Carte postale de Cannes (11)
THIS MUST BE THE PLACE
Eerst dacht ik aan Wim Wenders Syndroom. Die aandoening waarbij filmmakers om onverklaarbare redenen films in de Verenigde Staten willen maken en ook na meerdere mislukkingen niet van gedachten veranderen. Gisterochtend na afloop van this must be the place leek het alsof Paolo Sorrentino de kwaal had opgelopen. De film zag eruit als een drab van popcultuur, kitch en visuele clichés, kortom de valkuilen waar iedere nieuwe Amerika-reiziger met een camera intrapt. Het verhaal draait om een door drugs en luxe altijd kind gebleven rockster met het uiterlijk van The Cure’s Robert Smith en het gefrituurde brein van Ozzy Osbourne, die aan een road-trip door de Verenigde Staten begint om de kampbewaker uit Auschwitz te vinden waar zijn gestorven vader z’n hele leven op gejaagd heeft. De film is minstens even bizar als die zinsconstructie. ‘De slechtste film die ik ooit in Cannes heb gezien’, tierde een collega later op de dag. En die loopt hier toch al een tijdje rond.
Had Paolo Sorrentino, de man die ons il divo had gegeven, echt een lege huls gemaakt? Zo kort na de screening was er moeilijk grip op te krijgen. Maar de film bleef wel rondspoken. Een tijdje na die eerste, onverteerde verbazing moest ik aan Campbell’s soep denken. En aan pisbakken. Aan Warhol dus, en aan Marcel Duchamp. Was hier niet stiekem iets speciaals aan de hand? Zag ik niet dat Sorrentino iets bijzonders had gedaan, net als Warhol en Duchamp in hun tijd? Keek ik met oude ogen? Kon ik niet ontsnappen aan mijn eigen veilige voorwaarden voor wat een goede film is? Of was het toch rommel? Ik heb nog steeds geen antwoord op die vragen maar het is duidelijk dat Sorrentino’s film aan grenzen loopt te morrelen. Want nu, zaterdagochtend, loop ik nog steeds met de film rond. En is dat niet precies wat we willen van Cannes? Het grootste compliment voor het festival is dat het niet is afgelopen wanneer het voorbij is, zei een andere collega gisteren.
Sorrentino’s film is niet de enige die blijft rondspoken. De stemming over Malicks the tree of life is hier na een paar dagen scepsis veranderd in waardering, veelal met als argument dat een film met zoveel pretentie toch echt vier of vijf sterren moet hebben. Is niet de belangrijkste reden om een film zo goed te beoordelen, maar je moet het Malick nageven dat ie dit durfde te maken. Met die film zijn we nog lang niet klaar.
Ooit cobra gezien met Sylvester Stallone? Die huurmoordenaar met die tandenstoker in z’n mond, die eeuwige zonnebril en die tien lettergrepen? Nicolas Winding Refns baseerde zijn eighties hommage drive op Stallone’s actieheld. Die paar mensen die Winding Refns valhalla rising gezien hebben, weten dat de Deen nooit zo maar een actiefilm maakt. Ook drive is een curieuze mix van drama, romantiek, actie, splatter en gore. Net als Takashi Miike’s ichimei, dat niet Takashi’s gebruikelijke splatter heeft, maar juist een extreem lang middenstuk waar alleen maar gepraat wordt. Wat deed dat allemaal in de hoofdcompetitie, wilde de veteranen hier weten. Genrefilms? En dan nog bizarre genrefilms ook? Waarom zat … er niet in?! Of …?! Elk jaar dezelfde vragen, en bijna niemand die de antwoorden heeft. Maar het is duidelijk wat Cannes probeerde te doen: zekerheden onderuithalen, uitdagen met een selectie die de grenzen van de smaak opzoekt. Ze mogen blij zijn dat deze filmmakers hun films op tijd klaar hadden. Want daarmee konden ze hier aan de Cote d’Azur onrust zaaien en dat zal de grootste verdienste zijn van editie 2011. Ook de veteranen zullen bij thuiskomst erkennen dat de filmkunst weer een beetje rijker is geworden. En dan heb ik het nog niet eens over de nieuwe Nuri Bilge Ceylan en Christophe Honoré gehad. Of over de gesprekken met Catalin Mitulescu en Andrei Zvyagintsev. Die zijn dus voor later.
Het wordt natuurlijk vaker gezegd, maar met zulke films wordt het een pittig jaar voor de jury. Die moet voor zondagavond al die films al doorgelicht hebben. Een onmogelijke taak. Gelukkig hebben ze Olivier Assayas. Ik wens ze sterkte. En nota bene: de wereld vergaat niet.
Vandaag nog vier interviews. En morgen Catherine Deneuve.
Ronald Rovers