La rançon de la gloire (Xavier Beauvois over)

'Alsof Chaplin vanuit zijn graf meekeek op de monitor'

  • Datum 01-07-2015
  • Auteur
  • Gerelateerde Films La rançon de la gloire
  • Regie
    Xavier Beauvois
    Te zien vanaf
    01-01-2013
    Land
    Nederland
  • Deel dit artikel

Xavier Beauvois maakte een film over de twee schlemielen die in 1978 Chaplin uit zijn graf roofden. "Ik kreeg op school ook te horen: hang niet de clown uit!"

Door Kees Driessen

De familie Chaplin wist het eerst niet zo. Hadden ze wel zin in een film over die afpersingszaak in 1978, toen twee mannen het nog verse graf van Charlie Chaplin dolven en de kist buitmaakten voor losgeld? "Het zijn geen prettige herinneringen", vertelt regisseur Xavier Beauvois, die La rançon de la gloire maakte over dit onwaarschijnlijke voorval, dat plaatsvond in het Zwitserse Vevey. Hier leefde de van communisme betichte Chaplin in ballingschap. "Maar ik heb ze eerdere films van me laten zien en toen stemden ze toe."
Terwijl die eerdere films — diepgravend drama zoals het Grote Prijs in Cannes-winnende Des hommes et des dieux — nogal anders waren. La rançon de la gloire is Beauvois’ eerste komedie. Wat overtuigde hen uiteindelijk? "Dat de film weliswaar begint met het nieuwsbericht, maar eindigt als een enorme hommage aan Chaplin. Het is een liefdesverklaring."

Xavier Beauvois

Clowneske schlemiel
Want als je dan je eerste komedie maakt, waarom dan niet teruggrijpen op de meester? La rançon de la gloire neemt niet alleen een historische gebeurtenis rond Chaplin als uitgangspunt, maar laat zich op allerlei niveaus door de komiek inspireren. Het is, kun je zeggen, een meta-Chaplin-film en, al is het als verhaal wat langgerekt en onevenwichtig, vooral op dat niveau interessant.
Om te beginnen is het verhaal in de basis vintage Chaplin: een sociaal-realistische komedie over een clowneske schlemiel (de goed gecaste Benoît Poelvoorde), die onhandig en met veel fysiek gedoe een nieuwe broodwinning uitprobeert — niet alleen voor zichzelf, maar ook om de medische behandeling van een mooie vrouw te bekostigen.
"Aan het begin stapt hij uit de gevangenis en zegt de bewaker: en nu ophouden de clown uit te hangen", zegt Beauvois. "Tegen het einde stapt hij als clown het circus in. Ik kreeg dat op school zelf ook te horen: hang niet de clown uit! En nu speel ik de clown en ik krijg er nog voor betaald ook. Dat is toch mooi? Voor mij symboliseert het circus in La rançon de la gloire de cinema die mij heeft gered. Dat is de autobiografische kant."
Neigt de film stilistisch soms naar de Dardennes, op andere momenten brengt Beauvois Poelvoorde in beeld als een Chaplineske komiek: met ongesneden long shots, waarin de Belg zijn volledige komische mime kan inzetten. Beauvois verwerkte ook een origineel fragment van The Cure (1917), waarin Chaplin een spa bezoekt. "Je ziet daarin zijn hele lijf. En je ziet hoe subtiel zijn gezicht reageert als naast hem iemand heftig wordt gemasseerd. Geen bekken trekken, alleen even opzij kijken. Je ziet wat hij denkt. Dat is moderne cinema."

Absurde kronkel
De inspiratie door Chaplin gaat verder. In een geestige scène in La rançon de la gloire is het de kleine landloper zelf die de grafschenners op hun idee brengt. Nadat ze de televisie-uitzending van Chaplins begrafenis hebben gezien, waarbij de commentator benadrukt hoe rijk de overledene was, zegt Poelvoordes personage tegen zijn handlanger: "Chaplin kwam altijd op voor zwervers, immigranten en armen. Wij zijn alle drie!" En dus beramen ze hun postume kidnapping, naar hun gevoel, in de geest van Chaplin.
Dat gesprek is, zoals veel in de film, fictief (in het echt waren de twee boeven Pool en Bulgaar, in de film Belg en Algerijn); maar waargebeurd is de absurde kronkel dat hun advocaat tijdens de rechtszaak de geroofde zelf opvoert ter verdediging: waren zijn cliënten niet ook een soort Chaplins? En zou dat geen grond moeten zijn voor clementie?

Tempel
Dat Beauvois daar achteraf de humor van inzag, snapte de familie Chaplin wel. Twee van hen, een zoon en kleindochter, spelen zelfs mee. "Chaplins zoon Eugène heeft een rolletje als circusmanager. En zijn kleindochter Dolores speelt de formidabele Oona, Chaplins laatste echtgenote, die met de roof werd geconfronteerd."
Nog indrukwekkender vond Beauvois dat hij in Chaplins echte woning mocht filmen. "Voor mij is dat een tempel. Wat Mekka is voor een moslim. Chaplin is een god; ik heb elk onderdeel van het huis uit mijn hoofd geleerd. Tot de wc aan toe. Stel je voor: dat is zijn bureau waaraan hij zijn autobiografie heeft geschreven. Het zijn zijn boeken, het is zijn piano! Als je uit het raam kijkt, zie je de boom die hij heeft geplant. Ik vond dat heel ontroerend. En ik voelde dat daar een positieve aanwezigheid was; ik voelde dat ik welkom was — dat was bizar. Ik kan het niet verklaren."
Ook de Zwitserse begraafplaats waar ze filmden is origineel. "Ik was verbaasd dat we toestemming kregen om daar ’s nachts te werken. We filmden niet Chaplins eigen graf, omdat we een stuk nodig hadden zonder moderne zerken. Maar tijdens de opnames lag zijn graf recht achter me. Het voelde alsof hij meekeek op de monitor. Ik kan niet zeggen hoe, maar ik denk dat daardoor uiteindelijk ook de stijl van de film is beïnvloed."
Chaplin ligt nog steeds in dat graf, hetzelfde waarin hij in 1978 is teruggeplaatst. Sindsdien wel, voor de zekerheid, omgeven door een laag beton.

Charlie Chaplins The Cure (1917) is in zijn geheel — en legaal — te vinden op het Internet Archive.