The Devils
Bloot slaat dood
The Devils
Ken Russells controversiële film The Devils keert terug in de filmtheaters in een director’s cut. De hysterische, wellustige nonnen overtuigen minder dan de historische casus over een valselijk van hekserij beschuldigde priester.
Vijfenvijftig jaar nadat de controversiële film in première ging, keert Ken Russells The Devils terug in gerestaureerde vorm, inclusief enkele scènes die indertijd niet door de censuur kwamen. Zoals een nonnenorgie waarbij een gigantische crucifix als seksspeeltje dient.
Wat in 1971 als godslasterlijk en pornografisch werd ervaren, leidt nu tot schouderophalen. Ontklede, masturberende nonnen, een moeder-overste die in een koortsachtige erotische droom de stigmata van een priester likt of opgewonden kloosterzusters die zich verlustigen aan diezelfde geestelijke als hij voorbijkomt in een religieuze processie: heel schokkend is het allemaal niet, zeker voor wie wel eens nonnenexploitatiefilms heeft gezien.
Regisseur Russell (1927-2011) dient het bovendien op in een niet-aflatend hysterische stijl, met campy barokke beelden die even delirisch zijn als de door duivels bezeten nonnen. Dit zintuiglijke bombardement imponeert weliswaar door het sfeervolle camerawerk, de prachtige, door een jonge Derek Jarman ontworpen decors en de krijsende klanken van componist Peter Maxwell Davies, maar het is simpelweg te veel. Bloot slaat dood, of is dat een te calvinistische reactie op een katholieke film? Wie het oeuvre van beeldenstormer Russell (The Music Lovers, 1971; Crimes of Passion, 1984) een beetje kent, weet dat dit in al zijn films de modus operandi is. Soms werkt het, zoals in Altered States (1980), hier niet echt.
Het zich in 1634 afspelende The Devils is gebaseerd op historische feiten (zoals geboekstaafd door Aldous Huxley in The Devils of Loudun) en handelt over de Franse priester Urbain Grandier (Oliver Reed). Hij werkt in het door de pest geplaagde Loudun en trekt zich weinig aan van zijn meerderen. Hij verleidt (jonge) vrouwelijke onderdanen, is niet vies van macht en daagt met zijn provocatieve gedrag zowel de verveelde koning Louis XIII als de machtsbeluste kardinaal Richelieu uit. Omdat hij zo charismatisch is, krijgen de Ursulinen uit het klooster van Loudun wellustige gedachtes als ze aan hem denken, met name moeder-overste Jeanne des Anges (Vanessa Redgrave).
Zij moet dus wel door de duivel bezeten zijn, wat in middeleeuwse logica betekent dat Grandier de duivel is. Dat komt de corrupte machthebbers goed uit. Zij willen van de eigengereide Grandier af, want hij bedreigt hun invloed en zeggenschap. Kerk en staat spannen samen om zich van hem te ontdoen. Even hypocriet als huichelachtig doen ze het volk geloven dat Grandier aan hekserij doet. Hij is het ultieme kwaad dat uitgeroeid dient te worden, wat een gruwelijke martelsequentie oplevert.
Dit deel van Russells fantasmagorische film laat de meeste indruk achter. Hier wordt iemand de mond gesnoerd op basis van leugens en middels een lastercampagne gericht op onderbuikgevoelens. Vuile, boos makende politieke spelletjes die anno 2026 relevanter zijn dan ooit. Grandier waarschuwt het volk nog dat ze hun vrijheid zullen verliezen, maar tevergeefs. Ze vieren op liederlijke wijze alvast zijn ondergang en zijn doof voor Grandiers alarmerende, profetische woorden.