Recensie: Drakenziekte
In het onevenwichtige slotstuk van Peter Jacksons Hobbit-trilogie verandert de dwergenkoning overtuigend van een egoïstische vorst in een ware leider, en weet in de meest emotioneel beklijvende scène van de film het hart van de kijker te raken.
In The Hobbit: The Battle of the Five Armies staat het gezelschap van dwergen, geleid door koning Thorin Eikenschild (Richard Armitage) en aangevuld met hobbit en ‘meesterinbreker’ Bilbo (Martin Freeman), weer de nodige ontberingen te wachten. De draak Smaug is weliswaar uit hun rijk Erebor verjaagd, maar stort zich vervolgens op het eiland Meerstad. De vluchtelingenstroom die zich bij hen aandient, wordt door Thorin niet toegelaten. De immense goudschat in Erebor wakkert bij Thorin ‘drakenziekte’ aan, waardoor hij verblind raakt door hebzucht en niet meer voor rede vatbaar is. Intussen rukken legers orks en aardmannen op naar Erebor, waar ook grote krijgsmachten van elfen, mensen en dwergen zijn verzameld.
De hoofdmoot van The Hobbit: The Battle of the Five Armies wordt gevormd door de gigantische veldslag die zich voor de poorten van het dwergenrijk afspeelt, en zoals we inmiddels van regisseur Jackson gewend zijn, levert dat spektakel van ongekende intensiteit op, dat een vergelijking met de slag bij Minas Tirith uit The Lord of the Rings: The Return of the King moeiteloos kan doorstaan. De door booswichten Bolg en Azog geleide legers orks houden gruwelijk huis met hulp van allerlei groteske, voorwereldlijke creaturen en zijn ver in de meerderheid. Het is het moment waarop Tolkiens bekende stokpaardjes als moed, vriendschap en zelfopoffering van stal worden gehaald, en met de uiterst charismatische Armitage bezit Jackson een troefkaart van formaat: de dwergenkoning verandert overtuigend van een egoïstische vorst in een ware leider, en weet in de meest emotioneel beklijvende scène van de film het hart van de kijker te raken.
Doortrapte gierigaard
Ondanks al het overtuigende spektakel is The Battle of the Five Armies een film met gebreken en opmerkelijke kwaliteitswisselingen. Allereerst is er natuurlijk het controversiële high frame rate (HFR), dat met 48 beelden per seconde zorgt voor een loeischerp 3D-beeld waar Jackson inmiddels een verklaard voorstander van is. In een aantal scènes, met name de breed uitgemeten vergezichten, zorgt deze HFR voor een hyperrealistisch beeld dat aan HDTV doet denken en de acteurs er als miniatuurpoppetjes doet uitzien.
Bezwaarlijker zijn de vele overbodige verwijzingen naar gebeurtenissen die in The Lord of the Rings-trilogie plaatsvinden en de nogal arbitraire optredens van personages als Saruman, Elrond en Galadriel. Dat de scenarioschrijvers zich wederom veel vrijheid veroorloofden ten opzichte van de literaire bron is op zich geen probleem. Ergerlijk is het wel wanneer The Hobbit regelmatig in de context van Tolkiens magnum opus wordt geplaatst, wat aangeeft dat het boek veel te weinig materiaal bood om over drie films uitgesmeerd te kunnen woorden. Bovendien bezit The Hobbit niet zo’n krachtig universeel thema als de veel pregnantere navolger, waarin het voortbestaan van de vrije volkeren van Midden-Aarde op het spel stond. Ook de wat krukkig getimede komische terzijdes, die hoofdzakelijk op rekening komen van de doortrapte gierigaard Alfrid (Ryan Gage), doen geforceerd aan.
De onevenwichtigheid maakt The Battle of the Five Armies tot een tweeslachtige film, waar het tweede en verrassend sterke deel The Desolation of Smaug juist een goede balans bezat tussen humor, actie en spanning. Gelukkig bevat het slotstuk een confrontatie tussen Thorin en Azog, een episch gevecht op een bevroren meer dat eindigt in een bloedstollende climax, misschien wel de allerbeste scène van de trilogie. En dat maakt heel veel goed.
Mike Lebbing
The Hobbit: The Battle of the Five Armies
*****
Regie
Peter Jackson
Met
Martin Freeman
Richard Armitage
Distributie
Warner
Te zien
vanaf 10 december