Boeken: De gouden jaren negentig
Televisie onder een gunstig gesternte
De vuurtoren
Dankzij extra overheidsgelden konden publieke omroepen in de jaren negentig hoogwaardig drama ontwikkelen. Het leidde tot een vruchtbare kruisbestuiving tussen film en televisie, zo betoogt Bart Juttman in een uiterst gedegen studie over Nederlandse televisieseries.
In zijn studie De gouden jaren negentig: Nederlandse televisieseries van 1989 tot 2001 belicht Bart Juttmann een decennium, dat hij markeert tussen de val van de Muur (1989) en 9/11 (2001), waarin politiek Den Haag miljoenen extra uittrok voor nationale zenders.
Bevreesd als men was dat de komst van commerciële televisie in 1989 tot uitholling van kwaliteit zou leiden, werden de budgetten voor publieke omroepen flink verhoogd om hoogwaardig drama te ontwikkelen.
Aangezien geschreven (overzichts)bronnen over dit televisietijdvak relatief schaars zijn, voerde Juttmann gesprekken met zoveel mogelijk direct betrokkenen: scenarioschrijvers, regisseurs, cameramensen, (uitvoerend) producenten, omroepdirecteuren, acteurs. Van sommige cruciale spelers geeft hij een korte biografische schets.
In een heldere en efficiënte schrijfstijl boekstaaft Juttmann de ontstaansgeschiedenis van twaalf ‘eigenzinnige’ televisieseries. Omdat er dankzij de oprichting van het Stimuleringsfonds voldoende geld beschikbaar komt voor dramaproducties, overwinnen filmmakers hun weerzin tegen het kleine scherm. Een vroeg voorbeeld van zo’n vruchtbare kruisbestuiving tussen televisie en film is Bij nader inzien (1991), geregisseerd door Frans Weisz, die voorheen had geroepen dat hij nog liever een film voor twee blinden in de bioscoop maakte dan voor twee miljoen beeldbuiskijkers. Hij mocht de zes afleveringen als een bioscoopfilm draaien: op 16mm, vaak op locatie, terwijl opnames in de studio zorgvuldig werden uitgelicht.
Er ontstaat gemor als Bij nader inzien vervolgens drie Gouden (film-)Kalveren wint (voor regie, acteur, actrice). Het reglement wordt aangepast, wat ertoe leidt dat het jaar daarop de bioscoopversie van Weisz’ Op afbetaling wordt uitgesloten, enkel omdat er ook een dramaserie van gemaakt is. In 1993 wordt een nieuw Gouden Kalf in het leven geroepen voor beste televisiedrama.
Springplank
Niet elke door Juttmann besproken serie heeft filmische allure. Fort Alpha (1996-97), over een opstandige 4-havoklas, wordt met een DigiBeta-camera gedraaid en heeft harde kleuren in een traditioneel 4:3-formaat. De populaire tienerserie blijkt voor sommige acteurs een springplank naar een filmcarrière, net zoals andere acteurs, vaak van een toneelschool, een doorbraak beleven in series die naar hedendaagse maatstaven gemeten opvallend veel opnametijd krijgen. Met bijna honderdveertig draaidagen voor acht afleveringen spant de jammerlijk geflopte sciencefictionreeks Leven en dood van Quidam Quidam (2001) wellicht de kroon. Deze Black Mirror avant la lettre over een ter dood veroordeelde vijftienjarige hacker in het jaar 2020 was wellicht te ingewikkeld voor wekelijkse uitzendingen. Wel werd de serie geselecteerd voor IFFR vanwege zijn ongewone vertelvormen en creatieve stijlmiddelen.
Het is opvallend hoe kort de lijnen tussen omroep en makers vaak waren in dit televisietijdperk van vóór de netcoördinatoren: na uitkoop van de producent staan ‘alle neuzen’ de goede kant op bij het ambitieuze De partizanen (KRO, 1995), opgezet door theatergezelschap De Trust. VPRO-directeur Roelof Kiers geeft na een kort gesprek gelijk groen licht voor Pieter Verhoeffs persoonlijke project De vuurtoren (1994) en gaat ook akkoord met Fries als voertaal. Makers kunnen hun werk onder een relatief gunstig gesternte creëren. Oud geld (1998-99) gedijt dankzij de chemie tussen regisseur, scenaristen en acteurs, hoewel een noodzakelijke wisseling van regisseur in het tweede seizoen de harmonie verstoort. Bij de advocatenserie Pleidooi (1993-95) wist het driekoppige schrijversteam cruciale beslissingen door te drukken.
Goudstaven
Terugblikkend wil Juttmann zich niet laten leiden door “valse nostalgie”, want hoewel tegenwoordig (te) vaak het woord ‘content’ valt, wordt er nog steeds vakkundig drama gemaakt, betoogt hij. Toch is hij verrast door de artistieke risico’s die indertijd werden genomen met het stille-waterendrama Tijd van leven (1996), met het “stoutmoedige” Zwarte sneeuw (1996) of met het “onthutsende einde” van cinematografische hoogvlieger De 9 dagen van de gier (2001-02), dat zich afspeelt tegen de achtergrond van een geglobaliseerde wereld.
Tot slot mijmert Juttmann over een mogelijke toekomst voor deze series. Als er al dvd-boxen zijn verschenen, zijn die moeilijk vindbaar en bovendien is de beeldkwaliteit matig. Op YouTube is de scherpte nog minder. Technisch is het mogelijk de series te restaureren, maar is men ook bereid om juridische kwesties zoals auteursrechten uit te onderhandelen, zo vraagt hij zich af. Het boek was net gereed voordat diverse omroepen allerlei bezuinigingen aankondigden, maar na lezing van Juttmanns uiterst gedegen studie zou je toch verzuchten: omroepen, kijk eens goed, misschien liggen er nog wat goudstaafjes op jullie planken.
De gouden jaren negentig: Nederlandse televisieseries van 1989 tot 2001 Bart Juttmann | 2025, Uitgeverij Gopher | 310 pagina’s | €24,95