The Braid

Vrouwendrieluik blijft jammerlijk vlak

The Braid

De Franse auteur en regisseur Laetitia Colombani verfilmde haar eigen succesroman over drie vrouwen van wie de levens elkaar raken door de handel in mensenhaar.

De Indiase Smita behoort tot de laagste kaste: haar man vangt ratten en zij maakt de plee van de lokale priester en zijn vrouw schoon om rond te kunnen komen. Hun dochter Lalita is als ‘onaanraakbare’ niet welkom op school.

Smita besluit om met Lalita naar familie in het zuiden te vluchten: een lange en gevaarlijke tocht, die (ondanks de licht-toeristische blik van regisseur Laetitia Colombani) levensecht blijft dankzij het uitmuntende acteerwerk van Mia Maelzer en debutant Sajda Pathan, een ongedocumenteerd straatkind dat per toeval werd gecast. Dankzij haar deelname aan de film heeft Pathan nu onderdak en leert ze lezen en schrijven.

Helaas is dit Indiase deel van The Braid ook meteen het beste. Colombani’s adaptatie van haar eigen bestseller uit 2017 is een grootse, op drie continenten gedraaide productie, met piekfijn camerawerk, fijn hypnotiserende muziekfragmenten van Ludovico Einaudi en een oprecht feministische intentie: de film is opgedragen aan “alle moedige vrouwen”. Maar de delen op Sicilië en in Montréal zijn bedroevend vlak.

De Siciliaanse Giulia (Fotinì Peluso) krijgt onverwacht de leiding over het haaratelier van haar vader en stuit op een forse, verzwegen schuldenlast: als er niet snel iets verandert, staat haar hele familie én het vrouwelijk personeel dat de strengen mensenhaar voor de verkoop bewerkt op straat. Maar kijk: daar is Kamal (Avi Nash), een sikh immigrant die net als Giulia romans uit de gemeentebibliotheek verslindt. Kamal komt met een businessplan, maar niet voordat de twee elkaar hebben gevonden: het moment waarop hij in een grot bij zee langzaam zijn tulband afwikkelt en over eenzelfde bos haar als Giulia blijkt te beschikken is onbedoeld lachwekkend, zó hoog is het Blue Lagoon-gehalte. Aan de acteurs ligt het niet, Peluso en Nash zijn prachtig en krijgen hopelijk nog veel kansen, maar hier zijn ze geketend aan soapy dialogen en een onnozel happy end.

En dan is er Sarah (Kim Raver), een gescheiden advocaat met drie kinderen (onder wie een beroerd acterende Nickelodeon-­tweeling) in een decor van ijselijke wolkenkrabbers. Sarah baadt in welvaart (grote wagen, stealth wealth-outfits, een fulltime oppas) maar stikt van de stress, en dat is geen wonder: wat een verkrampt, van elke emotie gezuiverd leven leidt deze vrouw. Het verrast niet dat een slechte medische diagnose haar fulltime toneelspel danig in de war schopt.

Voor Sarah komt de troost uiteindelijk uit India, via Italië; zo is de cirkel rond. Over het feit dat een rijke westerse vrouw hier profiteert van een op grote sociale ongelijkheid gedijende handel wordt gezwegen.