Redactioneel – 11 november 2015

  • Datum 11-11-2015
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Setfoto Son of Saul

Toen in de jaren tachtig en negentig de grote Holocaustfilms Shoah, Schindler’s List en La vita è bella verschenen ging dat gepaard met de discussie hoe en of je de Holocaust mag en kunt verbeelden. Son of Saul (sinds vorige maand in de bioscopen) maakt die vragen weer actueel. Debuterend regisseur László Nemes laat dingen zien die tot dan toe taboe waren, zo gaat de camera met zijn hoofdpersoon mee de gaskamer in. Tegelijkertijd laat hij ze níet zien. Want de bijziende camera focust alleen op het gezicht van zijn hoofdpersoon. Het is een manier om iets te zeggen over de psychologie van kijken: om te overleven kunnen we soms niet alles zien. Het beeld drukt zijn eigen ontoereikendheid uit.
Verbeelden is niet alleen in beeld brengen, maar ook een vorm vinden om iets in beeld te brengen. En het is iets onstoffelijks: iets wat onvoorstelbaar wordt geacht toch voorstellen. Al is het maar voor je geestesoog. Misschien wel omdat het anders ook makkelijk wordt om je hoofd weg te draaien.
In verband met Son of Saul werd nog een andere vraag relevant: hoe moet je eigenlijk over dat onvoorstelbare praten en schrijven? Welke woorden zijn toereikend? Welke schieten tekort?
Ik las een recensie in een Belgische krant waarin Son of Saul een "dreun van een Holo­caust­drama" werd genoemd, dat je "de moordfabriek van Auschwitz insleurt", waar je hoort hoe "het gesnauw van de nazicommandanten […] het horrorkabinet orkestreren". Kun je die woorden gebruiken? Ik aarzel daarover. Nee, ik denk eigenlijk van niet.
Ik kan niet in het hoofd van de recensent kijken, maar ik kan me als collega wel voorstellen dat je na het zien van Son of Saul behoefte voelt om de heftige en indringende ervaring die de film is zo te beschrijven dat je woorden recht doen aan wat je tijdens het kijken van de film meemaakt. Films die ‘aankomen’ heten tegenwoordig al snel een ‘dreun’ of een ‘beuk’ of een ‘mokerslag’. Het zijn woorden die ik zelf ook wel eens heb gebruikt. Het bezwaar dat ik voel is gevoelsmatig, moreel misschien. Het woord ‘dreun’ is zowel te sterk als te zwak om uit te drukken wat de film doet.
Son of Saul is een film die gezien moet worden. Veel mensen denken dat ze er niet tegen zullen kunnen. "Hij lijkt me te zwaar voor de zaterdagavond", zei iemand op een zaterdagavond. Zijn we nu zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog aanbeland op het moment waarop we kunnen zeggen dat we de Holocaust vanavond even te zwaar vinden? (Ik kan me trouwens vele legitieme redenen voorstellen om de film niet te willen zien, maar nou net deze even niet.)
In een Nederlandse recensie werd over een voorpremière in Pathé geschreven dat "een groot deel van de bioscoopbezoekers" voortijdig de zaal verliet en dat de film "voor veel rumoer" zorgde.
Het is vergelijkbare stoere, sensatiezoekende taal.
Het zijn woorden die de blik op de film vertroebelen. Het zijn woorden waardoor je een excuus krijgt aangereikt om niet te hoeven kijken.

Dana Linssen | @danalinssen

Geschreven door