-terrein. Buiten valt de avond. “Maar ik was nog niet klaar voor het vak. Vier jaar Filmacademie later deed ik camera. Toen montage. Dertien jaar geleden begon ik met regie.”

Dat leidde in 2017 tot Alicia, over een meisje dat opgroeit in kindertehuizen. Een film die veel losmaakte. Tijdens de research voor die film maakte ze Tussen mensen (2014). Negentien sessies relatietherapie met Ans en Chris, die 35 jaar samenzijn. Met over en weer de pijn en misverstanden en emotionele vergroeiingen die daarbij horen.

Toen Rotjochies (2019). Over lastige pubers en een kans op een beter leven. In 2021: Jason. Over wilskracht, een moeizaam opstaan na een traumatische jeugd en falende jeugdzorg. Drie van de vijf documentaires die Ooms (1968) maakte, wonnen op IDFA de prijs voor de beste Nederlandse documentaire. Ze won prijzen in Moskou, New York, Kopenhagen, Tel Aviv en München. Vier keer werd ze genomineerd voor een Gouden Kalf.

Mijn woord tegen het mijne is een registratie van ruim honderd uur therapie van verschillende mensen die (vaak meerdere) stemmen in hun hoofd horen. Zelf hield ze zich op de achtergrond. “Ik ben een observator. Ik ben gefascineerd door gedrag. Wat stuurt gedrag? Wat zijn iemands diepere emoties? Waar wordt pijn geboren? Alicia was heel jong. De rotjochies iets ouder. Jason was weer wat ouder. Maar het is duidelijk dat alles wat hen eerder is overkomen impact heeft. En niet zo zuinig ook.”

Mijn woord tegen het mijne

Ze grijpt heel zelden in als ze filmt. “Ik zet mijn camera neer en kijk. Ik hoop iets op beeld te vangen wat je op papier of in dossiers niet ziet. Dan is het belangrijk dat je niet te aanwezig bent. Die drie films waren echt fly on the wall. Mijn woord tegen het mijne is dat iets minder, omdat ik therapiesessies bij een psychiater filmde. De honderd uur film die ik had is teruggebracht tot twee uur. De vijf mensen in de film wilden allemaal meewerken om het verschijnsel van stemmen in je hoofd meer aandacht te geven.”

“Ik denk dat die stemmen een vernuftig overlevingsmechanisme zijn. Doorgaans worden ze met pillen onderdrukt. Nou, de angst ervoor wordt met medicatie onderdrukt, want stemmen laten zich niet onderdrukken. Door die pillen worden mensen suf en raken ze weer iets verder verwijderd van de rest van de samenleving. Precies wat je niet wilt. Net als elk ander overlevingssysteem zorgen die stemmen ervoor dat iemand de pijn niet voelt. Drank en drugs doen dat en stemmen ook. Ze leiden af, ze creëren afstand tot de persoon – het ik – die het trauma meemaakte.”

“Ken je Marius Romme, de psychiater? Eind jaren tachtig had hij een patiënt – zo noemden we mensen toen nog – die zei: ‘Jullie nemen wel de stem van God serieus, maar mijn stemmen niet.’ De heersende gedachte was: als je met de stemmen in gesprek gaat, werk je een psychose in de hand. Dus niemand durfde dat. Romme ging met stemmenhoorders in gesprek over de aard, de inhoud en de reden van de stemmen. Corstens, de psychiater in de film die bij Romme heeft gewerkt, breidde de behandeling uit en ging met de stemmen in gesprek.”

“Zodra je dat doet, ontdek je eigenlijk consequent hoe vijandig ze zijn. Hoe wantrouwend ze zijn, hoe ze de regie willen. ‘Wie is die ouwe lul?’, hoort iemand een stem in z’n hoofd over Corstens zeggen. De stem wil de regie hebben, want de mensen zelf hebben door trauma vaak moeite met eigen regie. Romme ontdekte in de jaren negentig al, samen met Sandra Escher, dat zeventig procent van de mensen die stemmen horen een traumatische ervaring heeft gehad.”

“Door het werk van Romme was ik al langer gefascineerd, maar pas een paar jaar geleden besloot ik er ook echt iets mee te gaan doen. Als je je in dat veld verdiept, kom je al snel bij Dirk Corstens uit. Toen ik hem belde en het plan voor de film vertelde, was het eerste wat hij zei: ‘Ik heb altijd al zitten wachten op het telefoontje van een documentairemaker.’ Hij zette de deur wagenwijd open. Als je nagaat dat tien procent van alle mensen stemmen hoort en dat het bij een derde zo ernstig is dat het hun functioneren dwarszit, dan is die openheid heel belangrijk.”


Mijn woord tegen het mijne draait vanaf 26 maart 2026 in de bioscoop en is ook te zien via Picl.nl. Meer informatie, onder meer over speciale vertoningen en impact-bijeenkomsten is te vinden via de Linktree.