STATE AND MAIN
Grote ego's in een klein dorp
Zelfgenoegzame filmcrew strijkt neer in een gehucht
In State and Main laat David Mamet zijn personages niet op het scherpst van de snede strijden om hun baantje te behouden, zoals in Glengarry Glen Ross, en evenmin maakt hij ze tot speelbal van een virtuoze thrillerplot zoals in The Spanish prisoner. In plaats daarvan verwent hij in deze charmante Hollywoodsatire zijn acteurs door hen een keur aan lekker bekkende dialogen in de mond te leggen.
Om maar eens een open deur in te trappen: in het oeuvre van toneelschrijver, regisseur, scenarist en acteur David Mamet speelt de taal een cruciale rol. Zijn dialogen worden nogal eens geroemd vanwege het bijtende sarcasme en de cynische observaties. Maar Mamet is niet alleen inhoudelijk ijzersterk, hij is tevens een ware virtuoos als het gaat om de klank en het ritme van de taal. Het afgepaste metrum van Mamets teksten doet in een psychologisch realistische setting echter al gauw een beetje kunstmatig aan, zodat dit aspect nogal eens sneuvelt zodra Hollywoodregisseurs met zijn teksten aan de haal gaan.
Wanneer Mamet zijn eigen scenario’s verfilmt zoekt hij die in zijn taal besloten kunstmatigheid juist doelbewust op. Het is alsof hij zijn acteurs — en dat zijn bij Mamet nooit de minsten — vraagt om zich niet te veel in hun personages in te leven en hun ego’s een stukkie opzij te zetten, opdat de aandacht volledig kan uitgaan naar die gloedvolle zinnen, die nu eens messcherp en dan weer zoetgevooisd over de tong komen rollen. En omdat het er allemaal zo vlot, ritmisch en pakkend uit komt wordt de aandacht via een omweg toch ook weer op de acteurs gevestigd: ego’s bevredigd, schrijver blij, en ook het publiek kan tevreden zijn.
Slaatje
De geschiedenis die David Mamet vertelt in State and Main — in een Nederlandse setting zou je zeggen ‘Dorpsstraat en Brink’ — graaft niet bijzonder diep. Een filmcrew strijkt neer in een Amerikaans gehucht, waar met Hollywoodse zelfgenoegzaamheid over de gewoonten en gevoeligheden van de lokale bevolking wordt heengewalst. De grootsteedse arrogantie van de filmploeg komt mooi tot uiting in een telefoongesprekje tussen regisseur Walt Price (William H. Macy) en zijn producent Marty Rossen (David Paymer): "Marty, we got a new town. Waterford, Vermont." "…." "Where is it? THAT’S where it is."
Niet alleen de hyperactieve regisseur en de zelfingenomen filmproducent worden economisch en trefzeker neergezet met dergelijke dialogen, maar ook de verwende actrice (Sarah Jessica Parker) die in strijd met haar contract weigert om uit de kleren te gaan en de hufterige filmster (Alec Baldwin) die seks met minderjarige meisjes beschouwt als een onschuldig tijdverdrijf.
Als tegenwicht voor de breed uitgemeten oppervlakkigheid van de filmmakers en van de dorpsnotabelen die een slaatje willen slaan uit de filmactiviteiten, gaat de film in op de bijzondere band die ontstaat tussen de veelgeplaagde scenarioschrijver (Philip Seymour Hoffman) en de eigengereide eigenares van de plaatselijke boekhandel, een prachtrol van Mamets echtgenote en zijn ideale vertolkster Rebecca Pidgeon. Je zou kunnen klagen dat de enigszins voortkabbelende gebeurtenissen bepaald geen wereldschokkend nieuw licht op de Amerikaanse filmwereld werpen. Wie State and Main neemt voor wat het is — een charmant, speels en welbespraakt snoeperijtje — kan er echter veel plezier aan beleven.
Fritz de Jong