Scherpstellen – 1 april 2016

Beelden voor de Toekomst

  • Datum 01-04-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

DE NOORDERLINGEN

Een stukje Nederlandse filmgeschiedenis wordt komende tijd veiliggesteld voor de verre toekomst. Hoe gaat dat in zijn werk?

Als het een sciencefictionfilm was zou het zó kunnen gaan: in het jaar 2500 ontdekken archeologen in een verborgen kelder een oude vrieskist die altijd is blijven werken. Nadat de deur is opengebroken komt een grote hoeveelheid filmrollen tevoorschijn, meest Nederlands materiaal uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Merkwaardig is dat het allemaal zwartwit-kopieën zijn, van iedere titel precies drie, die onderling alleen iets verschillen in nuances van grijstinten. Men breekt zich het hoofd, tot iemand op het idee komt dat het misschien een antieke manier van kleurcoderen is. En jawel, wanneer de drie zwartwit-versies van de aanslag volgens het schema rood-groen-blauw worden gecombineerd verschijnt dit vergeten tijdsbeeld weer in de originele, onbedorven kleuren op de monitor, of wat voor scherm dat in die tijd ook is.
De werkelijkheid zal ongetwijfeld minder dramatisch zijn, maar het Filmmuseum is wel degelijk van plan om een kernselectie van een veertigtal filmhistorisch belangrijke Nederlandse kleurenfilms volgens een tamelijk rigoureus procedé voor de langere termijn veilig te stellen. Naast de aanslag (Fons Rademakers, 1986) en canon-titels als flodder (Dick Maas, 1986) en de noorderlingen (Alex van Warmerdam, 1992) moeten we denken aan bijvoorbeeld jenny van Willy van Hemert, in 1958 de eerste Nederlandse kleurenfilm.
Die worden toevertrouwd aan een gespecialiseerd New Yorks bedrijf dat de kleuren splitst en overzet op drie zwartwit-kopieën, nog altijd het meest stabiele materiaal als het op bewaren aankomt. Met gekoelde en klimaatgecontroleerde opslag moet vijfhonderd jaar geen probleem zijn. Overigens blijft een moderne kleurenfilm onder de juiste omstandigheden al zo’n twee- tot driehonderd jaar goed, zonder dat er splitsing in New York aan te pas hoeft te komen.
Het veilig stellen voor de verre toekomst van een stukje Nederlandse filmgeschiedenis is een klein onderdeel van Beelden voor de Toekomst, een omvangrijk en ambitieus project dat tot doel heeft een groot deel van het Nederlands audiovisueel erfgoed te conserveren en te digitaliseren. Vooral dat laatste is iets dat sterk de aandacht trekt, ook internationaal.

35 miljoen!
Deelnemers aan dit unieke project, dat op 1 juli 2007 het groene licht kreeg en waarvoor zeven jaar is uitgetrokken, zijn het Instituut voor Beeld en Geluid, het Filmmuseum, het Nationaal Archief, de Vereniging Openbare Bibliotheken, de Centrale Discotheek Rotterdam en Kennisland. Het Ministerie van Economische Zaken stelde onder de noemer ‘innovatie’ een bedrag van 173 miljoen euro beschikbaar voor de restauratie, conservering en digitalisering van 22.150 uur film, 137.200 uur video, 123.900 uur audio en 2,9 miljoen foto’s.
Van het totale budget gaat 35 miljoen naar het Filmmuseum dat hiermee zijn conserveringswerk plotseling een tienvoudige versnelling kan geven. Het plan is nu om de complete Nederlandse filmproductie, aangevuld met buitenlands materiaal uit de collectie, niet alleen te restaureren maar ook in digitale vorm beschikbaar te stellen voor het publiek. Let wel, we hebben het dan niet alleen over omstreeks duizend speelfilms, maar ook over documentaires, korte films, animatiefilms en alle afstudeerfilms van de Filmacademie. De uitbreng deze maand van de digitaal gerestaureerde versie van twee vrouwen, de film van George Sluizer uit 1979 naar de roman van Harry Mulisch, is een eerste mijlpaal.
Voor het Filmmuseum is de onderneming op 16 oktober in een stroomversnelling gekomen met de ondertekening van het digitaliseringscontract met Thought Equity uit Denver. De scanner hebben de Amerikanen in Amsterdam neergezet. Het filmmateriaal hoeft het land niet te verlaten.

Cocktailprikker
De restaurateurs van het Filmmuseum zijn daar trouwens in alle rust al een jaar bezig. Het is een curieuze paradox dat het meeste werk dat voor de digitalisering van de Nederlandse film verzet moet worden nog gewoon met de hand op ouderwetse mechanische montagetafels wordt gedaan. Deze in schemerlicht gehulde werkplekken vormen een van de laatste bastions van de predigitale filmtechniek. De nieuwe medewerkers die voor de restauratie zijn aangetrokken — deels uit het buitenland, want er bestaat geen Nederlandse opleiding voor — moeten een gedegen kennis hebben van de klassieke fotochemische technieken.
Digitaal monteren, digitaal verwijderen van stofjes en krassen, het kan allemaal maar het is in veel gevallen nog altijd duurder dan de ouderwetse methoden. Pas als het daarmee niet lukt wordt er soms een stukje film gescand en digitaal opgeknapt. Het leukst, zo laat restaurateur Jan Scholten weten, zijn ingewikkelde problemen waarbij oude en nieuwe expertise gebundeld moet worden — zoals voor het verwijderen van een pulserende verkleuring die hij eens tegenkwam. Maar hij wil ook nog wel eens een coctailprikkertje ter hand nemen om een hardnekkig vuiltje te verwijderen dat de schoonmaakbehandeling met ultrasoongeluid heeft weerstaan.

Puzzel
De restauratie van een film begint met de inventarisatie van het aanwezige materiaal. In het ideale geval is er nog een origineel negatief waarvan direct een nieuwe print gemaakt kan worden. Dan is het alleen een kwestie van inspecteren en schoonmaken. Meestal is het minder eenvoudig. Zo zijn er van Wim Verstappens befaamde blue movie alleen ernstig verkleurde prints voorhanden. Naar het negatief is men nog naarstig op zoek. In het ergste geval moet de restaurateur aan de slag met een ratjetoe. Een beschadigd of incompleet negatief, verkleurde prints waar stukken uitgeknipt zijn. Een hele puzzel, alleen al om precies vast te stellen hoe de film er oorspronkelijk uit heeft gezien.
twee vrouwen is wat dat betreft een mooi voorbeeld. Om te beginnen ontdekte restaurateur Guy Edmonds dat er twee negatieven bestaan die verschillend gemonteerd zijn. Een daarvan was in mei 1979 gebruikt om de vertoningskopieën van te maken. Daarmee had de kous af kunnen zijn, ware het niet dat George Sluizer destijds, toen de film al in de bioscoop draaide, nog persoonlijk met de schaar in de hand door het land is gegaan om verbeteringen aan te brengen. Het tweede, later gemonteerde negatief bleek overeen te komen met die bijgewerkte versie, maar was helaas vuil en van mindere kwaliteit. Het eerste, hoogwaardige negatief verknippen tot de gewenste ‘directors cut’ was uiteraard taboe. Scannen, gevolgd door digitaal hermonteren was in dit geval de oplossing.
Bij al dit herstelwerk werkt het Filmmuseum nauw samen met het een deur verder gelegen Cineco/Haghefilm, een filmlab dat tot de wereldtop behoort als het om filmrestauratie gaat. Ja, scannen kunnen ze bij Cineco ook heel goed, alleen niet voor de prijs van de Amerikanen, maar dit terzijde.

Schat
Het eindresultaat van alle inspanningen bestaat uit twee prints. De zogenaamde ‘master’ fungeert als een soort back-up en dient om de film veilig te stellen. De andere print kan in principe in de bioscoop worden vertoond, maar gaat in dit geval rechtstreeks in de scanner van Thought Equity en daarna naar de gekoelde opslag. Want digitaal bewaren is iets waar niemand nog aan wil denken. Digitaal opslaan is duur, de techniek verandert snel en hoe lang zullen die datatapes goed blijven? Zeker geen honderd jaar. Digitaal is voor nu en binnenkort, en wat dat betreft staat er veel op stapel.
De grote drijfveer achter het digitaliseren is vooral het toegankelijk maken van de schat aan Nederlandse filmbeelden, zoals de projectmanager bij het Filmmuseum Emjay Rechsteiner stelt. Was vertoning van films uit de collectie van het Filmmuseum tot nu toe beperkt tot hooguit twee voorstellingen per dag in de twee eigen zalen, straks kan het via een server beschikbaar komen voor alle filmtheaters en bioscopen die met digitale projectie zijn uitgerust. Daarnaast kan het gemakkelijk op dvd worden gezet, of online beschikbaar worden gesteld voor het publiek en voor het onderwijs.
In het buitenland wordt dit alles met grote belangstelling gevolgd. "Met dit grote aantal films, gescand op de hoge 2k-resolutie die overeenkomt met bioscoopkwaliteit, lopen we wereldwijd voorop", aldus Rechsteiner.
Een website die de mogelijkheid biedt om de door het Filmuseum gerestaureerde films tegen betaling te downloaden zal omstreeks mei volgend jaar in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Speelfilmproducenten en Beeld & Geluid de lucht ingaan. Spiksplinternieuwe recente films komen er ook op te staan. De auteursrechtenkwestie — wat een heikel punt bij internetdistributie kan zijn — is daarbij niet over het hoofd gezien. Het Filmmuseum wil dit met de betrokkenen ‘sjiek’ regelen.
Spannend. Is er straks niet meer dan een muisklikje voor nodig om eindelijk de minder gelukkige terugkeer van joszef katús naar het land van rembrandt te kunnen bekijken? De film die het roemruchte duo Pim (de la Parra) en Wim (Verstappen) in 1966 in guerillastijl draaide op een stapel overgebleven 16mm-rollen en waarover Volkskrant-recensent B.J. Bertina schreef: ‘De Nederlandse speelfilm begon gisteren opnieuw.’

Leo Bankersen

Beste Paul Verhoeven,

Van harte gefeliciteerd met de prijs van beste Nederlandse speelfilm aller tijden. U had die prijs al, maar omdat het internetpubliek nogal korte-termijngeheugerig is, krijgt u hem nu weer. zwartboek, wat een prestatie. Nietwaar? Toch wringt er iets. Beste Paul Verhoeven. turks fruit, ja, dat was een werk van een rebel, een anarchist, iemand die tegen schenen schopte, iemand die de jeugd in zich had en dartel door Amsterdam fietste. En net als zoveel van uw films: in grote onrust en chaos ontstaan, met betogingen en spandoeken. Het Vrouwenbevrijdingsfront. Seksist! Vieze man! Je heb de meest gore verwensingen naar je hoofd geslingerd gekregen, ook van de filmkritiekmeute, die je vaak maar banaal en oppervlakkig vond. Daarom ben je na de vierde man weggegaan, weg van dat kleinzielige Holland met haar benepen ideeën, op naar een land waar nog veel meer controverses waren, nog veel meer schenen om tegen te schoppen. Heerlijk. Nietwaar?
Maar na hollow man ben je zelf hollow geworden, beste Paul. Je deed het meest rampzalige dat je maar had kunnen doen: terug naar Nederland gaan, dingen rechtzetten, lof en erkenning oogsten. Wat heb je daaraan? Iedereen vindt je hier gaaf, Paul, iedereen moet je wel gaaf vinden, want ze kennen je enorme staat van dienst. Met als gevolg dat je in praatzieke poppenkastpornoprogramma’s wordt gefêteerd, omarmd, doodgeknuffeld…

Ahhh, Paul Verhoeven….
Maar wacht:
Waar is de vijand?

Iedereen heeft een vijand nodig, Paul, en jij zeker. Anders hadden we nooit starship troopers gehad. Of spetters.
Maar nu is niemand je vijand meer. Er was even iemand die je een vieze ouwe man noemde, maar dat werd meteen weer in de kiem gesmoord. Verder is er niks. Pais en vree.
En dat is funest. Funest voor je kunstenaarschap. Iedereen heeft vijanden nodig, en kunstenaars zeker. En daarom ben ik hier. Als je ‘worst nightmare’. Ik ben de protesterende christen buiten de bioscoop, de gekwetste homo bij Sonja, de intellectueel die je voor fascist uitmaakt. In naam van de cinematografie. Een filmmaker die een boek maakt? Tsjezus man, dat is toch de ultieme vernedering? Praten in de Rode Hoed? Treurig, treurig, treurig. Wie wil er nu luisteren naar Paul Verhoeven? We willen hem zien! Zien hoe hij over Jezus denkt, zien hoe hij hem afbeeldt! Groots op het scherm! En niet in die oploskoffiestijl van zwartboek, wat de mensen ook mogen zeggen, maar in de smerige, controversiële krochten van de menselijke ziel! Kom op, Paul, Rammstein!
Vergiftig ons nog vele malen met jouw amoralistische realiteit, kruip wederom als een subversieve slak onder de huid van de tijdgeest en verblind ons allen nog vele jaren met je megalomane, opportunistische levenslust.
Dit land waar je naar bent teruggekeerd, schreeuwt erom. Nietwaar?

Welwaar.

Met vriendelijke groet,
je toegewijde vijand,

Mike Naafs

Geschreven door