HOTEL DIARIES
De wereld is binnen
De Hotel diaries van John Smith zijn een uitgelezen voorbeeld van hoe de wereldgeschiedenis zich af kan spelen binnen de muren van een hotelkamer. De kortfilms zijn te zien in het IDFA-programma ParaDocs: Let’s you and him fight.
Een van de motto’s van de Engelse filmmaker John Smith is: "If you look hard enough all meanings can be found or produced close to home." Veel in zijn werk heeft te maken met toeval, vertelde hij op de Kurzfilmtage Oberhausen waar eerder dit jaar het slotdeel van zijn Hotel diaries werd vertoond. Dat is een trilogie van korte films die zich, zoals de titel zegt, allemaal in hotelkamers afspelen.
Die Hotel diaries kwamen zeer toevallig tot stand. Maar Smith is een meester in het zien van betekenisvolle verbanden tussen woorden, beelden, gedachten en associaties die zich op een bepaald moment rondom zijn camera afspelen en ontspruiten. Hij ensceneert in zijn films als het ware het toeval en brengt op die manier ordening aan in een wereld zonder betekenis.
Zo zaten er maar tien minuten tussen het moment waarop de aanleiding voor het openingsdeel Frozen war zich aandiende en het moment waarop Smith zijn videocamera oppakte en een film begon te draaien die tien minuten later afgelopen was.
Eén take, één kans ook maar, één bevroren moment in de wereldgeschiedenis. En wel duizend betekenissen.
Statisch
Het is 8 oktober 2001. Smith was op het Filmfestival Cork en zette ’s avonds bij terugkeer in zijn hotel de televisie aan om op BBC News 24 te kijken hoe het met de bombardementen was die de VS en Engeland daags daarvoor op Afghanistan begonnen waren. Hij trof een statisch beeld aan, van een man (een nieuwslezer? een deskundige? een getuige?) dat minstens 20 minuten standhield, want als zijn filmverslag is afgelopen staat het beeld op de televisie nog steeds stil. Net zo interessant als de tien minuten die de film duurt, zijn de tien minuten die eraan vooraf gingen. Daarin maakte zich een gevoel van angst van hem meester — was er een aanslag op de BBC-studio gepleegd? Of nog iets ergers? Tegelijkertijd, of parallel daaraan, ontstond het bewustzijn dat hij dit moest filmen, deze verstoring in de tijd vastleggen.
Dus daar zat hij dan, op de hoek van zijn bed, de camera gericht op het tv-toestel. Het beeld soms afdwalend naar een leeg bagagekrukje naast de deur, of inzoomend op details op het tv-scherm. In zijn voice-over weet hij al snel heen en weer te schakelen tussen de plek waar hij nu is, het hier en nu, en de gebeurtenissen op het wereldtoneel, het daar en nu. Overwegingen over wat er in Londen gebeurd kan zijn, stelt hij op één lijn met bespiegelingen over de relatieve nutteloosheid van bagagekrukjes. In zijn woorden: het zijn kleine dingen die misschien helemaal niets betekenen in het grotere geheel, maar die je totaal kunnen verstoren.
Als een detective die weet dat hij een mysterie moet oplossen, zonder te weten wat het mysterie is, ondervraagt Smith de objecten om hem heen. Kan hij daaruit iets concluderen over het grotere, overdonderende wat er op het wereldtoneel aan de hand is? Hij is binnen. De wereld is buiten. Hoe gescheiden zijn die werelden? In zijn optiek níet. Want hij wrikt de beelden die hij toont open met de overwegingen die hij uitspreekt en creëert zo talloze kosmische toegangswegen naar nieuwe betekenissen en werelden.
Stenen
Dezelfde methodiek kenmerkt ook Museum piece, wat hij zo’n drie jaar later op 14 oktober 2004 draaide in een hotelkamer in Berlijn, en Throwing stones, van 13 november 2004, een rondgang door een Zwitserse hotelkamer die hem van het graf van Yasser Arafat naar het Chicago van 11 september 2001 brengt. Zijn werkwijze is inmiddels verfijnd. Nog steeds is er dezelfde nonchalante toon, in beeld en tekst. Nog steeds lijken de beelden willekeurig en de voice-over geïmproviseerd. Maar voor Throwing stones, zo bekende Smith, werden drie takes gedraaid en stonden er steekwoorden op een vel papier, dat je als je goed oplet op een bureau kunt zien liggen. De film is niet geënsceneerd, maar gecalculeerd. De voorbereidingstijd was ditmaal twee uur. De derde take was goed, waarna de eerste twee niet meer door de regisseur bekeken zijn.
Throwing stones ontstond anderhalve week na de herverkiezing van Bush, een paar dagen na de aanval op Fallujah en in de nacht na de begrafenis van Yasser Arafat in Ramallah. Maar vooral op het moment dat John Smith ’s avonds buitengesloten was uit zijn hotelkamer en bijna een steen tegen zijn eigen raam gooide. "At least in the end I didn’t waste any stones to wake myself up." Die stenen hadden ook de projectielen van een Palestijnse stenengooier kunnen zijn. Het buitengesloten zijn deed Smith afvragen hoe het zou zijn om in je eigen land ingesloten te zijn. Zijn lege, onopgemaakte bed wordt door de juiste combinatie van beeld en tekst in dat specifieke tijds- en ruimtekader, het doodsbed van Arafat. Er hangt een foto aan de muur van het Arts Institute Chicago waar Smith, via een tussenstop in New York op 10 september 2001, voor een lezing was uitgenodigd. Deze foto blijkt via een onbedoelde reflectie in een raam een foto van twee fictieve Twin Towers in Chicago. Je moet het allemaal zien en horen om te geloven hoe briljant vrije associaties uiteindelijk leiden tot politieke en esthetische statements.
De Hotel diaries worden zo een arena voor een filmisch gevecht tussen beelden en tegenbeelden. Een dialectisch proces waarin het plezier om de onnadrukkelijkheid van betekenis de grote winnaar is. Dat is verwarrend en verheugend, maar niet vrijblijvend.
Dana Linssen