Buiten beeld #12: Montage

Puzzelen op tientallen sporen

Foto’s: Maricke Nieuwdorp

Wie werken er achter de schermen naast regisseurs en acteurs? Wie schrijft het script, wie zorgt voor aankleding, het geluid, de dieren, cast en de inwendige mens op de set? De Filmkrant belicht in deze ‘achter de schermen’-serie steeds een ander vakgebied. Deze maand: de montage van de documentaireserie The Singh Case.

“Als editor maak je eigenlijk niets mee”, zegt Elja de Lange. Toch kent hij de bewogen verhalen van vele in films geportretteerde mensen tot in detail. Zoals die van de hoofdpersonen uit Coen Verbraaks documentaire(series), waaronder Srebrenica, de machteloze missie van Dutchbat (2020) en Molukkers in Nederland: 70 jaar op weg naar huis (2021). Ook de mannen van De Dijk (Hou me vast – De Dijk, 2011) en de Greenpeace-activisten uit The Rainbow Warriors of Waiheke Island (2009) heeft hij figuurlijk van dichtbij meegemaakt. De Lange bracht immers maanden met hen door. “Ik leer alle hoofdpersonen kennen via wat ze me geven.”

Vandaag werkt hij aan Hans Pools documentaireserie The Singh Case, geproduceerd door Submarine. Een true crime-verhaal over een Amerikaanse moordzaak uit 1983, waarvoor de Nederlander Jaitsen Singh al 37 jaar achter de tralies zit in de VS. Singh zou zijn vrouw en dochter hebben laten ombrengen, maar hij houdt vol onschuldig te zijn. In deze (waarschijnlijk) vijfdelige serie wordt ingegaan op de moord, het politieonderzoek, de rechtszaak destijds en wat er anno nu nog speelt. De Lange: “Hans is inmiddels een detective: hij weet meer van de zaak dan de aanklager van dienst.”

Om tunnelvisie te voorkomen, kijken er tijdens de montage, zoals altijd, veel mensen mee – naast de eindredacteur in dit specifieke geval ook een Britse editor en naasten die als testpubliek fungeren. “Hoewel iedereen anders kijkt, komt daar toch een gemene deler van terug – ook van wat eventueel anders moet.”

Authentiek
Omdat dramaturgische wetten volgens De Lange ook gelden voor documentaires, bouwt hij deze true crime-serie in de montage op als een binge-waardige dramaserie. Visueel was dit aanvankelijk een lastige zaak. Er lagen twintigduizend uitgeschreven pagina’s van verhoren, gruizige, decenniaoude video-opnames van de rechtszaak en originele foto’s van de plaats delict – maar dan heb je nog geen televisie.

Inmiddels zijn er ook eigen interviews van Pool met betrokkenen bij de zaak. De Lange kan daarom vandaag een vraaggesprek met een op deze moordzaak terugkijkende rechercheur versnijden met originele foto’s van de plaats delict. Als editor drukt hij daarbij ook z’n eigen stempel; soms zo subtiel dat het de leek ontgaat. De Lange knipt bijvoorbeeld nét op het moment dat de rechercheur zijn ogen open heeft en in de richting kijkt van waar de foto in beeld zal komen. Bij dezelfde scène past hij nog een montagetrucje toe: terwijl je luistert naar het interview met de rechercheur en je de foto’s van de locatie voorbij ziet komen, zorgt De Lange ervoor dat het beeld nog realistischer wordt door er het geluid van voetstappen op grind onder te leggen. De Lange: “Monteren is en blijft manipuleren, maar ik probeer het toch zo authentiek mogelijk te maken.”

Inlevingsvermogen
De Lange werkt met drie grote schermen naast elkaar en een nog groter scherm dat daar weer achter aan de muur hangt. Voor zijn neus heeft hij een kleurrijk toetsenbord en daarnaast een mixer. Dat is het qua technisch vernuft wel zo’n beetje. De magie zit ‘m in het materiaal dat hij binnen krijgt en wat hij daarmee doet. De Lange noemt zichzelf “een beperkte knoppendraaier, maar wel een met veel inlevingsvermogen.”

Op het middelste scherm is onder het beeld een paneel te zien met diverse horizontale en verticale ‘sporen’. Onder de horizontale tijdlijn hangen blokjes met verschillende kleuren: deze duiden de op dat moment getoonde personages aan. Daarboven, op diezelfde tijdlijn, staan blokjes die andere beelden vertegenwoordigen: een door het interview versneden politiefoto of een drone-shot bijvoorbeeld. Onder de videosporen lopen audiosporen: een blokje voor muziek, een voice-over, of een bepaald geluidseffect – zoals dat grindpad eerder. In The Singh Case werkt De Lange gemiddeld met 9 videosporen en 22 geluidssporen tegelijkertijd op de timeline, die na gedane zaken los aangeleverd zullen worden aan de eindmix.

De Lange startte zijn carrière rond de tijd dat 35mm plaatsmaakte voor video. “Een vreselijke periode,” zegt hij lachend. “35mm-film is knipbaar en dus niet lineair. Dit in tegenstelling tot video. Dat was voor ons vakgebied een stap terug in de tijd, met verregaande consequenties. Als een beoogde beginscène ergens midden op de videoband stond, moest die worden afgespeeld en op het begin van een tweede band opgenomen worden, precies op die tijdcode.” Daarom noteerde hij éérst de tijdcode van de originele opname: minutieus beschreef hij tekst en bewegend beeld. Zo raakte hij nooit iets kwijt. Bovendien was de tijdcode na ongeveer drie keer doorkopiëren al veranderd in soep: getallen waren niet meer te onderscheiden. Sinds de komst van de computer en digitale bestanden en opnames is het montagevak – gelukkig – weer non-lineair.

Rommelshots
Voor een documentaireserie als deze is De Lange per aflevering grofweg een maand bezig. In tegenstelling tot wat men wellicht denkt, zit een regisseur soms niet vanaf het begin bij de montage. Een editor heeft dus veel autonomie. Toen De Lange werkte aan Coen Verbraaks eerdergenoemde serie over Molukkers, moest hij aan de slag met urenlange opnames met zestien hoofdpersonen die allemaal over dezelfde thema’s geïnterviewd waren. Die ging hij eerst allemaal beluisteren. Hij noteerde interessante onderwerpen en verdeelde die in zo’n vijftig (sub)thema’s. Bijvoorbeeld de bootreis naar Nederland, behuizing en contacten met Hollanders. Elke keer dat iemand iets over de bootreis vertelde, werd dat blokje video onder dat kopje bewaard. In de eerste versie was elk thema ongeveer een uur lang, Samen met Verbraak decimeerde De Lange dat tot enkele minuten. Na die fase begon hij samen met de beeldresearcher te zoeken naar beelden die alle verhalen tot leven brachten.

Zeker in het geval van persoonlijke verhalen – waar de filmmaker en camera niet bij aanwezig waren – koos De Lange voor associatieve beelden. Zoals bij het fragment uit Onze Jongens op Java waarin een Nederlandse soldaat vertelt hoe hij samen met een maat een brug moest bewaken, in een kuil voor de regen schuilde en niet direct doorhad dat zijn vriend doormidden was gekliefd. De Lange: “Een waanzinnig verhaal. Maar hoe maak je dat ‘kloppend’? Ik zocht in het archiefmateriaal naar bewegende, vage bos-shots. Non-descripte rommelshots eigenlijk. Die beelden combineerde ik met stock-geluid van regen op een golfplaat, bombardementen en vuurgevechten – geluid dat later door de sound-mixer geperfectioneerd en historisch kloppend gemaakt wordt.” Het tot leven brengen van dit soort scènes geeft hem veel voldoening. Hij gebruikt voor ontploffingen ook graag de uitlopertjes van filmrollen waarbij nummertjes, letters en flitsen door elkaar heen beginnen te lopen.

Maar het mooist aan zijn vak noemt De Lange toch de intense samenwerking met alle regisseurs. Die schuiven, na vaak jarenlange voorbereiding en opnameperiodes, bij hem aan tafel. Dat is het moment dat alles bij elkaar moet komen. “Ik stel me daarbij dienstbaar op om hun dromen te verwezenlijken.”

In het begin lijkt het montageproces een onoverbrugbare horde – ook als je veel ervaring hebt. De Lange begint daarom altijd met wat hij wél kan overzien, met iets waarvan hij zeker weet dat het in de film belandt. “Vanaf daar werk je in blokjes, totdat je er genoeg hebt om de puzzel in te vullen: zoals je ook begint met de randjes van een legpuzzel.” Maar het zwaartepunt ligt voor De Lange aan het einde. “Dan is er altijd een soort crisis. Maar je wéét dat het erin zit. Als je daar doorheen bent, ga je vooral de kleine dingen mooier maken. Ik blijf altijd maar denken: het kómt goed.”