Whitetail
En de merel zingt zijn lied
Whitetail
Onpeilbare personages, meestal vrouwen, spelen een centrale rol in de films van Nanouk Leopold. Ook in het Ierse Whitetail gaan verdriet, schuld en wrok schuil achter een ondoordringbaar pantser.
In de lokale pub deelt natuurbeheerder Jen schijnbaar vanuit het niets een kopstoot uit aan een bekende. Het komt zo onverwachts dat het haast grappig is, maar de achtergrond is dat niet.
Zijn dronkenschap daargelaten, heeft het slachtoffer niets gedaan om aanleiding te geven voor haar agressie. Die is dan ook eigenlijk niet op hem gericht, maar op iemand die niet eens aanwezig is in deze ruimte. Iemand over wie een andere cafégast maar blijft praten tegen Jen, ook al maakt die met haar lichaamstaal duidelijk dat ze helemaal niet aan hem herinnerd wil worden.
Whitetail, Leopolds zevende speelfilm en haar tweede internationale productie (na Brownian Movement uit 2010) voelt alleen al door de taal (Engels), de door de Iers-Britse Natasha O’Keeffe aangevoerde cast en de setting in de bossen van Zuid-Ierland anders, toegankelijker misschien, dan haar eerdere films. Die speelden zich merendeels af in stedelijke omgevingen (de boekverfilming Boven is het stil uit 2013 is met zijn plattelandssetting daarop de uitzondering), te midden van strenge architectuur.
Of is die tegenstelling bedrieglijk? Het natuurgebied dat Jen beheert, blijkt in de proloog van de film ook de plek te zijn waar de schrijnende herinnering aan een tragisch ongeluk uit haar jeugd nog hangt. Is haar keuze voor dit beroep een vorm van rouwverwerking of zelfkastijding? Dat de ontdekking van stroopactiviteiten samenvalt met de terugkeer van haar voormalige jeugdvriendje naar het dorp, maakt dat het een tijdje onduidelijk blijft wat haar nu eigenlijk het meest uit het lood slaat. Maar dat er een kwetsbaar evenwicht is verstoord, is zonneklaar.
Voorgenomen huwelijk
Op de achtergrond gebeurt er van alles: Jens vader, met wie zij het huis deelt, leert een vrouw kennen en onderneemt stappen om de woning en aangrenzende winkel te verkopen; een vroegere geliefde blaast een voorgenomen huwelijk af.
Toch lijkt iedereen in haar omgeving geneigd zich te verontschuldigen voor het feit dat ze ook andere dingen aan hun hoofd hebben. Hun zorgen om Jens welzijn in combinatie met onmacht om haar een helpende hand te bieden, domineren haast iedere interactie. Haar nukkige houding en onvoorspelbare gedrag worden keer op keer geabsorbeerd door een zeldzaam conflictvermijdende omgeving. Geen wonder, denk je dan, dat ze met het complexe trauma van decennia geleden nog steeds niet verder komt. Maar ook: welke gemeenschap steekt zo in elkaar?
Al vanaf haar speelfilmdebuut Îles flottantes (2001) serveert Nanouk Leopold het publiek ‘moeilijke’ hoofdpersonages voor, vrouwen meestal. Stuurloze vrouwen. Rivaliserende zussen en vriendinnen. Stellen, gezinnen, families die het liefhebben – of misschien zelfs het leven – hebben verleerd.
Gewelddadige relatie
Met hun grillige en vaak zelfsaboterende gedrag werpen ze onontkoombaar vragen op over wat hen precies drijft. Waarom maakt Sascha geen einde aan haar gewelddadige relatie en wat bezielt Kaat om een verhouding te beginnen met de vriend van haar beste vriendin in Îles flottantes? Waarom trekt Anna in Guernsey (2005) zich terug uit haar eigen leven? Waarom zet Charlotte in Brownian Movement haar medische carrière en huwelijk op het spel door seks met patiënten te hebben?
Het blijven vragen, want wat er in hen omgaat houden ze voor zich. Leopold laat ons vooral naar hen kijken, observeren hoe ze zich fysiek verhouden ten opzichte van de wereld die hen omgeeft. In het geval van Jen is dat: het hoofd vooruitgestoken, met hol getrokken borst, alsof ze op haar hoede is en steeds bedacht op een hinderlaag.
Die focus op het individu in een omgeving hebben haar films gemeen met die van bijvoorbeeld Claire Denis of Andrea Arnold. Whitetail heeft een minder uitgebeend scenario dan Leopolds vroege films, maar nog altijd lijkt ze te streven naar een minimum aan verbale interactie.
Overbodige communicatie
Toch wil dat niet zeggen dat ze taal optimaal inzet. Veel van wat er wél wordt gezegd voelt als dialoog kunstmatig en verwoordt precies de dingen die de kijker al met eigen ogen kan vaststellen. Het zijn woorden die in de eerste plaats hun eigen overbodigheid communiceren.
Als altijd weet Leopold vooral in de stille momenten een sterke sfeer op te roepen. In contrast met de omzichtigheid waarmee haar sociale omgeving Jen benadert, omringt de natuur haar met een onverschilligheid die zowel wreed als geruststellend is.
Wat er in haar leven ook gebeurt, de kever krabbelt voort en de merel zingt zijn lied. En wanneer het er echt op aan komt, is zowel de diepste ontreddering als de grootste catharsis te vinden op het randje van de dood.