The Tale of Silyan

Vleugellamme geluksvogel

The Tale of Silyan. Foto: Jean Dakar

Dit modern hybride sprookje over een ongelukkige boer en een gewonde ooievaar stelt mythe boven werkelijkheid.

De Macedonische boer Nikola woont met zijn familie in het Noord-Macedonische Češinovo, het dorp met de grootste ooievaarspopulatie van het land.

De elegant stappende vogels, die als geluksbrengers bekendstaan, nesten er op daken, schoorstenen en elektriciteitspalen. Gezamenlijk zweven ze sereen op de thermiek boven de velden rond het dorp, waar ze in de ploegsporen van de boeren hun voedsel vinden: hazelwormen, kikkers en veldmuizen die ze met huid en haar opslokken. Als de akkerbouwers door overheidsbeleid worden gedwongen hun groente onder de kostprijs te verkopen, verliezen ook de trouwe geluksvogels de wind onder hun vleugels.

Het hybride documentaire sprookje The Tale of Silyan, geregisseerd door een van de beide regisseurs van het voor een Oscar genomineerde Honeyland (2019), verbindt het lot van mens en dier. De wederwaardigheden van boer Nikola worden gekoppeld aan een oude legende over een boerenzoon die weg wilde trekken van zijn grond en, daarom vervloekt door zijn vader, veranderde in een ooievaar.

Ook de kinderen uit het dorp van de zestigjarige Nikola trekken weg, om in het buitenland te werken in fastfoodrestaurants, als pakketbezorger of nachtdiensten te draaien in een fabriek. Ondertussen krijgt Nikola, die zich gedwongen ziet als heftruckchauffeur te gaan werken op een vuilnisbelt, gezelschap van een ooievaar met een gebroken vleugel.

De hoge droneshots van de ooievaars die vanuit hun nesten neerkijken op de menselijke bedrijvigheid onder zich, die alarmerend klepperend een boerenprotest aankondigen, die nesten bouwen terwijl Nikola zijn huis verbouwt, wegtrekkende vogels en wegtrekkende dorpelingen: de parallellen die mythe en werkelijkheid verweven zijn evident. Epische muziek begeleidt betoverende beelden van de ooievaars, die in de film symbool komen te staan voor de veerkracht van de natuur.

Het is allemaal iets te mooi om waar te zijn. Meerdere geënsceneerd aandoende scènes doen afbreuk aan dit zogenaamd ‘authentieke’, ‘documentaire’ sprookje. De gewonde ooievaar wordt een trapje afgejaagd voor een mislukte vluchtpoging; mannen dansen in traditionele kledij om een vuur en Nikolai rollebolt ‘spontaan’ met zijn vrouw in het veld. De boerenproblematiek verdwijnt als sneeuw voor de zon. De mythe wordt boven de werkelijkheid gesteld. Net als de vleugellamme vogel komt zo ook de vertelling niet echt van de grond.