The Uprising
En de boer, hij stopte met ploegen
The Uprising
Beweeglijk episch-historisch drama over de Engelse boerenopstand van 1381 die aan hedendaagse volkswoede refereert.
“Het is tijd voor ons allemaal om nederigheid te proeven”, zegt de jonge koning Richard II tegen zijn entourage, gevolgd door een slok wijn uit een gouden beker. Vanuit de Tower of Londen kan hij horen hoe de rebellen van het platteland het regeringscentrum zijn binnengetrokken.
Het is een van de subtielere, dubbelzinnige vondsten die scenarist/regisseur Paul Greengrass verwerkte in zijn nogal bombastische, episch-historische drama The Uprising, over de Engelse boerenopstand van 1381.
Centrale figuur is de door Andrew Garfield gespeelde fictieve boer Ploughman (“Ik ben wat ik doe”), die kort nadat hij zijn gezin is verloren aan de pest, te maken krijgt met disproportionele belastingen. Die worden uit naam van de koning met geweld geïnd. Hij stopt met ploegen, grijpt naar zijn sikkel en vecht terug. Tegen wil en dank ontpopt de timide Ploughman zich tot een van de leiders van de opstand, naast twee historische figuren: de radicaal egalitaire priester John Ball (Jamie Bell) en veteraan Wat Tyler (Cosmo Jarvis).
En dan is er nog een fanatieke jonge vrouw als love interest. Allemaal hebben ze zo hun bezwaren tegen het onrechtvaardige systeem en ideeën over hoe het anders moet. Ploughman: “We werken gedwongen boven wat lichaam en ziel kunnen dragen.” Er wordt verlangd naar vrijheid en gehoopt op een wonder.
De maatschappelijk geëngageerde Britse filmmaker Paul Greengrass (Bloody Sunday, 2002; United 93, 2006) trekt in zijn boeiende verfilming van de opstand parallellen met de eigentijdse, wereldwijde volkswoede tegen de zittende elite, die zich onder meer uitte in de bestorming van het Capitool en de nog altijd actuele boerenprotesten. Zo horen we een raadsman van de koning spreken over ‘deplorables’; de laatdunkende term waarmee presidentskandidaat Hilary Clinton de achterban van Trump wegzette. Net als nu werden destijds de armsten steeds zwaarder belast terwijl de rijksten werden ontzien. Paradoxaal genoeg wordt de koning, net als Trump, aanbeden als een verlosser.
Greengrass geeft zijn vurige vertelling een tikje pompeus vorm, maar met oog voor de complexe dynamiek en onbeteugelde krachten die bij een volksopstand vrijkomen. Onderweg naar Londen wordt er saamhorig gezongen, gevolgd door chaos (Greengrass’ kenmerkende beweeglijke camera), wraak op de elite en geweld tegen buitenlanders. Uit opstand, manipulatie, verraad en deceptie ontstaat uiteindelijk de tijdloze mythe over de rebelse outlaw Robin Hood. De koning mag dan uit een gouden beker drinken, volgens Greengrass zal hij nooit meer rustig kunnen slapen.