Boeken: Directed by Yasujirō Ozu

Aan hen die het fout hadden

An Autumn Afternoon

Een van de belangrijkste boeken over de films van Yasujirō Ozu is eindelijk naar het Engels vertaald.

Meer dan veertig jaar na verschijnen is het boek Kantoku Ozu Yasujirō door Ryan Cook naar het Engels vertaald als Directed by Yasujirō Ozu. In een uitgebreid voorwoord vertelt Yale-historicus van de Japanse cinema Aaron Gerrow over de finesses van de vertaling.

Te beginnen bij de “bedrieglijk eenvoudige” titel. ‘Kantoku’ verwijst naar de professionele rol van ‘Ozu de regisseur’ die, als het anders was gelopen, naar eigen zeggen ook ‘Tōfuya Ozu Yasujirō’ had kunnen worden: Ozu de tofumaker. Maar in de context van het Japanse studiosysteem is kantoku ook een eretitel. ‘Director Ozu’ is zoiets als ‘Dr. Murnau’, of ‘Mr DeMille’, schrijft Gerrow. In zekere zin is ook dit boek ‘directed by Yasujirō Ozu’, schrijft Gerrow. Hij noemt het een werk van ekfrastische kritiek, een werk gewijd aan de kunstwerken die Ozu maakte.

Gerrow gaat vervolgens dertig pagina’s lang in op de betekenis van het boek, dat werd geschreven door Shiguéhiko Hasumi, een man die – behoorlijk aanmatigend, kunnen we wel zeggen – laat zien hoe zowel Japanse als westerse critici decennialang de films van Ozu verkeerd interpreteerden. Ook Paul Schrader in zijn boek over de transcendente stijl.

Gerrow haalt Ryūsuke Hamaguchi aan, regisseur van onder meer het recente Drive My Car (2021), die zegt dat het boek “zowat zelf een Ozueske film is, een integraal onderdeel van de Ozueske ervaring”. Volgens hem is het vertalen van Hasumi’s boek zelfs belangrijker dan de 4K-restauraties van Ozu’s films. Een ietwat merkwaardige uitspraak voor een regisseur, maar Hamaguchi voelt de urgentie om mensen door Hasumi’s ogen opnieuw naar Ozu’s films te laten kijken.

Het boek is niet geïnteresseerd in Ozu’s biografie, al speelt Ozu’s beroemde uitspraak dat je een tofumaker niet vraagt om tonkatsu (gefrituurde varkenskotelet) te maken aanvankelijk wel een leidende rol. Die uitspraak leek namelijk te bevestigen dat Ozu in essentie steeds dezelfde film maakte in dezelfde stijl: met een statische camera die mensen vanuit een lage hoek observeerde. Het Ozueske zou verwijzen naar tussenmomenten, als het drama geweken is, als sociale interacties soepel verlopen, het cliché versterkend dat de stijl van Ozu ‘minimalistisch’ is. Hasumi laat vervolgens in 350 pagina’s zien dat dat pertinente onzin is. Iets te vaak benadrukt hij dat al die mensen die Ozu zo interpreteren “in feite nooit echt naar een film van Ozu hebben gekeken”, maar die pedanterie wordt gecompenseerd met overtuigende argumenten.

Door aan de hand van specifieke scènes in te gaan op de betekenis van eten, verkleden, kijken, stilstaan, boos worden, lachen en verrast zijn in Ozu’s films laat Hasumi zien dat de films in feite een soort règle du jeu vormen, om met Renoir te spreken, spelregels van een samenleving in transitie, in de periode 1930-1960. Een tijd waarin de traditionele Japanse samenleving zich schikte naar de moderniteit, die onvermijdelijk z’n intrede deed. Om twee voorbeelden te noemen: de manier waarop een boze Shima Iwashita in An Autumn Afternoon (1962) een handdoek om haar hals heeft en die vervolgens afdoet, nadat haar vader aangeschoten thuiskomt en – zo voorvoelt zij – het nou eens even wil hebben over dat huwelijk waar ze nu toch echt aan moet. Hasumi leest de betekenis van die scène af door die te vergelijken met alle andere scènes in Ozu’s films waarin een vrouw een handdoek of sjaal draagt, een methode die hij voortdurend hanteert.

Ander voorbeeld: Hasumi maakt overtuigend duidelijk dat de consequente afwezigheid van trappen in Ozu’s films (op één uitzondering na, die daardoor weer een speciale betekenis krijgt) erop wijst dat de tweede verdieping in huizen het domein was van “jonge vrouwen van huwbare leeftijd”. Een soort droomplek, waar mannen niet komen. Als mensen naar de tweede verdieping gaan, lopen ze simpelweg het beeld uit.

Via zulke analyses laat Hasumi zien dat er voortdurend van alles gebeurt in Ozu’s films, wat decennialang aan de aandacht van critici ontsnapte. En dat Ozu dan wel die uitspraak deed over die tofumaker, suggererend dat hij steeds dezelfde film maakte, maar dat hij in werkelijkheid steeds nieuw terrein verkende. De films van Ozu zijn juist niet minimalistisch, zegt Hasumi, er gebeurt van alles en vaak zitten er contradicties in een en hetzelfde shot, die luie critici over het hoofd zien omdat ze niet passen in de theorie van het minimalisme. Er zitten geen verborgen betekenissen of signalen in Ozu’s films, benadrukt Hasumi. Alles is zichtbaar in het beeld. Maar je moet dan wel goed kijken.


Directed by Yasujirō Ozu Shiguéhiko Hasumi | Vertaling Ryan Cook | 2024, University of California Press | 392 pagina’s | € 27,95