Romería
Verzinneren
Romería
Een bezoek aan haar vaders familie zet Marina aan tot een intuïtieve speurtocht naar een vertroebeld verleden.
Om een studiebeurs voor de filmacademie te kunnen krijgen heeft de achttienjarige Marina een handtekening nodig van haar grootouders.
Dus trekt zij, met een videocamera en een dagboek van haar moeder in haar bagage, vanuit Barcelona naar Vigo aan de Atlantische kust. Ontmoetingen met de familieleden van haar jong overleden vader variëren van empathisch tot kil, maar er hangt ongemak in de lucht.
Romería is Carla Simóns derde speelfilm, waarvoor ze opnieuw uit haar eigen familiegeschiedenis put. Maar net als in haar vorige film, Gouden Beer-winnaar Alcarrás (2022), biedt Romería een doorkijkje naar een bredere geschiedenis. Ditmaal gaat die over een generatie jongeren die in de jaren na de dood van dictator Francisco Franco de benauwde cultuur van hun ouders van zich afschudde in een bevrijdingsgolf van seks, drugs en punkrock, en de verwoesting die heroïne en het begin van de aids-epidemie aanrichtten binnen deze tegencultuur. En over de sluier van schaamte die dat trauma bedekt.
Je zou Marina kunnen zien als de jongvolwassen versie van Frida, die in Simóns debuutfilm Summer of 1993 (Estiu 1993, 2017) als zesjarige te maken krijgt met het verlies van haar moeder, een verhuizing naar het platteland en opname in een nieuw gezin. Voor het meisje moeilijk te begrijpen gesprekken en handelingen hinten in die film naar wat er met haar moeder is gebeurd. Romería voert terug naar een nog verder verleden, dat praktisch niet meer te achterhalen valt. Elk familielid blijkt een andere herinnering te hebben aan Marina’s vader en de periode waarin haar ouders samen waren.
Om die ongrijpbaarheid te vangen doet Simón in deze film voor het eerst een stap voorbij realisme, en creëert daarmee iets magisch. In Marina’s video-opnamen kijken we door de lens van haar camera mee hoe zij de omgeving afspeurt waar haar ouders woonden voordat zij werd geboren, een omgeving die zij voor het eerst ziet, hoort, ruikt, proeft, voelt.
Op de plekken waar de liefdesgeschiedenis van haar ouders zich afspeelde, komt hij opnieuw tot leven, waarbij Llúcia Garcia, die tot dat moment Marina speelt, in de rol van haar moeder stapt.
Zo loopt Marina’s voorstelling over in beleving: een prachtige, filmische manier om over te brengen hoe het bij elkaar puzzelen van een persoonlijke (voor)geschiedenis vorm krijgt en het domein van de herinnering betreedt. Of eigenlijk dus: de verzinnering. Daarmee voegt Simón een nieuwe laag toe aan een oeuvre waarin autofictie altijd al de motor was, maar nu voor het eerst deel van het verhaal is geworden.