Redactioneel – 3 juli 2014

  • Datum 03-07-2014
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Illustratie Typex

Begin jaren tachtig liepen twee kunstenaars door Hoog Catharijne in Utrecht en lieten in het zicht van elke bewakingscamera een foto van zichzelf maken. Grauwe, unheimliche zwartwit foto’s van een man en een vrouw en een bewakingscamera. Een visionair project. 1984 was nog niet aangebroken. Bewakingscamera’s waren nog iets relatief nieuws.
1984 is inmiddels 30 jaar geleden en bewakingscamera’s zijn overal. En niet alleen bewakingscamera’s. Er vinden in alle domeinen van onze levenssfeer vormen van surveillance plaats. Als een kind geboren wordt staat het al direct na de geboorteaangifte in tientallen databases. Niks tabula rasa.
Film kijkt ook naar mensen, en wij kijken naar onszelf in de cinema. Reden genoeg voor een zomerspecial die begrippen als privacy en surveillance vanuit de filmgeschiedenis inventariseert. Om te lezen in de schaduw, in de dode hoek van de camera, onbespied op dat onbewoonde eiland waar we in de vakantiemaanden allemaal van dromen. Even zijn zonder waargenomen te worden.
We verzamelden stukken over Hitchcock, de grote gluurder; vroegen ons af of films over telepathie en dubbelgangers ons iets vertellen over de angst onze privacy en onze identiteit te verliezen; inventariseerden in hoeverre de sciencefiction van Minority Report intussen de praktijk van alledag is. Columnisten Ebele Wybenga, Mark Cousins en Adrian Martin schreven over drones, het surveillance-perspectief in Tsai Ming-liangs Stray Dogs en archiefkoorts: bestaat iets pas als er ergens op een of andere manier sporen van terug te vinden zijn?
Op zoek naar de kunstenaars die zich in de jaren tachtig in Hoog Catherijne lieten fotograferen, stuitte ik al googelend op ‘verdacht’ weinig zoekresultaten. Een van de eerste voorbeelden van surveillance art in Nederland leek digitaal niet te bestaan. Maar de weinige, zijdelingse verwijzingen gaven wel een link naar een mysterieuze mededeling: sommige zoekresultaten zouden mogelijk verwijderd kunnen zijn op grond van Europese regelgeving inzake gegevensbescherming, oftewel de in mei van dit jaar geïmplementeerde wet op ‘het recht om vergeten te worden’.
Ik heb het boekje met de foto’s hier voor me liggen en blader er doorheen. Twee vanaf nu anonieme personen die zich ooit overgaven aan de blik van de camera. Als de geesten op de foto’s van de eerste spiritisten, die wilden bewijzen dat er meer was dan het menselijk oog kon zien. Dat techniek het onzichtbare zichtbaar zou maken.
Misschien is het toeval. Maar het is ook een mooie vorm van poëtische rechtvaardiging. Wat als nou juist de makers van dit project besloten dat ze wilden dat het níet herinnerd zou worden? Dat zij de vrijheid wilden hebben om in het zwartwit van hun foto’s te verdwijnen?

Dana Linssen | twitter @danalinssen

Geschreven door