Stories We Tell

Ze ontglipt ons steeds weer

Sarah Polley maakte met Stories We Tell een beeldschoon essay over familie en waarheidsvinding, dat begint met een gefragmenteerd portret van haar moeder. Door de slimme montage stapelt verbazing zich op ontsteltenis.

Door Laura van Zuylen

Families zijn goed voor soapstory’s, en die van de Canadese actrice en filmmaakster Sarah Polley is geen uitzondering. Het verschil is dat zij de vuile was wél buiten hangt. Om haar overleden moeder Diane te portretteren vraagt ze familieleden en vrienden om Diane vanaf ‘het begin’ te beschrijven. Dit is geen interview, dit is een ondervraging. De rijke documentaire Stories We Tell stelt het concept familie aan de kaak, analyseert hoe herinneringen werken en ontleedt wat documentaire zelf is. Tegelijkertijd schetst Stories We Tell niet alleen een portret van Diane, maar ook van de regisseur en alle geïnterviewden en geeft Polley impliciet kritiek op de mores van de jaren zeventig, waarin alles door de beugel moest kunnen.
Met het warme en intieme, autobiografische Stories We Tell maakt Polley (Away from Her, Take This Waltz) haar derde lange film, die werd genomineerd voor een Oscar. Als een detective ontrafelt ze geheim na geheim. Door de slimme montage stapelt verbazing zich op ontsteltenis, zelfs als een onthulling enigszins banaal is. "Ze ontglipt ons steeds weer, net als we haar gezicht beginnen te zien", zegt Polley over haar moeder. Ze doelt met ‘we’ op haar familie, maar het geldt net zo goed voor het publiek.

Illusie van waarheid
De personages zijn aanvankelijk een groep inwisselbare namen — als bij een begrafenis met veel verre neven en nichten — maar ze zuigen je langzaamaan naar zich toe. Hun verslagen worden steeds specifieker. Polley interviewt ze los van elkaar en stelt ze dezelfde vragen. Zo vullen ze elkaar aan, spiegelen elkaars verhalen of spreken elkaar tegen. De regisseur etaleert, soms even extreem als Akira Kurosawa deed in de oerfilm over de illusie van waarheid Rashômon (1950), dat een ervaring, het geheugen en de herinnering de werkelijkheid kleuren of vervormen. Misschien niet eens met opzet.
Dat ‘de’ waarheid niet bestaat weten we al. Wat Stories We Tell bijzonder maakt is dat we via hun vertellingen inzicht krijgen in wie de geïnterviewden zelf zijn, hoe ze zichzelf zien en hoe ze door de anderen gezien worden. Hun persoonlijke verhalen hebben ze vermoedelijk al talloze keren uit de doeken gedaan. Ze verraden zichzelf en geven zich bloot door hun stem, intonatie en lichaamstaal. En via hun relatie tot de maakster, die ze zo nu en dan persoonlijk aanspreken, leren we ook Polley zelf kennen. De vertellers, die getoond worden in vaste frames, zijn daarom meer dan talking heads. Ze creëren een caleidoscopisch familieportret, waar af en toe de gezinsdynamiek doorheen schemert. Een ontroerende vader kampt met zelfkritiek en rookt als een schoorsteen; een nuchtere broer koestert wrok en zet zich af; het jongste zusje, Sarah Polley zelf, is de lieveling, die ze allemaal hebben willen beschermen.
De maakster onderzoekt vanuit haar subjectieve positie wat documentaire is en weet dat ook visueel knap vorm te geven. Om de geschiedenis te illustreren combineert ze originele opnames van haar moeder met re-enactments. Sommige acteurs lijken zo goed dat ze zich nauwelijks van de oorspronkelijke personen onderscheiden. Het verleden leeft. Eén keer horen we Dianes eigen stem. Ze zingt een satire op Ain’t misbehavin’ van Fats Waller: I’m misbehavin’.