Touki bouki
Afrikaanse droom
Touki bouki
Levenslust, humor en wreedheid buitelen over elkaar in deze baanbrekende Senegalese film.
Hét beeld van Touki bouki is dat van een jong stel op een motor, met een Dogon-kruis en de schedel van een zeboe op het stuur. Ze zijn cool, ze zijn tegendraads en ze belichamen de droom van vrijheid zoals Dennis Hopper en Peter Fonda deden in Easy Rider (1969). Of nee, spoel terug: ze belichamen de droom van vrijheid – punt. Want droom noch film hebben met Amerika van doen. Die twee objecten prijken niet voor niets voorop het stuur, als symbolen voor de plek waaraan de film is ontsprongen: Senegal.
Met Touki bouki liet Djibril Diop Mambéty in 1973 zien dat film geen vaderland kent; ook al ontstond het instrumentarium in Europa, wat hem betreft was Afrika de geboorteplaats van cinema en loopt er een directe lijn van de orale traditie van de griots naar zijn films. En dat betekent ook dat zijn vertelling zich onttrekt aan Westerse conventies als lineariteit, realisme en binaire tegenstellingen, zoals tussen Afrikaanse tradities en Westerse moderniteit. Het Dakar dat Mambéty met discontinue montage, een eclectische soundtrack en een arsenaal aan Afrikaanse, Europese en Amerikaanse symbolen oproept, is modern op haar heel eigen manier.
Maar in dat Dakar voelen zeboeherder Mory en student Anta zich verstikt. Hun jeugdige vrijheidsdrang neemt de vorm aan van een ontsnappingsfantasie, een obsessie, een delier. De slinkse trucs die ze uithalen om aan geld te komen voor een overtocht naar Frankrijk vormen de rode draad van de film; maar hoe dichter ze de uitvoering van hun plan naderen, hoe meer zij zelf losraken van de werkelijkheid.
De soundtrack van hun Fernweh wordt gevormd door een repeterend fragment van Joséphine Bakers ‘Paris, Paris, Paris’. Telkens springt het terug in de groef – als een eindeloze opmaat, een belofte die nooit wordt ingelost. En elke keer dat dit fragment terugkeert, klinkt het spookachtiger. Het doet in de verte denken aan de sfeer die Mati Diop – inderdaad familie – decennia later opriep in háár film over de droom van migratie, Atlantique (2019).
Touki bouki (Wolof voor ‘De reis van de hyena’) rijgt fragmenten aan elkaar die nooit eenduidig op elkaar passen. Al aan het begin van de film snijdt een herderstafereel met een kudde zeboes abrupt naar een bloederige slachthuisscène, wat een donkere schaduw vooruitwerpt. De geluidsband onderstreept het contrast: hels gerammel van kettingen en het woedende gebulder van zeboes in doodsnood drukken de inheemse fluit uit de idyllische openingsbeelden weg. De wreedheid is schokkend, maar dat geldt ook voor de manier waarop Mory door een groep medestudenten van Anta wordt vernederd, of de uitzinnige vreugde waarmee een van zijn tantes verkondigt dat haar neef zich uit wanhoop van een klif heeft geworpen. Je kunt Mambéty er niet van betichten zijn land te romantiseren. Al belooft ook de stupide arrogantie van de Europeanen op de veerboot weinig kansen op een droombestaan.
Touki bouki is vanaf 30 januari 2026 te zien op Mubi (VoD).