Sirāt
Het stof waarin we bijten
Sirāt
Over de waanzinnige vierde film van Oliver Laxe. Winnaar van de Juryprijs in Cannes afgelopen mei.
Dit is wat je moet onthouden: het einde van het ene verhaal is het begin van het volgende. Het is al eerder gebeurd, toch? Mensen sterven, de oude orde vergaat. Nieuwe samenlevingen worden geboren. Als we zeggen dat “de wereld is vergaan”, is dat meestal een leugen. Want de aarde draait gewoon door.
Maar dit is hoe de wereld eindigt.
Dit is hoe de wereld eindigt.
Dit is hoe de wereld eindigt.
Voor de laatste keer.
(N. K. Jemisin, The Fifth Season)
Wat is Sirāt? Het is een helse tocht door de woestijn richting de eindtijd, een laatste poging de toekomst veilig te stellen door de kinderen te redden, met een karavaan die zowel een strijd is als een extatische rave op de dreunende soundtrack: Sirāt is Oliver Laxe’s Fury Road (2015) en Fury Road is George Millers Sirāt. In de islamitische betekenis van het woord: de brug over de hel die je moet nemen om het paradijs te vinden.
Sirāt is een film die je groot en klein kunt interpreteren. Een film die van het banale een mysterie maakt, een film die ontspoort, ontrafelt, je achterlaat in de woestijn en verder trekt. Wanneer het voelt alsof het je allemaal ontglipt, wanneer je houvast dreigt te verliezen: dat is het doel. Sirāt is een zoektocht en een verdwalen. Maar Sirāt is ook het zweet en het stofzand die met elke stap de lucht verzwaren, de groeiende frustratie van een radeloos personage.
Is de man Job? Vergilius? Odysseus? Of gewoon Luis? Hij weet van niks wanneer hij met zoon Esteban aankomt bij een rave in de woestijn. Ze zoeken hun dochter, hun zus. Mar heet ze. Zee. Ze zou hier zijn, was hen verteld. Bij deze rave of een volgende rave. Hoewel. Raves lopen hier in elkaar over. Vloeibare tijd, eindeloze beats. Ze struinen langs de tentjes. Vragen of iemand haar heeft gezien. Misschien is ze bij de laatste rave, zegt iemand. Luis en Esteban en hond Pipa trekken mee met de karavaan. Dieper de woestijn in.
Kijk hoe Laxe de boel opbouwt. Dat er bijna geen woord valt als de speakers worden geplaatst en ingeplugd. En dan is er muziek. De stem van God, waar iedereen hier naar luistert. Zie hoe Laxe de camera op de rotsen richt. Vergankelijk geluid kaatst tegen onverzettelijk steen. Dansende lichamen over onverschillig zand. Uit al die botsingen en bewegingen stijgt een onbestemd gevoel op en dát is cinema. Laxe filmt de mensen en de gezichten zo dat je je afvraagt: zijn ze hier nou allemaal samen of is het ieder voor zich? Wat zegt het eigenlijk dat niemand Mar ooit heeft gezien? Zo groot is de groep niet. Men voelt zich misschien verbonden door de muziek, maar muziek is een onverschillige god. Pure projectie: het is wat je erin hoort. Zoals film is wat je erin ziet.
Op de achtergrond lijkt de wereld te vergaan. Dat maak je op uit berichten, straaljagers die overvliegen, het leger dat bij een rave binnenvalt. Het blijft vaag. Of de ravers het al wisten of niet. Of ze hier kwamen om aan het eind van de wereld te dansen. Laxe laat je ernaar raden. Het maakt ook niet uit. Waar is Mar, daar gaat het om voor Luis en dus ook voor Esteban. Waarom blijven ze zoeken als de wereld toch al vergaat, kun je denken. Maar het gevoel dat je iets mist, dat er iets ontbreekt, is een hele sterke kracht. Daarom is het voor mensen zo moeilijk om af te kicken. Enfin. Hoe dieper de woestijn in, hoe meer de wereld uit elkaar valt.
De laatste drie films van Oliver Laxe – Mimosas (2016), Fire Will Come (2019) en Sirât – draaien om dood, eindes, destructie en creatie, de ongrijpbare band tussen mensen en de grond waarop ze lopen. Er is altijd een mysterie dat net voorbij de beelden loert. Een zojuist overleden oude man die in Mimosas begraven wil worden in een verdwenen oude stad in de woestijn, een reisdoel dat ergens onderweg wordt losgelaten. De herkomst van het verzengende vuur in Fire Will Come en de weigering van de film om de verhouding tussen het hoofdpersonage en het vuur te verklaren. Hoe vreemd zijn deze werelden. Ook Luis weet nog steeds niets als het eind van de woestijn in zicht is in Sirāt.
Die aarde draait inderdaad wel door. Er zal een volgend verhaal komen. Want dit is niet hoe de wereld eindigt.