FilmBoeken – 22 december 2011
Kindermenu
Dolfje Weerwolfje
Hoewel de titel anders suggereert, duikt Van Abeltje tot Zoop diep in de filmgeschiedenis. Kinderfilms moesten leerzaam zijn. Gelukkig is die tijd voorbij.
Dolfje Weerwolfje, Razend, Bennie Stout — dat zijn nog maar drie van de acht Nederlandse jeugd- en familiefilms die dit jaar in de bioscoop verschenen. Hoe snel we aan die overvloed gewend zijn geraakt blijkt wanneer we een blik werpen op de lijstjes achterin het boek Van Abeltje tot Zoop. Die explosieve groei van het genre is iets van de laatste acht jaar. Het is altijd fijn om iets in perspectief te plaatsen. Esther Schmidt en Sabine Veenendaal, voormalig medewerkers van Lemming Film en Bos Bros, doen dat met het boek dat ze schreven ter gelegenheid van 25 jaar Cinekid. Want hoewel de titel Van Abeltje tot Zoop anders suggereert gaan de schrijvers terug tot 1917 en nog daarvoor, toen het begrip kinderfilm nog niet bestond.
Niet dat kinderen toen geen enthousiaste bioscoopgangers waren, integendeel. Ze vermaakten zich met alles wat op het witte doek verscheen, iets wat de zedenmeesters bijzonder gevaarlijk vonden. Dat leidde tot filmkeuring en een oersaai kindermenu van educatieve documentaires. Een enkeling zag dat het anders moest en begon echte films voor kinderen te maken, maar er was een lange weg te gaan. Karst van der Meulen werd in 1972 op de Filmacademie nog weggestemd toen hij een jeugdfilm wilde maken en Burny Bos heeft in de begintijd de nodige strijd met het Filmfonds moeten leveren, zo blijkt uit de verslaggeving van Schmidt en Veenendaal. Pas in de jaren negentig leidden veranderde opvattingen tot de huidige jeugdfilmcultuur.
Marketingdenken
Het lijkt wel of het boek zelf dat nieuwe denken ook probeert uit te stralen met een uitbundige vormgeving. Zo uitbundig zelfs dat de leesbaarheid en overzichtelijkheid in de verdrukking komen. Het verhaal zelf is eerder degelijk dan bevlogen. De schrijvers spraken met meer dan 40 deskundigen uit de sector, maar af en toe zou je willen dat het enthousiasme van die betrokkenen meer ruimte had gekregen, bijvoorbeeld in de vorm van langere interviews. Er zijn ook een paar merkwaardige omissies. De Carry Slee-films en het werk van Steven de Jong krijgen bijvoorbeeld nauwelijks aandacht.
‘Over het succes van de Nederlandse jeugdfilm’ is de ondertitel van het boek, maar wanneer het erop aankomt dit succes te verklaren maken de schrijvers zich er wat snel vanaf. Zijn het de boekverfilmingen? Is het marketing? Is het de tijdgeest? Een heldere duiding blijft uit.
De waarde van het boek zit hem vooral in het historisch overzicht, de illustratieve productieverhalen en bijkomende aspecten, zoals de opkomst van het marketingdenken. Een handig basisboek ook voor nadere verkenningen, die bijvoorbeeld van start kunnen gaan als Ximon straks al die films online heeft staan.
Leo Bankersen
Van Abeltje tot Zoop
Esther Schmidt, Sabine Veenendaal
2011, Hoogland & Van Klaveren, 144 pagina’s, €19,95
Chinese Women’s Cinema — Transnational Contexts
Lingzhen Wang (red.)
2011, Columbia University Press, €24,95
Eerste Engelstalige boek in zijn soort, over 21 gevestigde en minder bekende vrouwelijke Chinese filmmakers die de Chinese film hebben gemoderniseerd, en over onderwerpen als auteurschap, feminisme en gender.
Screenwriting Tips, You Hack
Xander Bennet
2011, Focal Press, €17,95
Bennet, voormalig scriptbeoordelaar van Hollywood, raakte geïnspireerd door de enorme hoeveelheid middelmatige scripts die hij voorbij zag komen en begon een blog waar hij sinds 2009 elke dag een tip publiceert. In dit boek zijn 150 screenwriting tips opgenomen. Het merendeel zal scenarioschrijvers niet onbekend voorkomen, het gaat onder meer over karakter, structuur en de klassieke ’three-act’ opbouw. Maar de toon van Bennet is relativerend en humorvol, hij steekt de draak met schrijfclichés en geeft tegelijk praktische tips, een combinatie die het boek erg aantrekkelijk maakt (bijvoorbeeld om in het geval van een schrijfcrisis de gemoederen snel te bedaren).
First-Time Filmmaker Fuck-Ups
Daryl Goldberg
2011, Focal Press, €17,95
Een getekende filmlamp op het omslag camoufleert heel kuis het woord ‘fuck’ in de titel. Binnenin het boek staan 69 fuck-ups (valkuilen) in filmproductie, onderverdeeld in hoofdstukken over geld, pre-productie, planning, timemanagement, budgetteren, acteren, de crew, het werken op een set, editing en post-productie. Dit boek is gemaakt om beginnende filmmakers een hoop ellende te besparen, en het is toegankelijk en grappig geschreven. Bovendien bevat het veel mooie citaten, zoals deze, van Martin Luther King Jr.: ‘Faith is taking the first step even when you don’t see the whole staircase’. Of deze, van Walter Murch: ‘Film editing is now something almost everyone can do at a simple level and enjoy it, but to take it to a higher level requires the same dedication and persistence that any art form does’.
Cinematic Rotterdam
Floris Paalman
2011, 010 Publishers, €39,50
Prachtig en lijvig gebonden boek over de audiovisuele geschiedenis van Rotterdam, en de rol die cinema heeft gespeeld bij de stedelijke ontwikkeling tussen 1920 en 1980. Er worden films besproken; bedrijfsfilms, promotiefilms en documentaires over Rotterdam, maar ook andere onderwerpen komen aan bod, zoals architectuur, stadsplanning, politiek en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Interessant en oogverblindend mooi studiemateriaal.
Coco & Co — Schone vrouwen
Claude Blondeel
2011, Davidsfonds Uitgeverij, €29,95
Een leuk cadeauboek met portretten van beroemde vrouwen uit kunst, muziek, mode en film, onder wie de filmdiva’s Ingrid Bergman, Leni Riefenstahl, Marilyn Monroe, Marlene Dietrich en Romy Schneider.
Samenstelling Claudia Jong | International Theatre & Film Books | Leidseplein 26 | 1017 PT Amsterdam | t 020-6226489 | i theatreandfilmbooks.com