Berlinale, dag 5 Woche der Kritik
Malgré la nuit
Kritiek op de Woche der Kritik is niet gemakkelijk, omdat het zo ontzettend sympathiek is. Maar ze vragen er natuurlijk om. Dus: de openingsfilm was slap, alles begint on-Duits te laat en nagesprekken hebben de neiging over alles en dus niks te gaan. Maar toch: met Grandrieux, Coté en ?u?awski in het programma blijkt die Week van de Kritiek tot nu toe onweerstaanbaar.
Je moet het even weten. Net als de Critics’ Choice op het IFFR werd de Woche der Kritik vorig jaar heropgericht (want in 1964 was er al eens iets dat zo heette). Maar in tegenstelling tot zijn Rotterdamse tegenhanger is de Woche der Kritik geen onderdeel van het hoofdfestival. Op Berlinale.de zul je ze niet vinden en we spraken meerdere collega’s die geen idee hadden dat het überhaupt bestond. Wochederkritik.de dus.
Het is vijftien jaar geleden dat de Poolse regisseur Andrzej ?u?awski* zijn vorige film maakte. ‘Ik geloof dat alles wat hij probeerde een beetje was vastgelopen’, zei de zeer productieve producent Paulo Branco, die in afwezigheid van de zieke regisseur de honneurs waarnam. ‘En toen ik hem voorstelde Cosmos van Witold Gombrowicz te verfilmen dacht hij dat ik gek geworden was.’ Het werk van de Poolse auteur gold als onverfilmbaar; ?u?awski weigerde eerst, aarzelde vervolgens, raakte geïntrigeerd en maakte de film uiteindelijk toch. ?u?awski en Berlijn. Hier, bij de Muur, schiep de regisseur in 1981 Possession, met Isabelle Adjani op haar Isabelle Adjanist, een van de mooiste, merkwaardigste en meest monsterlijke films die ooit in en over de stad zijn gemaakt.
Ook Cosmos is vreemd. Moeilijk te beoordelen en dat is een compliment. Theatraal, literair, zelfbewust. Felle spotlights, diepe kleuren, staccato herhalingen. Het extatisch acteren en de vele vervormingen van de taal (in het Frans, uit het Pools) in syntaxis en woordgrapjes (‘Shakespeare? Le pire‘ en ‘Merde-cedes‘) waren, aldus de producent, een vertaling van de roman.
Wat ervan te vinden?
Tevoren draaide de kortfilm May We Sleep Soundly van Denis Côté, die wel aanwezig was om zijn werk te introduceren. In beide films bekijken mysterieuze insluipers slapende mensen in hun bed. De twee films versterkten elkaar en daarmee de onwerkelijke sfeer die ze opriepen. Een beeldrijm dat, woordeloos, misschien sprekender is dan een debat.
Die spanning keert de eerste dagen telkens terug tussen programmering en debatten: terwijl de films drijven op intuïtieve emotionele impact grijpen de intellectuele debatten, uiterst Duits, terug op het definiëren en categoriseren met de grootst denkbare begrippen: Vrijheid, Lichaam, Absentie, Leven, Tijd, Zijn.
Het is een combinatie die, als hij werkt, Duitse Romantiek kan opleveren.
Dan moet de film wel goed en Cinema genoeg zijn. Dat gold niet voor openingsfilm Eva Doesn’t Sleep van Pablo Agüero. Een slepende Argentijnse film over de voortdurende aantrekkingskracht van Eva Perón, met Denis Lavant die steeds meer zijn eigen karikatuur dreigt te worden (zie ook Boris sans Béatrice, eveneens van Denis Côté, op de Berlinale) en Gael García Bernal, die om onduidelijke redenen een raamvertelling creëert door aan begin en einde nadrukkelijk een sigaret te roken.
Het daaropvolgende debat over het filmen van het afwezige, in aanwezigheid van onder anderen Agüero en de trots aangekondigde New Yorker-criticus Richard Brody, botste met het feit dat het verhaal juist draaide om de fetisjistisch-religieuze behoefte van het volk aan de fysieke aanwezigheid van Peróns gebalsemde lichaam.
Twee dagen later presenteerde Fransman Philippe Grandrieux met Malgré la nuit (ook op het IFFR vertoond) wel het soort meerduidige cinema dat inspireert tot debat. Waarbij opnieuw de twee categorisch ingestelde Woche-programmeurs grotendeels bot vingen, terwijl de emotionele Grandrieux wel contact legde met een meer gevoelsmatig redenerende critica.
Malgré la nuit was, benadrukte de maker, voor een groot deel gemaakt op intuïtie. Het verhaal was slechts kapstok. De echte betekenis zat in de stijl, het moment, de ervaring. "Het is een cliché, maar toch: de film is pas af als de kijker hem ziet. Iedereen hier heeft zijn eigen film gezien, aangevuld met zijn eigen ervaringen — ik ook." En ook de zichtbaar aangedane Grieks-Franse hoofdrolspeelster Ariane Labed (bekend van Attenberg en Dogtooth), die zich in de film letterlijk en figuurlijk blootgeeft en de film die avond voor het eerst zag. Vooral door haar aanwezigheid leefde de intieme en intense sfeer van Malgré la nuit door in het nagesprek. Op de laatste scènes na, waarin de plot, en met name een onwaarschijnlijke plotwending, het even overneemt van het mysterie, is Malgré la nuit een echte Cinema-ervaring. Zingend, golvend, bedreigend, intiem. Mocht u zich afvragen waarover hij gaat: daar gaat het niet over. Liefde, jaloezie, macht — dat soort dingen. Belangrijker is, bijvoorbeeld, dat het pas na minuten en minuten zeker was dat die uitstekende bijrolspeler die al die tijd in beeld was, inderdaad Johan Leysen was — zo dichtbij bleef de camera, met zo’n korte scherptediepte en zo’n duistere belichting, dat het steeds net niet zeker was.
Het is een duisternis die ook heerst in het steegje naast de Hackesche Höfe Kino, de fijne bioscoop waar de Woche der Kritik plaatsvindt. Een steegje dat eruitziet als een set van het krakersgraffiti-Berlijn van de jaren tachtig. Een reis terug in de tijd. Het is de duisternis van de Berlijnse Muur die Isabelle Adjani gek maakte. De duisternis waarin ook de nieuwste creaturen van ?u?awski, Côté en Grandrieux in schoonheid ten onder gaan. En waar woorden, van debat en blog, fijn tekortschieten.
Kees Driessen | Ronald Rovers
* Op woensdag 17 februari, drie dagen na de Berlijnse première van Cosmos, werd bekend dat Andrzej ?u?awski op 75-jarige leeftijd is overleden